Er zijn meerdere psychologische reacties bij
SCI (spinal cord injury): trauma, ontkenning,
angst, rouw, depressie en cognitieve
stoornissen. Er zijn verschillende bekende
modellen voor verwerking. Rouwtaken van
Worden (1992) omschrijft verschillende
stappen: aanvaarden van het verlies,
doorleven van het verdriet, aanpassen aan de
nieuwe situatie en weer oppakken. De fasen
van rouwverwerking van Spiegel (1998) heeft
verschillende fases: shockfase,
ontkenningsfase, depressiviteit,
opstandigheid en tot slot acceptatie. Als laatst
is er nog Kubler Ross met een grafiek:
Er is wel kritiek op de modellen want: verwerking is
niet volgens een vast patroon, er zijn grote individuele
verschillen en niet iedereen is emotioneel. Recentelijk
is er door Christel van Leeuwen onderzoek gedaan
naar de Quality of Life in de eerste 5 jaar na SCI. Hierin
zijn grote verschillen in QoL te zien. Er is geen
samenhangt met: demografisch, kenmerken SCI,
fysiek en sociaal. Er is wel een samenhang met
psychologische kenmerken en sociale steun.
Er zijn bepaalde voorspellers van het verloop, namelijk
zelfeffectiviteit, neuroticisme (grootte van emotionele
(in)stabiliteit) en sociale steun.
De hierarchie van coping (Burken) is als volgt:
Na onderzoek (Lankeveld) blijkt dat het flexibel kunnen aanpassen van
doelen belangrijk is voor de acceptatie bij SCI.
Voor fysiotherapie is positieve psychologie belangrijk (bij amputatie). Hieronder valt: hope, optimism,
resilience/endurance, benefit finding, meaning making en post traumatic growth.