Privaatrecht tentamenstof
Week 1
Wat is privaatrecht
Privaatrecht is het recht dat gaat over de verhouding tussen burgers onderling en tussen
burgers en bedrijven en andere rechtspersonen.
- Ook regels over de beslechting van privaatrechtelijke geschillen behoren tot het
privaatrecht
Privaatrecht en publiekrecht
Naast het privaatrecht staat het publiekrecht, dat ziet op de verhoudingen tussen de
overheid en burgers en bedrijven.
- Soms neemt de overheid aan het rechtsverkeer deel door iets te doen dat een
bedrijf of burgers ook kan doen. In Nederland worden dit soort gevallen in het
privaatrecht geregeld.
- De overheid moet zich in het privaatrecht houden aan het gelijkheidsbeginsel
- Soms valt een onderwerp zowel onder privaatrecht als onder het publiekrecht
Bronnen van privaatrecht
Het burgerlijk wetboek bevat de volgende boeken:
1. Personen- en familierecht
2. Rechtspersonen
3. Vermogensrecht in het algemeen
4. Erfrecht
5. Zakelijke rechten
6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
7. Bijzondere overeenkomsten
8. Verkeersmiddelen en vervoer
10. internationaal privaatrecht
Naast het burgerlijk wetboek, bestaan ook andere bronnen van privaatrecht
EU-Recht: veel regels vloeit voort uit Europese richtlijnen
Verdragen: internationale afspraken tussen staten spelen een rol in het
Nederlandse privaatrecht
Grondrechten: kunnen doorwerken in privaatrechtelijke verhoudingen.
Faillissementswet & restant Wetboek van Koophandel
Bijzondere wetten: auteurswet en de Octrooiwet
Jurisprudentie: verduidelijkt het privaatrecht en ontwikkelt het verder
Ongeschreven recht: zoals de normen van de maatschappelijke zorgvuldigheid en
van de redelijkheid en billijkheid
Redelijkheid en billijkheid = een juridisch begrip dat betekent dat mensen in het
recht eerlijk, zorgvuldig en op een manier handelen die in de gegeven situatie redelijk is.
Het wordt vooral gebruikt om afspraken, contracten en gedrag te beoordelen.
Redelijkheid = wat een gemiddeld en redelijk denkend persoon in dezelfde
omstandigheden zou doen logica, verstandigheid
Billijkheid = richt zich meer op eerlijkheid, rechtvaardigheid en moraliteit kijkt naar
specifieke omstandigheden en belangen van beide partijen
De rechter kan op basis van redelijkheid en billijkheid:
Een contract aanvullen, als een afspraak ontbreekt.
Een bepaling buiten werking stellen, als die in de situatie te onredelijk uitpakt.
Gedrag of afspraken beoordelen op eerlijkheid en rechtvaardigheid.
Het burgerlijk recht omvat twee onderdelen:
, Personen- en familierecht
Vermogensrecht
Het vermogensrecht gaat over alle rechten en plichten met economische waarde.
Het vermogen bestaat uit goederen: goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten
(art. 3:1)
Iedere zaak is dus een goed, maar niet ieder goed is een zaak. Een vermogensrecht is wel
een goed, maar geen zaak.
Boek 3: vermogensrecht in het algemeen, zijn regels die gelden voor goederen, dat wil
zeggen voor zowel zaken als vermogensrechten.
Boek 5: zakelijke rechten, bevat bepalingen die uitsluitend betrekking hebben op zaken
(stoffelijke objecten)
Grondbegrippen van privaatrecht
Rechtssubject (wie kan rechten hebben?)
- Natuurlijke personen
- Rechtspersonen
Rechtsobject (waarop kan men rechten hebben?)
- Goederen (3:1) Zaken (3:2), vermogensrechten (3:6), dieren (dieren zijn geen
zaken maar worden wel zo behandeld (3:2a)
- Zaken = vatbare stoffelijke objecten onroerend (3:3) en roerend
- Roerend = alle zaken die niet onroerend zijn
- Onroerend = de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond
verenigde beplantingen en de gebouwen en werken die duurzaam met de grond
zijn verenigd. (Art. 3:3 lid 1)
- Vermogensrecht niet-registergoed (grond, groot schip, hypotheek) en
registergoed (vorderingsrecht, paard, auto)
Registergoederen zijn goederen waarbij het overdragen via een register moet (art. 3:10)
Niet-registergoed = overdragen van eigendom door iemand de macht te verschaffen
Alle onroerende zaken zijn registergoederen
Sommige roerende zaken zijn registergoederen
Sommige vermogensrechten zijn registergoederen.
