, Gedrag in organisaties alblas 9e oefentoets
Oefentoets 65 vragen en antwoorden
20 open vragen
Hoofdstuk 1 – Individu en motivatie in organisaties
1. Analyseer hoe het psychologisch contract de relatie tussen individu en organisatie
beïnvloedt. Bespreek daarbij de gevolgen van contractbreuk voor betrokkenheid,
prestaties en verloopintentie.
2. Leg uit hoe affectieve, continuïteits- en normatieve betrokkenheid zich van elkaar
onderscheiden en analyseer in welke situaties elke vorm dominant kan zijn.
3. Vergelijk intrinsieke en extrinsieke motivatie in termen van duurzaamheid,
gedragsintensiteit en kwaliteit van prestaties. Onderbouw wanneer extrinsieke
prikkels intrinsieke motivatie kunnen ondermijnen.
4. Bespreek hoe ervaren billijkheid (distributief, procedureel en interactioneel)
doorwerkt in motivatie en vertrouwen. Geef aan welke organisatorische maatregelen
gevoelens van onrechtvaardigheid kunnen beperken.
5. Analyseer de relatie tussen persoonlijkheidskenmerken en functioneren in
teamverband. In hoeverre kan context gedrag compenseren of versterken?
Hoofdstuk 2 – Inpassen, motiveren en binden
6. Beoordeel het belang van een gestructureerd onboardingproces voor duurzame
inzetbaarheid en organisatiebinding. Welke risico’s ontstaan bij een gebrekkig
inpasproces?
7. Vergelijk formele en informele methoden van inpassen. Onder welke
omstandigheden is een combinatie van beide het meest effectief?
8. Analyseer de rol van leiderschap bij het bevorderen van intrinsieke motivatie. Welke
gedragingen versterken autonomie, competentie en verbondenheid?
9. Leg uit hoe motivatie op individueel niveau kan doorwerken naar team- en
organisatieniveau. Welke mechanismen verklaren deze doorwerking?
10. Bespreek het spanningsveld tussen flexibilisering van arbeid en organisatiebinding.
Welke HR-interventies kunnen betrokkenheid behouden in een flexibele
arbeidsrelatie?
, Gedrag in organisaties alblas 9e oefentoets
Hoofdstuk 3 – Groepen en samenwerking
11. Analyseer hoe groepsnormen ontstaan en hoe zij zowel prestaties kunnen
bevorderen als belemmeren.
12. Leg uit hoe sociale beïnvloedingsprocessen zoals conformiteit en groepsdenken de
kwaliteit van besluitvorming kunnen aantasten.
13. Bespreek de fasen van groepsontwikkeling en analyseer welke
leiderschapsinterventies passend zijn in elke fase.
14. Evalueer de invloed van groepsstructuur (grootte, rollen, status en
communicatiepatronen) op effectiviteit en cohesie.
15. Analyseer oorzaken van lage groepsprestaties en geef aan hoe procesverliezen
kunnen worden beperkt.
Hoofdstuk 4 – Macht, structuur en cultuur
16. Vergelijk verschillende machtsbronnen en analyseer welke vormen van macht het
meest bijdragen aan duurzame invloed.
17. Bespreek de risico’s en signalen van machtsmisbruik binnen organisaties. Welke
preventieve maatregelen zijn effectief?
18. Analyseer de verschillen tussen mechanistische en organische structuren en geef aan
in welke omgevingen elk type het meest geschikt is.
19. Leg uit hoe organisatiecultuur wordt gevormd en in stand gehouden. Welke rol
spelen leiders en beloningssystemen hierbij?
20. Analyseer waarom cultuurverandering complex is. Welke samenhangende
interventies vergroten de kans op succesvolle cultuurverandering?