Informatieverzorging
Samenvatting Deel 3 Typologieën (Hoofdstuk 12 tm 18)
+ uitwerking procesbeschrijving van oefenexames
Boek van Eddy Vaassen en Roger Meuwissen
8e druk
1
,Hoofdstuk 12 – Typologie van Organisaties
Het typologiemodel van Starreveld deelt organisaties in op basis van de goederenbeweging en
marktgerichtheid. Het doel is om snel inzicht te krijgen in de inherente risico's en passende
beheersingsmaatregelen per organisatietype.
12.1 Het Vijfstappenplan
• 1. Bepaal het type organisatie op basis van de typering
• 2. Identificeer de inherente risico's voor dat type
• 3. Stel de specifieke risico's vast
• 4. Analyseer de gevolgen en oorzaken van die risico's
• 5. Formuleer passende beheersingsmaatregelen
12.2 Overzicht Organisatietypes
Type Kenmerken & Voorbeelden Goederenbeweging
Handelsorganisaties Kopen en verkopen goederen zonder transformatie. Eigen goederen in/uit
Twee subtypen: contante betaling (detailhandel) en
op rekening (groothandel).
Productieorganisaties Transformeren inputs tot eindproducten. Vier Grondstoffen →
subtypen: op voorraad, massamaatwerk, eindproducten
agrarisch/extractief, op order.
Dienstverlening m. Dienstverlenend proces gecombineerd met goederen. Beperkte goederenbeweging
goederenbeweging Eigen goederen (restaurants) of goederen van derden
(reparatiebedrijven).
Beschikbaarstelling Verhuur van ruimtelijke of elektronische capaciteit. Geen / quasigoederen
capaciteit Geen echte goederenstroom.
Overheid & non-profit Publieke dienstverlening zonder winstdoel. Nvt
Bekostiging via belastingen of subsidies.
12.3 COSO-doelstellingen
Alle beheersingsmaatregelen zijn te relateren aan drie COSO-doelstellingen:
• Effectiviteit & efficiëntie van de bedrijfsvoering (operationele risico's)
• Kwaliteit van informatieverzorging (betrouwbaarheid financiële verslaggeving)
• Naleving van wet- en regelgeving (compliance risico's)
2
,Hoofdstuk 13 – Handelsorganisaties
Handelsorganisaties kopen en verkopen goederen zonder deze te transformeren. De drie primaire
processen zijn: inkoop, voorraad en verkoop. De goederenformule is het centrale
controlemechanisme:
Beginvoorraad + inkopen – eindvoorraad = verkochte goederen
13.1 Twee Subtypen
Kenmerk Verkoop contante betaling Verkoop op rekening
Typisch voorbeeld Detailhandel (supermarkt, kledingzaak) Groothandel, B2B-leverancier
Betaling Direct bij aankoop Achteraf via factuur
Grootste risico Diefstal kasgeld / goederen; Niet-kredietwaardige klanten; niet
samenspanning kassier-klant factureren
Kernmaatregel Kassaprocedure + kasopname + Voorfacturering + aanmaningsprocedure
volledigheid oogtoezicht
Debiteuren Niet van toepassing Centrale rol; kredietlimiet vereist
13.2 Risico's, Gevolgen en Maatregelen
Risico Gevolg Oorzaak Beheersingsmaatregelen
Diefstal kasgeld Verlies activa Onvoldoende Kassaprocedure, dagelijkse kasopname,
beveiliging oogtoezicht, afsluitbare kassa
Diefstal goederen Verlies activa Onvoldoende Gesloten magazijn, kwijting bij afgiften,
magazijnbeveiliging periodieke inventarisatie
Samenspanning Verlies activa & Meerdere functies bij Functiescheiding kassier/bediening,
kassier–klant omzet 1 persoon kassabon met waarde, oogtoezicht
Niet- Oninbare Onvoldoende Kredietlimiet instellen, kredietbeoordeling
kredietwaardige vorderingen kredietcheck door aparte afdeling
klanten
Niet of onvolledig Omzetverlies Geen functiescheiding Voorfacturering, autorisatieprocedure,