Rechtsfeitenschema
,Rechtsfeit = een feit met een rechtsgevolg
Bloot rechtsfeit = een rechtsfeit dat niet het gevolg is van menselijk handelen (bijv
geboorte)
Rechtshandeling = een handeling met een rechtsgevolg dat intreedt omdat het beoogd
is
Eenzijdige rechtshandeling = wordt door één persoon tot stand gebracht
Gericht = tot een bepaald persoon of meerder personen
Ongericht = niet gericht tot één bepaald persoon
Meerzijdige rechthandeling = vereist samenwerking van meerdere personen
Overeenkomst = afspraak tussen minstens twee partijen, die gericht is op het
ontstaan van een rechtsgevolg, ten gunste van één partij en ten laste van de
andere partij
o Verbintenis scheppend = verbintenis houdt in dat de ene partij
de andere partij een bepaalde prestatie verschuldigd is. komt tot
stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan
Wederkerig = nemen beide partijen een verplichting op
zich
Niet-wederkerig = neemt slechts één partij een
verplichting op zich
Andere meerzijdige rechtshandeling = voorbeeld: meerderheidsbesluit van de
algemene ledenvergadering van een vereniging
Andere handeling = als het intreden van het rechtsgevolg niet afhankelijk is van het
beoogd zijn van het rechtsgevolg door degene die de handeling verricht
Onrechtmatige daad = iemand iets doet wat in strijd is met het recht, en
daardoor een andere schade toebrengt schadevergoeding
Rechtmatige daad = wanneer iemand rechtmatige handelt, dus zonder iets
onrechtmatigs te doen, maar waarbij toch een bepaalde juridische rechtsgevolg of
verplichting ontstaat
o Zaakwaarneming (art 6:198)
o Onverschuldigde betaling (art. 6:203)
o Ongerechtvaardigde verrijking (6:21)
, Vermogensrec
ht
Absolute Relatieve rechten
(Persoonlijke
rechten
Eigendom (5:1) Beperkte Rechten op
rechten (3:8) immateriële
goederen
Op zaken Op andere
goederen
Eigendom en vorderingsrecht zijn de grondvormen van het vermogensrecht. Een
confrontatie van eigendom en vorderingsrecht brengt de belangrijkste breuklijnen van het
vermogensrecht aan het licht.
Een vorderingsrecht is relatief = het is een rechtsbetrekking tussen twee bepaalde
personen: schuldeiser en schuldenaar.
Eigendom is een absoluut recht = het kan worden gehandhaafd jegens iedereen. In het
eigendomsrecht staat de eigenaar tegenover de rest van de wereld. Dit heeft twee
aspecten
Exclusiviteit: de eigenaar behoeft niet te genoegen te nemen met het feit dat een
ander van de zaak gebruikmaakt
Exclusiviteit is niet onbeperkt: je moet rekening houden met de rechten van
anderen
Hinder (art.5:37 BW) misbruik van bevoegdheid/recht (art. 3:13 BW) publiekrecht
(sociale eigendom)
Gevolgen van absolute werking
Zaaksgevolg = het eigendomsrecht blijft op de zaak rusten, ook al raakt zij in
andere handen.
Prioriteitsregel = oudste recht gaat voor
Separatisme = faillissement als lakmoesproef recht om iets op te eisen als jij
een absoluut recht hebt
Bij dit vak focussen wij ons zoals we inmiddels wel weten op het vermogensrecht.
Onder het vermogen van een persoon wordt verstaan ‘het geheel van op geld
waardeerbare rechten en verplichtingen dat iemand heeft’, oftewel zijn activa en passiva.
Het begrip vermogensrecht is echter dubbelzinnig en dat komt doordat het
woordje ‘recht’ twee betekenissen heeft:
Objectief recht (het geldende recht): De regels die binnen een bepaald
rechtsgebied op een bepaald tijdstip gelden. In het vermogensrecht betekent dat
dus: ‘alle regels met betrekking tot de subjectieve rechten en plichten die
onderdeel van een vermogen kunnen vormen’. Het (objectieve) vermogensrecht
kan men verder onderverdelen in:
o Het goederenrecht: Dit rechtsgebied ziet op de relatie tussen een
persoon en een bepaald goed, zoals een fiets of auto.
o Het verbintenissenrecht: Dit rechtsgebied ziet op de rechtsverhouding
tussen een persoon en een andere persoon.
