Een goede rekenles
10 tips voor een goede rekenles:
1. De basis voor een goede rekenles is een goed pedagogisch klimaat en een effectief
klassenmanagement
- Cognitieve veiligheid: Fouten maken mag, Stimuleren om dingen eerst zelf te
proberen
- Motiveren: Hoe kan ik de leerlingen enthousiast krijgen?
- Routines en regels
2. Vanaf groep 3 een tijdsindicatie van 1 uur aanhouden voor een rekenles
3. Heb hoge verwachtingen van leerlingen
4. Bepaal de doelstelling en de essentie van de rekenles: bespreken van het leerdoel
met de leerlingen
5. Realiseer u dat de rekenles deel uitmaakt van een leerlijn: zorg dat de doelen passen
in de leerlijn
6. Varieer in een meer open of meer sturende didactiek: afhankelijk van de doelstelling
7. Denk na over de keuze van werkvormen en houd de kinderen actief bij de les
8. Een goede rekenles bevat voldoende oefenmomenten
9. Ken uw klas en denk tijdens de voorbereiding na over aanpassingen in instructie, tijd
en werkvormen
10. Evalueer de les
Groepsinstructie rekenen
Effectieve rekeninstructie is het hart van de rekenles
Groepsinstructie vindt plaats nadat er een klassikale oefening heeft plaatsgevonden
8 tips:
1. Schrijf het lesdoel op het bord en bespreek deze met de leerlingen
2. U blikt samen met de leerlingen terug op de leerstof die ten grondslag ligt aan het
onderwerp van deze rekenles: voorkennis ophalen
3. Nieuwe leerstof introduceert u altijd in een context die u kort met de leerlingen
bespreekt: getallen/bewerkingen krijgen dan betekenis
4. De leerlingen gaan na de introductie in tweetallen aan de slag om het probleem dat u
in de context aan de orde stelde op te lossen
5. U besteedt aandacht aan de oplossingswijzen en aanpakken van de leerlingen:
inzoomen op de meest efficiënte strategieën
6. U ondersteunt het denken van leerlingen door tijdens uw instructie gebruik te maken
van didactisch materiaal, modellen of schema’s
7. Na de instructie maakt u de eerste opgaven samen met de leerlingen (begeleid
oefenen)
8. Wees duidelijk over wat u van de leerlingen verwacht tijdens het zelfstandig werken
Passend onderwijs voor sterke rekenaars
Kenmerken van sterke rekenaars:
- Goed in het leggen van verbanden
- Goed in het analyseren
- Maken grote denksprongen
, - Interesse in rekenen en wiskunde
- Oog voor structuren en patronen
- Zien snel verbanden bij wiskundige problemen
- Divergent en convergent denkvermogen
- Creativiteit, ze kunnen reken-wiskundekennis op een nieuwe manier gebruiken
‘Vlot’ rekenen en ‘sterk’ rekenen
- Je kan onderscheid maken tussen vlot en sterk rekenen
- Onderscheid niet maken op basis van toetsscores of vaardigheidsscores
- Taxonomie van Bloom maakt het verschil duidelijker:
- Eerste drie niveaus zouden alle leerlingen vlot en foutloos moeten kunnen
rekenen -> vlotte rekenaar zal dit snel kunnen en zal uitgedaagd moeten worden
op het niveau van analyseren, evalueren en creëren om een sterke rekenaar te
worden
- Gemiddelde leerlingen zal regelmatig toekomen aan uitdaging op de eerste drie
niveaus
- Drie niveaus zijn lastig te vinden in de opdrachten in reguliere rekenmethoden
Goede opdrachten voor rekensterke leerlingen
- Opdrachten op de hoogste drie niveaus voldoen aan de volgende criteria
Open opdrachten
Complexe opdrachten
Betekenisvolle opdrachten
Doen een beroep op creativiteit
Lokken een onderzoekende houding uit
Nodigen uit tot reflectie
Dagen uit tot denken op een hoger niveau (Bloom)
Doen een beroep op metacognitieve vaardigheden en ‘leren leren’
Mogelijke hobbels voor sterke rekenaars
- Automatiseren en memoriseren
Sterke rekenaars zien er het nut er niet van in
Ze geven zichzelf wat meer uitdaging door dit soort sommen steeds
razendsnel uit te rekenen omdat dat hen meer voldoening geef dan het
antwoord direct weten
Geeft meer problemen in hogere leerjaren aangezien ze dan meerdere
berekeningen tegelijk moeten doen
- Leren leren
Lesstof in de klas vaak lager niveau -> hierdoor leren ze minder snel hoe
ze een probleem moeten oplossen
Hebben ook instructie nodig
Begeleiding belangrijk bij de werkhouding: hoe ga je om met iets dat je
nog niet weet, hoe ga je om met fouten maken etc.
- Grote denksprongen maken, tussenstappen opschrijven of hardop verwoorden