Leerdoelen week 3
Leerdoel 1: je kunt de subjectieve bestanddelen (opzet en schuld)
herkennen in de delictsomschrijvingen in de wet
Opzet: opzet kent de volgende gradaties
o Willens en wetens
o Noodzakelijkheidsbewustzijn
o Voorwaardelijke opzet
Culpa
o Bewuste schuld
o Onbewuste schuld
Het voorwaardelijke opzet is de zwakste vorm van opzet en de bewuste
schuld is de ‘ergste’ vorm van culpa:
Voorwaardelijke opzet: zich willens en wetens blootstellen aan de
aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg zal intreden
Bewuste schuld: Het niet gewilde gevolg wordt op lichtvaardige wijze
onwaarschijnlijk geacht.
De scheidingslijn tussen de bewuste schuld en de voorwaardelijke opzet is
flinterdun, maar de gevolgen zijn groot: een persoon die een strafbaar feit
opzettelijk pleegt zal doorgaans strenger worden gestraft worden dan een
persoon die een strafbaar feit culpoos pleegt.
Leerdoel 2: je kunt het leerstuk opzet uitleggen en de verschillende
vormen van opzet uit elkaar halen
Leerdoel 3: Je kunt het leerstuk opzet toepassen op een casus
Krijg je op het tentamen de vraag of er in een bepaald geval sprake is van
voorwaardelijk opzet? Ga dan de volgende drie stappen af:
Stap 1:
Geef aan wanneer er sprake is van voorwaardelijk opzet. Deze definitie
kun je terugvinden in het arrest ‘aanmerkelijke kans II’
‘Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig indien de
verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke
kans dat dat gevolg zal intreden’
Stap 2:
Behandel de volgende drie vereisten van voorwaardelijk opzet. Deze kun
je terugvinden in de jurisprudentie
1. Aanmerkelijke kans: er moet sprake zijn van een aanmerkelijke
kans dat het strafbare gevolg zou intreden. Wanneer is hier sprake
van? (aanmerkelijke kans II)
a. De omstandigheden van het geval
b. De aard van de gedraging
c. De omstandigheden waaronder deze is verricht
Leerdoel 1: je kunt de subjectieve bestanddelen (opzet en schuld)
herkennen in de delictsomschrijvingen in de wet
Opzet: opzet kent de volgende gradaties
o Willens en wetens
o Noodzakelijkheidsbewustzijn
o Voorwaardelijke opzet
Culpa
o Bewuste schuld
o Onbewuste schuld
Het voorwaardelijke opzet is de zwakste vorm van opzet en de bewuste
schuld is de ‘ergste’ vorm van culpa:
Voorwaardelijke opzet: zich willens en wetens blootstellen aan de
aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg zal intreden
Bewuste schuld: Het niet gewilde gevolg wordt op lichtvaardige wijze
onwaarschijnlijk geacht.
De scheidingslijn tussen de bewuste schuld en de voorwaardelijke opzet is
flinterdun, maar de gevolgen zijn groot: een persoon die een strafbaar feit
opzettelijk pleegt zal doorgaans strenger worden gestraft worden dan een
persoon die een strafbaar feit culpoos pleegt.
Leerdoel 2: je kunt het leerstuk opzet uitleggen en de verschillende
vormen van opzet uit elkaar halen
Leerdoel 3: Je kunt het leerstuk opzet toepassen op een casus
Krijg je op het tentamen de vraag of er in een bepaald geval sprake is van
voorwaardelijk opzet? Ga dan de volgende drie stappen af:
Stap 1:
Geef aan wanneer er sprake is van voorwaardelijk opzet. Deze definitie
kun je terugvinden in het arrest ‘aanmerkelijke kans II’
‘Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig indien de
verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke
kans dat dat gevolg zal intreden’
Stap 2:
Behandel de volgende drie vereisten van voorwaardelijk opzet. Deze kun
je terugvinden in de jurisprudentie
1. Aanmerkelijke kans: er moet sprake zijn van een aanmerkelijke
kans dat het strafbare gevolg zou intreden. Wanneer is hier sprake
van? (aanmerkelijke kans II)
a. De omstandigheden van het geval
b. De aard van de gedraging
c. De omstandigheden waaronder deze is verricht