Subjectief recht: Een subjectief recht is een aan iemand toekomende
bevoegdheid. Subjectieve rechten kunnen we verder onderverdelen in:
Week 1
Wat is privaatrecht
Privaatrecht is het recht dat gaat over de verhouding tussen burgers onderling en tussen
burgers en bedrijven en andere rechtspersonen.
- Ook regels over de beslechting van privaatrechtelijke geschillen behoren tot het
privaatrecht
Privaatrecht en publiekrecht
Naast het privaatrecht staat het publiekrecht, dat ziet op de verhoudingen tussen de
overheid en burgers en bedrijven.
- Soms neemt de overheid aan het rechtsverkeer deel door iets te doen dat een
bedrijf of burgers ook kan doen. In Nederland worden dit soort gevallen in het
privaatrecht geregeld.
- De overheid moet zich in het privaatrecht houden aan het gelijkheidsbeginsel
- Soms valt een onderwerp zowel onder privaatrecht als onder het publiekrecht
Bronnen van privaatrecht
Het burgerlijk wetboek bevat de volgende boeken:
1. Personen- en familierecht
2. Rechtspersonen
3. Vermogensrecht in het algemeen
4. Erfrecht
5. Zakelijke rechten
6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
7. Bijzondere overeenkomsten
8. Verkeersmiddelen en vervoer
10. internationaal privaatrecht
Naast het burgerlijk wetboek, bestaan ook andere bronnen van privaatrecht
EU-Recht: veel regels vloeit voort uit Europese richtlijnen
Verdragen: internationale afspraken tussen staten spelen een rol in het
Nederlandse privaatrecht
Grondrechten: kunnen doorwerken in privaatrechtelijke verhoudingen.
Faillissementswet & restant Wetboek van Koophandel
Bijzondere wetten: auteurswet en de Octrooiwet
Jurisprudentie: verduidelijkt het privaatrecht en ontwikkelt het verder
Ongeschreven recht: zoals de normen van de maatschappelijke zorgvuldigheid en
van de redelijkheid en billijkheid
Redelijkheid en billijkheid = een juridisch begrip dat betekent dat mensen in het
recht eerlijk, zorgvuldig en op een manier handelen die in de gegeven situatie redelijk is.
Het wordt vooral gebruikt om afspraken, contracten en gedrag te beoordelen.
Redelijkheid = wat een gemiddeld en redelijk denkend persoon in dezelfde
omstandigheden zou doen logica, verstandigheid
Billijkheid = richt zich meer op eerlijkheid, rechtvaardigheid en moraliteit kijkt naar
specifieke omstandigheden en belangen van beide partijen
De rechter kan op basis van redelijkheid en billijkheid:
Een contract aanvullen, als een afspraak ontbreekt.
Een bepaling buiten werking stellen, als die in de situatie te onredelijk uitpakt.
Gedrag of afspraken beoordelen op eerlijkheid en rechtvaardigheid.
Het burgerlijk recht omvat twee onderdelen:
, Personen- en familierecht
Vermogensrecht
Het vermogensrecht gaat over alle rechten en plichten met economische waarde.
Het vermogen bestaat uit goederen: goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten
(art. 3:1)
Iedere zaak is dus een goed, maar niet ieder goed is een zaak. Een vermogensrecht is wel
een goed, maar geen zaak.
Boek 3: vermogensrecht in het algemeen, zijn regels die gelden voor goederen, dat wil
zeggen voor zowel zaken als vermogensrechten.
Boek 5: zakelijke rechten, bevat bepalingen die uitsluitend betrekking hebben op zaken
(stoffelijke objecten)
Grondbegrippen van privaatrecht
Rechtssubject (wie kan rechten hebben?)
- Natuurlijke personen
- Rechtspersonen
Rechtsobject (waarop kan men rechten hebben?)
- Goederen (3:1) Zaken (3:2), vermogensrechten (3:6), dieren (dieren zijn geen
zaken maar worden wel zo behandeld (3:2a)
- Zaken = vatbare stoffelijke objecten onroerend (3:3) en roerend
- Roerend = alle zaken die niet onroerend zijn
- Onroerend = de grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond
verenigde beplantingen en de gebouwen en werken die duurzaam met de grond
zijn verenigd. (Art. 3:3 lid 1)
- Vermogensrecht niet-registergoed (grond, groot schip, hypotheek) en
registergoed (vorderingsrecht, paard, auto)
Registergoederen zijn goederen waarbij het overdragen via een register moet (art. 3:10)
Niet-registergoed = overdragen van eigendom door iemand de macht te verschaffen
Alle onroerende zaken zijn registergoederen
Sommige roerende zaken zijn registergoederen
Sommige vermogensrechten zijn registergoederen.
