Leerdoelen Geschiedenis
1. Op welke bronnen onze kennis van de prehistorie is gebaseerd
Op ongeschreven bronnen, zoals archeologie. (Vb. Botresten, potscherven, voetafdrukken,
grotschilderingen, versteende voedselresten)
2. Hoe de moderne mens zich over de wereld verspreidde
Van apen in Afrika naar mensachtige (6 miljoen jaar geleden) naar menssoorten (2 miljoen
jaar geleden) naar homo sapiens (200 000 jaar geleden) leefden in Afrika, gingen rond 50
000 v.Chr. naar Azië, rond 40 000 v.Chr naar Europa en Australië, 30 000-15 000 naar
Amerika.
3. Welke levenswijze jager-verzamelaars hadden
Jager-verzamelaars waren nomaden die rondzwierven en geen vaste woonplaats hadden. De
mannen jaagden en vrouwen zorgden voor de kinderen en verzamelden (paddenstoelen,
wortels, zaden, noten, bessen -> plantaardig voedsel). Ze gingen naar een andere plek als de
bestaansmiddelen uitgeput waren. Ze hadden weinig bezit.
4. Hoe jager-verzamelaars hun gedachten tot uiting brachten
Jager-verzamelaars uiten hun gedachten in kunst. (Vrouwenbeeldjes (30 000 v.Chr),
wandschilderingen). Ze dachten in symbolen????????
5. Hoe de landbouw ontstond
In het Midden-Oosten ontstond de akkerbouw (rond 9000 v.Chr. met vijgen, gerst, tarwe).
Daarna veeteelt ( rond 8000 v.Chr. met geiten, schapen en later varkens en runderen). Werd
steeds gevarieerder. Manier van samenleven veranderde -> revolutie. Migranten
verspreidden landbouw in Azië, Afrika en Europa. Griekenland (6500 v.Chr.), Zuid-Limburg
(5500 v.Chr.) Zelfstandig in China (7000 v.Chr.)
6. Welke oorzaken en gevolgen het ontstaan van de landbouw had
Oorzaken: klimaat veranderde na Ijstijd (100 000-10 000 v.C.) -> beter milieu voor
peulvruchten, wilde planten gedomesticeerd, gejaagde dieren verdwenen, getemde dieren
(oerrunderen en wilde zwijnen) fokken
Gevolgen: Vee gunstiger (meer vlees, melk, wol, leer, mest), dieren gebruikt voor bewerken
van het land (5000 v.C. vb. ossen) -> zwaarder grond kon worden bewerkt (vb. kleigebieden
NL)
Landbouw aanvullend middel van bestaan -> landbouw nodig groeiende bevolking in leven
houden. Plant- en dierveredeling en technische vooruitgang.
1. Op welke bronnen onze kennis van de prehistorie is gebaseerd
Op ongeschreven bronnen, zoals archeologie. (Vb. Botresten, potscherven, voetafdrukken,
grotschilderingen, versteende voedselresten)
2. Hoe de moderne mens zich over de wereld verspreidde
Van apen in Afrika naar mensachtige (6 miljoen jaar geleden) naar menssoorten (2 miljoen
jaar geleden) naar homo sapiens (200 000 jaar geleden) leefden in Afrika, gingen rond 50
000 v.Chr. naar Azië, rond 40 000 v.Chr naar Europa en Australië, 30 000-15 000 naar
Amerika.
3. Welke levenswijze jager-verzamelaars hadden
Jager-verzamelaars waren nomaden die rondzwierven en geen vaste woonplaats hadden. De
mannen jaagden en vrouwen zorgden voor de kinderen en verzamelden (paddenstoelen,
wortels, zaden, noten, bessen -> plantaardig voedsel). Ze gingen naar een andere plek als de
bestaansmiddelen uitgeput waren. Ze hadden weinig bezit.
4. Hoe jager-verzamelaars hun gedachten tot uiting brachten
Jager-verzamelaars uiten hun gedachten in kunst. (Vrouwenbeeldjes (30 000 v.Chr),
wandschilderingen). Ze dachten in symbolen????????
5. Hoe de landbouw ontstond
In het Midden-Oosten ontstond de akkerbouw (rond 9000 v.Chr. met vijgen, gerst, tarwe).
Daarna veeteelt ( rond 8000 v.Chr. met geiten, schapen en later varkens en runderen). Werd
steeds gevarieerder. Manier van samenleven veranderde -> revolutie. Migranten
verspreidden landbouw in Azië, Afrika en Europa. Griekenland (6500 v.Chr.), Zuid-Limburg
(5500 v.Chr.) Zelfstandig in China (7000 v.Chr.)
6. Welke oorzaken en gevolgen het ontstaan van de landbouw had
Oorzaken: klimaat veranderde na Ijstijd (100 000-10 000 v.C.) -> beter milieu voor
peulvruchten, wilde planten gedomesticeerd, gejaagde dieren verdwenen, getemde dieren
(oerrunderen en wilde zwijnen) fokken
Gevolgen: Vee gunstiger (meer vlees, melk, wol, leer, mest), dieren gebruikt voor bewerken
van het land (5000 v.C. vb. ossen) -> zwaarder grond kon worden bewerkt (vb. kleigebieden
NL)
Landbouw aanvullend middel van bestaan -> landbouw nodig groeiende bevolking in leven
houden. Plant- en dierveredeling en technische vooruitgang.