Contact maken met kinderen
Naam: Demi van der Veen
Studentennummer: 9010160
Klas: K12-22
Datum: 6 januari 2023
Versie: 1.2
Vakken: Drama, godsdienst-levensbeschouwing, rekenen-wiskunde, Nederlands, ICT en pedagogiek
Docent: S. Van den Vlerk, K. Kat, J. W. van Slijpe, T. van Aalten, M. Geenen en R. Paques
Pagina 1 van 44
,Inhoudsopgave
1.1 Inleiding.....................................................................................................................................................................2
2.1 Kenmerken van goed onderwijs................................................................................................................................4
3.1 De verschillen en overeenkomsten in de belevingswereld van leerlingen in de onder-, midden- en bovenbouw....4
3.2 Hoe belangrijk is lezen in de belevingswereld?.....................................................................................................5
4.1 Beeld van een goed pedagogisch klimaat..................................................................................................................5
4.2 Stageklas................................................................................................................................................................6
5.1 Historische en culturele beelden van onderwijs........................................................................................................6
5.2 Multiculturele samenleving...................................................................................................................................7
6.1 Beelden van onderwijs van anderen.........................................................................................................................7
7.1 Vakdidactisch handelen.............................................................................................................................................8
7.3 Drie basisbehoeften...............................................................................................................................................9
8.1 Leerdoelen voor de volgende periode.......................................................................................................................9
Literatuurlijst................................................................................................................................................................. 10
Bijlagen.......................................................................................................................................................................... 11
Bijlagen drama...........................................................................................................................................................11
I LBF-drama activiteit.............................................................................................................................................11
Bijlagen levensbeschouwing......................................................................................................................................17
II LBF Levensbeschouwing.....................................................................................................................................17
IV Gedicht.................................................................................................................................................................. 23
V Uitwerkvorm van les over levensbeschouwing..................................................................................................23
VI Opdracht vriendschap levensbeschouwing.......................................................................................................23
IX Observatie pedagogisch klimaat.......................................................................................................................27
X Plattegrond maken: pedagogiek.........................................................................................................................28
XI LBF-kennismakingsactiviteit met wol.................................................................................................................28
Bijlagen rekenen-wiskunde.......................................................................................................................................37
Bijlage Nederlands.....................................................................................................................................................38
XIV LBF-woordenschat les.....................................................................................................................................38
1.1 Inleiding
Mijn naam is Demi van der Veen en ik ben eerstejaarsstudent op de Hogeschool IPABO Amsterdam. De afgelopen
weken heb ik veel geleerd tijdens mijn lessen en heb ik ervaring kunnen opdoen op mijn stageschool, Burgemeester
de Vlugtschool in Amsterdam Slotermeer. Mijn stageklas is groep 8 (zie Figuur 1). Dit verslag schrijf ik om aan te
tonen dat ik de informatie uit mijn theorieboeken en lessen kan koppelen met mijn eigen ervaring in het werkveld.
Pagina 2 van 44
,De vraag die in dit verslag centraal staat is ‘Wat is mijn beeld van onderwijs?’ Dit heb ik onderzocht aan de hand van
mijn eigen ervaringen, ideeën van anderen en uit mijn eigen lessen op de IPABO. In dit verslag zijn er een aantal
leerdoelen waar ik aan moet voldoen. Deze staan verwerkt in de studiegids van de IPABO 2022. Al deze leerdoelen
zijn ingedeeld in verschillende hoofdstukken, met daarbij passende vakken die dat leerdoel onderbouwen.
In mijn onderzoek komen er zes vakken aan bod namelijk pedagogiek, levensbeschouwing, ICT, Nederlands,
rekenen-wiskunde en drama. Voor alle vakken heb ik allerlei verschillende activiteiten uitgevoerd. Voor pedagogiek
heb ik de klas goed geobserveerd, zowel de leerlingen als de leerkracht. Daarbij wilde ik het pedagogisch klimaat van
de klas observeren en kijken hoe de leerkracht daaraan heeft bijgedragen. Bij het vak levensbeschouwing heb ik een
les gegeven over vriendschap met ‘Wat is vriendschap voor jou?’ als levensvraag. Voor het vak ICT heb ik gekeken
hoe het gebruik van technologie wordt opgenomen in het onderwijs op mijn stageschool en de geschiedenis van ICT.
Bij Nederlands heb ik een paar kinderen uit de klas vragen gesteld over hun leesgewoontes. Daarnaast heb ik
gekeken hoe belangrijk lezen werkelijk is in de praktijk. Voor het vak rekenen-wiskunde heb ik een groepje leerlingen
een werkblad laten maken om te kijken op welk niveau er wordt gerekend. Er zijn drie verschillende niveaus waar de
leerlingen mee kunnen rekenen namelijk formeel, schematisch of concreet. Als laatste het vak drama waarbij ik een
onderdeel van een les heb gegeven om de leerlingen op een andere manier te ontdekken. Zo heb ik het pedagogisch
klimaat goed kunnen observeren aangezien er een bepaalde veilige sfeer moet zijn in de klas om zo’n oefening te
doen.
Na dit verslag wil ik graag te weten zijn gekomen of mijn beeld van onderwijs is veranderd door mijn stagedagen of
dat het beeld hetzelfde is gebleven. Dit wil ik bereiken door middel van de hierboven genoemde opdrachten uit te
voeren en deze te evalueren om goed tot mijn beeld van onderwijs te komen.
Figuur 1
Mijn stageklas van periode 1 en 2
Pagina 3 van 44
, 2.1 Kenmerken van goed onderwijs
Kenmerken van goed onderwijs zijn erg verschillend per persoon. Als ik denk aan goed onderwijs komen er
verschillende punten naar boven. Allereerst vind ik het erg belangrijk dat er in het onderwijs aandacht wordt besteed
aan de sociale vaardigheden van een kind. Onder sociale vaardigheden versta ik ook algemene normen en waarden.
