Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Interview

Maatschappijwetenschappen Binding + Verandering begrippen

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
9
Geüpload op
08-04-2021
Geschreven in
2020/2021

Dit is een begrippenlijst van de begrippen van het onderdeel binding en verandering van Maatschappijwetenschappen. Ook alle verschillende rijtjes zoals de functies van politieke partijen en de kanttekeningen van rationalisering staan erin.

Meer zien Lees minder
Niveau
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Begrippen Binding + Verandering VWO
Binding = de relatie en onderlinge afhankelijkheden tussen mensen in een gezin of familie,
tussen leden van een groep, in de maatschappij en op het niveau van de staat.
Interdependenties = wederzijdse afhankelijkheid.
Economische bindingen = afhankelijkheden die te maken hebben met de productie en
distributie van schaarse goederen.
Politieke bindingen = afhankelijkheden die te maken hebben met de politieke macht die
mensen hebben en met het feit dat er collectief zaken geregeld moeten zijn o.a. de verdeling
van collectieve goederen.
Affectieve bindingen = afhankelijkheden die te maken hebben met positieve en negatieve
gevoelens van mensen voor elkaar.
Cognitieve bindingen = afhankelijkheden die te maken hebben met het feit dat mensen van
en aan elkaar leren.
Meervoudige identiteit = een dynamische, meervoudige en wisselende identificatie met
verschillende groepen of personen.
Socialisatie = het proces van overdracht en verwerving van de cultuur van de groep(en) en
de samenleving waar mensen toe behoren. Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en
andere vormen van omgang met anderen.
Sociale (on)gelijkheid = een situatie waarin verschillen tussen mensen in al dan niet
aangeboren kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en leiden
tot een ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en
behandeling.
Groepsvorming = het tot stand komen van bindingen tussen meer dan twee mensen,
doordat ze elkaar beïnvloeden en gemeenschappelijke waarden en normen ontwikkelen.
Variabelen = de eigenschappen van de objecten die de onderzoeker in het bijzonder
interesseren en die van elkaar kunnen verschillen.

Vijf fasen bij ontwikkelingen van groepen:
1. Oriëntatiefase: onzekerheid over de manier van het met elkaar omgaan overheerst.
2. Conflictfase: verschillen in opvattingen worden duidelijk en dat leidt tot conflicten. De
manier waarop met tegenstellingen moet worden omgegaan is nog onduidelijk.
3. Integratiefase: een zeker evenwicht komt tot stand tussen opvattingen over
samenwerking. Gedeelde normen worden duidelijker en dat maakt het mogelijk om
naar elkaar te luisteren en elkaar meer te steunen.
4. Uitvoeringsfase: samenwerking in de groep verloopt ongestoord en voor zover er
problemen zijn liggen die niet op het vlak van de onderlinge samenwerking.
5. Ordefase: de groepsleden proberen de manier van samenwerken aan verdere regels
te binden en zo te komen tot institutionalisering van de groepssamenwerking.

Institutionalisering = het proces waarbij een complex van waarden en min of meer
geformaliseerde regels vastgelegd wordt in standaard gedragspatronen, die het gedrag van
mensen en hun onderlinge relaties reguleren.
Formele groep = vast omschreven doelen, vastgelegde regels en procedures, bepaalde
rollenstructuur en een hiërarchie.
Informele groep = stilzwijgende binding zonder vastgelegde doelen en normen,
rollenstructuur en hiërarchie.
Primaire groep = groep met persoonlijke en emotionele band, die elkaar steun biedt en
loyaal is aan elkaar.
Secundaire groep = doelgericht, onpersoonlijk en functioneel georiënteerd.
Ingroup = groep die een persoon een sociale binding en identiteit geeft.
Outgroup = groep waar een persoon afwijzend tegenover staat of competitieve gevoelens
mee heeft.
Conflict = een situatie waarin individuen, groepen en/of staten elkaar tegenwerken om de
eigen doelen te bereiken.

, Situaties waarin mensen niet bij groep mogen horen:
1. Dropping out/opting out: er niet meer bij willen horen.
2. Uitsluiting en discriminatie: er niet meer bij mogen horen.
3. Armoede en werkeloosheid: er niet meer bij kunnen horen.

Sociale instituties = complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van
mensen en hun onderlinge relaties reguleren.

Drie factoren die de sociale cohesie bevorderen:
1. Wederzijdse afhankelijkheid (of eigenbelang).
2. Dwang (of macht)
3. Gedeelde waarden en normen (saamhorigheidsbesef).

Sociale controle = mensen onderling en in groepsverband via sancties aansporen om zich
aan de waarden en normen van de maatschappij te houden.

Drietal probleemgebieden die betrekking hebben op politieke cohesie:
1. De politieke betrokkenheid: de binding van de burgers aan de politiek zou
verminderd zijn.
2. De bestuurlijke schaalvergroting: de politie, de veiligheid, de gezondheid, de
infrastructurele voorzieningen gaan de gemeentelijke schaal te boven.
3. ‘Gemankeerde communicatie’: veel bestuurders en politici spreken een eigen taal,
die niet wordt verstaan door burgers.

Vier kenmerken sociale instituties:
1. Ze hebben vaak een lange traditie.
2. Ze zijn enerzijds vrij stabiel, maar anderzijds ook relatief veranderlijk en veranderbaar
omdat het gedragspatronen van mensen betreft.
3. Ze hebben een ‘eigen realiteit’; een individu kan ze niet op eigen kracht zomaar
veranderen.
4. Ze zijn niet alleen gebaseerd op dwingende macht, maar berusten vaak op gezag.

Acculturatie = het aanleren en verwerven van een andere cultuur of elementen daaruit, dan
die waarin iemand is opgegroeid.
Raadplegend referendum = middels een referendum kan men de bevolking om zijn mening
vragen en hoeft de meerderheidswens bij dit referendum door de regering niet te worden
uitgevoerd.
Correctief referendum = een bindend referendum kan men de bevolking om zijn mening
vragen en hoeft de meerderheidswens bij dit referendum door de regering niet te worden
uitgevoerd.
Bindend referendum = de bevolking doet een uitspraak over een politiek gevoelige kwestie
waarbij de uitspraak opgevolgd dient te worden door de regering.
Electorale participatie = activiteiten van burgers rondom verkiezingen.
Niet-electorale participatie = contact met autoriteiten, politici afgevaardigden en partijen.
Burgerlijke ongehoorzaamheid = mensen overtreden bewust op grond van hun geweten
openlijk de wet op een geweldloze manier, met als doel en wet ter discussie te stellen en te
veranderen.
Pressiegroep = een groep die het overheidsbeleid probeert te beïnvloeden zonder
kandidaten te stellen voor verkiezingen.
Actiegroepen = organisaties of groepen burgers die zich gedurende een bepaalde tijd
inzetten voor een bepaald belang/actiepunt of ideaal.
Sociale bewegingen = het geheel van groepen en organisaties die met elkaar een bepaalde
doelstelling gemeenschappelijk hebben, maar van elkaar verschillen qua strategie en
organisatievorm.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
Niveau
Vak
School jaar
6

Documentinformatie

Geüpload op
8 april 2021
Aantal pagina's
9
Geschreven in
2020/2021
Type
INTERVIEW
Bedrijf
Onbekend
Persoon
Onbekend

Onderwerpen

$4.18
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
isavaneijkelenburg

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
isavaneijkelenburg
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
3
Documenten
7
Laatst verkocht
2 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen