In de Ethica Nicromachea beschrijft Aristoteles hoe een mens gelukkig (eudaimon) kan worden.
Geluk = optimaal handelen met gebruik van typisch menselijke vermogens
Gelukkig leven bevat:
Morele deugd
Juiste emoties
Grote daden
Vriendschap
En vraagt ook uiterlijke
voorwaarden
o Vrienden maken bv
Rede (verstand)
Deugd (moreel voortreffelijkheid)
Op het juiste moment
In de juiste mate
Tegenover de juiste persoon
Met de juiste intentie handelen
Het juist handelen ligt steeds in het midden van twee uitersten
De gulden middenweg
Moed: Tussen te veel en te weinig moed
Vrijgevigheid: Tussen verkwisting en gierigheid
Emoties: Tussen woede en gelatenheid
Om een gelukkig leven te leiden, moet men een goede vriendschap (φιλία) hebben.
Philia (φιλία)
Philia heeft bredere betekenis dan het Latijnse Amicitia.
Band tussen ouder en kind
Relaties tussen burgers
Politieke verbondenheid
Morele verbondenheid
Zelfs rechtvaardige mensen hebben nog vriendschap nodig
Vriendschap houdt staten bijeen.
Echte vriendschap vraagt:
Deugd
Wederkerigheid
Tijd
Vertrouwen
Bewustzijn
Alleen vriendschap tussen goede mensen is volledig en duurzaam.