Uiteraard gebeurt het grootste deel thuis, maar de school heeft hierin wel een belangrijke rol. De leerkracht is dan ook
een rolmodel voor de leerling, waardoor de leerkracht het goede voorbeeld moet geven. Een leerling neemt het
gedrag namelijk over. Respect voor elkaar, positieve en open houding en passie voor het vak zijn punten die een
leerkracht in mijn ogen moet bezitten.
Andere kenmerken van goed onderwijs zijn duidelijke regels, samenhorigheid in de groep, individueel gericht en een
goed pedagogisch klimaat. De duidelijke regels zorgen voor structuur in de klas en school. Hierdoor verlopen de
lessen wat fijner en weet een kind heel goed wat wel en niet mag. Met samenhorigheid bedoel ik dat er genoeg tijd
moet zijn om samen te werken. Dit kan door middel van opdrachten samen maken of samenwerkingsactiviteiten. Dit
stimuleert één van de drie basisbehoeftes namelijk relatie, ook wel verbondenheid genoemd. Naast het samenwerken
is individueel gericht werk ook erg belangrijk. Daarbij gaat het erom dat de kinderen op hun eigen niveau kunnen
werken en de zelfstandigheid wordt bevorderd. De zelfstandigheid sluit aan bij de basisbehoefte autonomie, ik kan het
zelf! De drie basisbehoeften sluiten aan bij mijn kenmerken van goed onderwijs. Deze basisbehoeften komen terug in
hoofdstuk 7.3. (Alkema et al, 2022)
Een goed pedagogisch klimaat is natuurlijk ook erg belangrijk in een klas hierdoor is de leeromgeving fijner. De
leerkracht kan dit bevorderen door middel van kanjertraining, wat op mijn stageschool wordt gegeven in alle groepen.
Er zijn ook groepsopdrachten of andere soorten trainingen die gedaan kunnen worden om de groepsdynamiek te
verbeteren. In mijn stageklas wordt er bijna elke dag een samenwerkingsopdracht of spel gedaan om de groep samen
te laten werken. Dit vinden ze allemaal erg leuk en het is goed voor de samenhorigheid van de klas. Dit vind ik
belangrijk in het onderwijs, omdat je zowel de sociale vaardigheden ontwikkeld als de veiligheid stimuleert in een klas.
Uit mijn eigen ervaringen heb ik gemerkt hoe belangrijk zulke activiteiten kunnen zijn om een veilig klimaat in de klas
aan te bieden.
Als laatste vind ik het bevorderen van lezen bij de leerlingen erg belangrijk in het onderwijs. Dit begreep ik eigenlijk
nooit, maar sinds ik stage loop merk ik dat veel lezen je taal, woordenschat en begrijpend lezen bevordert. Als ik kijk
naar mijn stageklas zie je duidelijk wie veel leest en wie niet door te kijken naar hun taalniveau. Natuurlijk kan je
interesse daar niet liggen, maar ik vind het wel de taak van de school om in ieder geval op school aandacht daaraan
te besteden. Op mijn stageschool wordt dat bevorderd door elke dag stillezen op het programma te hebben vanaf
groep 4. Daarnaast krijgen de leerlingen tijdens Kinderboekenweek een eigen boek en wordt lezen opgenomen in de
weektaak. (Van Montfoort & Wassing, 2020)
3.1 De verschillen en overeenkomsten in de belevingswereld van
leerlingen in de onder-, midden- en bovenbouw
De belevingswereld van kinderen is de manier waarop ze de wereld ervaren. Dit verschilt bij ieder kind, vanwege de
verschillende achtergronden. Dit kan te maken hebben met verschillen in etniciteit, maar ook in verschillen van de
thuissituatie of sociaal-culture achtergrond. Al deze punten spelen een rol bij de belevingswereld van een kind.
(Kerpel, 2014)
Kinderen gaan door verschillende fases als je kijkt naar de belevingswereld. De belevingswereld van een kleuter
wordt voor het grootste deel bepaald door spel. Hierdoor kunnen kleuters de wereld van volwassenen eigen maken.
Rollenspel is de populairste spelvorm onder kleuters, waarbij situaties nagespeeld worden zoals moedertje, kok of
politie. Daarnaast zijn gewone voorwerpen, zoals een bakje of potlood, magisch geladen. Het potlood is geen
schrijfgerei meer maar een soeplepel! Dit wordt ook wel animisme genoemd: aan levenloze dingen een ziel toekennen
(Kerpel, 2014). Kleuters willen ook graag zelf dingen ontdekken. Dit heb ik zelf ervaren toen ik in groep 1/2 heb mee
mogen lopen. De kleuters probeerden eerst alles zelf en ondanks dat het niet lukte bleven ze doorgaan. Een duidelijk
voorbeeld hiervan was een kleuter die zijn jas niet dicht kreeg. Iedereen stond netjes te wachten in de rij op deze
jongen maar het lukte hem niet. De juf heeft bepaalde regels opgesteld dat de leerlingen dingen moeten vragen
voordat zij hun helpt om zo de taal te bevorderen. De vraag hoeft niet volledig te zijn aangezien dat voor sommige
kinderen nog iets te moeilijk is. Als dit is gevraagd, herhaalt de juf wat ze bedoelen en helpt ze. Echter vroeg deze
jonen niks totdat een klasgenoot naar hem toeliep en zijn jas dicht ging doen. Oudere kinderen zijn meer taakgericht
terwijl jonge kinderen het tegenovergestelde doen. Dit is een duidelijk verschil in de belevingswereld. Bovendien
Pagina 4 van 44