factureren verbandscontroles
Te grote Liquiditeitsrisico Geen Aanmaningsprocedure, bewaking ouderdom
debiteurenpositie aanmaningsprocedur vorderingen
e
13.3 Functiescheiding Handelsorganisaties
Functie Taak Type Toelichting
Inkoper Inkopen van goederen Beschikkend Mag niet bewaren of registreren
Magazijnmedewerker Bewaren van goederen Bewarend Gescheiden van inkoop en
verkoop
Verkoper / Verkopen en orders Beschikkend Mag niet incasseren of
Accountmanager accepteren registreren
Debiteurenadministratie Bewaken vorderingen Bewarend Gescheiden van orderacceptatie
Kassier / Ontvangen/bewaren geld Bewarend Gescheiden van bewaring
Procuratiehouder goederen
Financiële administratie Registreren transacties Registrerend Volledig onafhankelijk
Controller / Hoofd FA Controleren verbanden Controlerend Verbandscontroles,
cijferbeoordelingen
3
, Hoofdstuk 14 – Productieorganisaties
Productieorganisaties transformeren inputs (grondstoffen, onderdelen) tot eindproducten. De drie
primaire processen zijn: inkoopproces, productieproces en verkoopproces. De interne beheersing
richt zich primair op het productieproces.
14.1 Vier Typen Productieorganisaties
Type Kenmerken Productiestandaard Hoofdrisico Voorbeeld
Productie op Gestandaardiseerde Nauwkeurig Inefficiëntie; geen Bierbrouwerij,
voorraad producten voor (repeterend) verband productie- steenfabriek
anonieme markt; verkoop
vaste recepturen
Massamaatwerk Standaardonderdelen Zeer nauwkeurig Product voldoet niet Dell,
in klantspecificaties (specificatie = aan klantspecificatie automobielindustri
samengesteld; standaard) e
modulaire opbouw
Agrarisch / Transformatie op Onzeker (natuur, Onzekerheid Akkerbouw,
Extractief natuurlijke wijze; weer) opbrengsten; veel olie-/gaswinning
afhankelijk externe wet- & regelgeving
factoren
Productie op Unieke producten op Onnauwkeurig Onbetrouwbare Scheepswerf,
order klantspecificatie; (uniek product) standaarden; bouwbedrijf
zachte normen verschuivingsgevaar
14.2 Cruciale Drie-Weg Functiescheiding (alle typen)
De meest fundamentele functiescheiding bij productieorganisaties is de scheiding tussen:
• Bedrijfsbureau — kwantitatieve voorcalculatie & productieplanning (beschikkend t.a.v.
productieproces)
• Productieafdeling — uitvoering van de productie (uitvoerend)
• Financiële administratie — nacalculatie & registratie feitelijk verbruik
(registrerend/controlerend)
Het bedrijfsbureau mag geen bemoeienis hebben met de productie-uitvoering vanuit het oogpunt van
functiescheiding.
14.3 Goederenformules per Type
14.3.1 Productie op Voorraad
Beginvoorrrad grondstoffen + inkopen – eindvoorraad grondstoffen =
afgegeven aan productie
Afgegeven grondstoffen × productiestandaard = op te leveren
eindproducten
Op te leveren ± efficiëntieverschillen = opgeleverde eindproducten
Beginvoorraad eindproducten + opgeleverd – eindvoorraad = verkochte
eindproducten
Verkochte eindproducten × (advies)prijs = verantwoorde opbrengst in
geld
14.3.2 Massamaatwerk
Beginvoorraad onderdelen + ingekochte/geproduceerde onderdelen –
eindvoorraad = afgegeven
Afgegeven onderdelen × standaard = op te leveren ±
efficiëntieverschillen = opgeleverd
Opgeleverde eindproducten = verkochte eindproducten (direct naar
klant, geen magazijn)
14.3.3 Agrarisch / Extractief
Hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen × productiestandaard =
hoeveelheid eindproduct
Hoeveelheid eindproduct × (markt)prijs = verantwoorde opbrengst
4