Rechtsfeitenschema
,Rechtsfeit = een feit met een rechtsgevolg
Bloot rechtsfeit = een rechtsfeit dat niet het gevolg is van menselijk handelen (bijv
geboorte)
Rechtshandeling = een handeling met een rechtsgevolg dat intreedt omdat het beoogd
is
Eenzijdige rechtshandeling = wordt door één persoon tot stand gebracht
Gericht = tot een bepaald persoon of meerder personen
Ongericht = niet gericht tot één bepaald persoon
Meerzijdige rechthandeling = vereist samenwerking van meerdere personen
Overeenkomst = afspraak tussen minstens twee partijen, die gericht is op het
ontstaan van een rechtsgevolg, ten gunste van één partij en ten laste van de
andere partij
o Verbintenis scheppend = verbintenis houdt in dat de ene partij
de andere partij een bepaalde prestatie verschuldigd is. komt tot
stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan
Wederkerig = nemen beide partijen een verplichting op
zich
Niet-wederkerig = neemt slechts één partij een
verplichting op zich
Andere meerzijdige rechtshandeling = voorbeeld: meerderheidsbesluit van de
algemene ledenvergadering van een vereniging
Andere handeling = als het intreden van het rechtsgevolg niet afhankelijk is van het
beoogd zijn van het rechtsgevolg door degene die de handeling verricht
Onrechtmatige daad = iemand iets doet wat in strijd is met het recht, en
daardoor een andere schade toebrengt schadevergoeding
Rechtmatige daad = wanneer iemand rechtmatige handelt, dus zonder iets
onrechtmatigs te doen, maar waarbij toch een bepaalde juridische rechtsgevolg of
verplichting ontstaat
o Zaakwaarneming (art 6:198)
o Onverschuldigde betaling (art. 6:203)
o Ongerechtvaardigde verrijking (6:21)
, Vermogensrec
ht
Absolute Relatieve rechten
(Persoonlijke
rechten
Eigendom (5:1) Beperkte Rechten op
rechten (3:8) immateriële
goederen
Op zaken Op andere
goederen
Eigendom en vorderingsrecht zijn de grondvormen van het vermogensrecht. Een
confrontatie van eigendom en vorderingsrecht brengt de belangrijkste breuklijnen van het
vermogensrecht aan het licht.
Een vorderingsrecht is relatief = het is een rechtsbetrekking tussen twee bepaalde
personen: schuldeiser en schuldenaar.
Eigendom is een absoluut recht = het kan worden gehandhaafd jegens iedereen. In het
eigendomsrecht staat de eigenaar tegenover de rest van de wereld. Dit heeft twee
aspecten
Exclusiviteit: de eigenaar behoeft niet te genoegen te nemen met het feit dat een
ander van de zaak gebruikmaakt
Exclusiviteit is niet onbeperkt: je moet rekening houden met de rechten van
anderen
Hinder (art.5:37 BW) misbruik van bevoegdheid/recht (art. 3:13 BW) publiekrecht
(sociale eigendom)
Gevolgen van absolute werking
Zaaksgevolg = het eigendomsrecht blijft op de zaak rusten, ook al raakt zij in
andere handen.
Prioriteitsregel = oudste recht gaat voor
Separatisme = faillissement als lakmoesproef recht om iets op te eisen als jij
een absoluut recht hebt
Bij dit vak focussen wij ons zoals we inmiddels wel weten op het vermogensrecht.
Onder het vermogen van een persoon wordt verstaan ‘het geheel van op geld
waardeerbare rechten en verplichtingen dat iemand heeft’, oftewel zijn activa en passiva.
Het begrip vermogensrecht is echter dubbelzinnig en dat komt doordat het
woordje ‘recht’ twee betekenissen heeft:
Objectief recht (het geldende recht): De regels die binnen een bepaald
rechtsgebied op een bepaald tijdstip gelden. In het vermogensrecht betekent dat
dus: ‘alle regels met betrekking tot de subjectieve rechten en plichten die
onderdeel van een vermogen kunnen vormen’. Het (objectieve) vermogensrecht
kan men verder onderverdelen in:
o Het goederenrecht: Dit rechtsgebied ziet op de relatie tussen een
persoon en een bepaald goed, zoals een fiets of auto.
o Het verbintenissenrecht: Dit rechtsgebied ziet op de rechtsverhouding
tussen een persoon en een andere persoon.
Subjectief recht: Een subjectief recht is een aan iemand toekomende
bevoegdheid. Subjectieve rechten kunnen we verder onderverdelen in: