Naam: Klas: 2Hb
Boektoets 2: Tijd en keuzeopdracht
Bij de opdrachten mag je het boek gebruiken, maar geen uittreksels van internet. Let goed
op spelling en interpunctie; per fout gaat er 0,1 pt af. Als gevraagd wordt om te citeren,
doe dat dan volgens de regels die je geleerd hebt.
1. Vul hier de gegevens van het boek in.
Schrijver: Simone van der Vlugt
Titel: In mijn dromen
Uitgever: Anthos
2. Maak een mini-samenvatting van vier alinea’s en ongeveer 200 woorden (je mag hier
10% van afwijken). Hierin moeten de punten 1 t/m 4 in een goedlopend verhaal verwerkt
worden. Je schrijft volledige zinnen, dus geen opsommingen.
1. Noem en beschrijf de hoofdpersoon of hoofdpersonen, zoals hun naam, leeftijd,
karakter, relatie met elkaar enz.);
2. Beschrijf het belangrijkste probleem waarmee hij/zij te maken krijgt/krijgen
of de situatie waarin hij/zij terechtkomt/terechtkomen. Noem details!;
3. Beschrijf wat de hoofdpersoon/hoofdpersonen doen om het probleem op te lossen
of hoe hij/zij met deze situatie omgaat/omgaan;
4. Beschrijf de afloop van het verhaal.
Rosalie Wesselink is een vrouw van midden dertig. Ze heeft een eigen kapsalon in
de Pijp in Amsterdam. Rosalie heeft soms voorspellende dromen, die dromen
worden meestal werkelijkheid. De ouders van Rosalie zijn rooms-katholiek. Haar
tante Josefien zit in een tehuis, ze zegt de gaven van Rosalie vroeger al herkend
te hebben. Ze heeft een vriend Jeroen, hij is tien jaar ouder dan Rosalie. Het
verhaal van Rosalie wordt regelmatig onderbroken door het leven van een
Marokkaanse man. Rosalie heeft een droom gehad die ging over een vliegtuig die
neerstortte waar ze in zat. Het was allemaal zo realistisch en ze kon alles zo
duidelijk en helder zien. Ze is bang geworden van die droom en heeft haar vlucht
omgeboekt . Jeroen deed dat niet en het afscheid was niet echt warmhartig. Uren
later kwam het bericht dat het vliegtuig was neergestort. Later in het boek krijgt ze
weer zo’n droom en besluit ze het niet te laten voor wat het is. Ze gaat naar de
politie en ze beschreef de jongen die volgens haar een bom gaat laten ontploffen
in de metro op Koninginnedag. Gelukkig bleef het bij een droom. In het einde zoent
ze haar nieuwe geliefde.
Fictiedossier klas 2 hoofdstuk 2
Boektoets 2: Tijd en keuzeopdracht
Bij de opdrachten mag je het boek gebruiken, maar geen uittreksels van internet. Let goed
op spelling en interpunctie; per fout gaat er 0,1 pt af. Als gevraagd wordt om te citeren,
doe dat dan volgens de regels die je geleerd hebt.
1. Vul hier de gegevens van het boek in.
Schrijver: Simone van der Vlugt
Titel: In mijn dromen
Uitgever: Anthos
2. Maak een mini-samenvatting van vier alinea’s en ongeveer 200 woorden (je mag hier
10% van afwijken). Hierin moeten de punten 1 t/m 4 in een goedlopend verhaal verwerkt
worden. Je schrijft volledige zinnen, dus geen opsommingen.
1. Noem en beschrijf de hoofdpersoon of hoofdpersonen, zoals hun naam, leeftijd,
karakter, relatie met elkaar enz.);
2. Beschrijf het belangrijkste probleem waarmee hij/zij te maken krijgt/krijgen
of de situatie waarin hij/zij terechtkomt/terechtkomen. Noem details!;
3. Beschrijf wat de hoofdpersoon/hoofdpersonen doen om het probleem op te lossen
of hoe hij/zij met deze situatie omgaat/omgaan;
4. Beschrijf de afloop van het verhaal.
Rosalie Wesselink is een vrouw van midden dertig. Ze heeft een eigen kapsalon in
de Pijp in Amsterdam. Rosalie heeft soms voorspellende dromen, die dromen
worden meestal werkelijkheid. De ouders van Rosalie zijn rooms-katholiek. Haar
tante Josefien zit in een tehuis, ze zegt de gaven van Rosalie vroeger al herkend
te hebben. Ze heeft een vriend Jeroen, hij is tien jaar ouder dan Rosalie. Het
verhaal van Rosalie wordt regelmatig onderbroken door het leven van een
Marokkaanse man. Rosalie heeft een droom gehad die ging over een vliegtuig die
neerstortte waar ze in zat. Het was allemaal zo realistisch en ze kon alles zo
duidelijk en helder zien. Ze is bang geworden van die droom en heeft haar vlucht
omgeboekt . Jeroen deed dat niet en het afscheid was niet echt warmhartig. Uren
later kwam het bericht dat het vliegtuig was neergestort. Later in het boek krijgt ze
weer zo’n droom en besluit ze het niet te laten voor wat het is. Ze gaat naar de
politie en ze beschreef de jongen die volgens haar een bom gaat laten ontploffen
in de metro op Koninginnedag. Gelukkig bleef het bij een droom. In het einde zoent
ze haar nieuwe geliefde.
Fictiedossier klas 2 hoofdstuk 2