Leerdoelen week 1
Leerdoel 1: Kennis en inzicht van de vraag ‘Wat is recht?’
Er zijn verschillende juiste definities van het recht, maar belangrijk om te
onthouden is dat recht een geheel van regels of normen is dat het
maatschappelijk verkeer in goede banen leidt.
In het kort kunnen we stellen dat het recht twee betekenissen heeft:
1. Objectief recht (positief recht): het geheel van rechtsregels dat op
dit moment in Nederland geldt.
2. Subjectief recht: een bevoegdheid of recht dat toekomt aan één
persoon (of groep personen)
JA Positief recht
Is de regels
vastgelegd of
Wenselijk/ ideaal
erkend
Nee recht
Persoonsgebonde Subjectief recht
n
Hoe wordt het recht
gebruikt? Objectief recht
Algemeen
Leerdoel 2: Kennis van het onderscheid tussen verschillende
rechtsgebieden
Wet in materiële zin en wet in formele zin
Het recht kan dus op twee manieren worden bekeken: vanuit de inhoud
(materieel recht) en vanuit de procedure (formeel recht). Een soort gelijk
onderscheid zien we terug in het gebruik van de term wet. Ook een wet
kan namelijk op twee manieren worden opgevat: in formele zin en in
materiële zin.
o Een wet in formele zin is een regeling die tot stand is gekomen door
de formele wetgever: de regering en de Staten-Generaal samen.
Hierbij gaat het dus niet om de inhoud van de regeling, maar om wie
de regel heeft gemaakt.
o Een wet in materiële zin gaat juist om de inhoud van de regeling.
Het is een regeling die algemene verbindende voorschriften (AVV’s)
bevat: regels die gelden voor een onbepaald aantal personen en die
steeds opnieuw kunnen worden toegepast.
,Belangrijk om te onthouden
Een wet in formele zin kan ook een wet in materiële zijn, wanneer zij
algemene regels bevat
Maar er zijn ook wetten die alleen in formele zin gelden
Publiekrecht en privaatrecht
Het privaatrecht regelt alle kwesties tussen burgers onderling en het
publiekrecht de kwesties tussen de overheid en een burger.
Bij publiekrecht staat het algemeen belang voorop
Bij het privaatrecht draait het om de rechten van het individu dus
eigen belang
In de loop der tijd zijn er een aantal standpunten ontwikkeld, om zo een
onderscheid te kunnen maken tussen het publiekrecht en het privaatrecht.
1. Eerste standpunt: het beslissende criterium moet gezocht worden in
het type rechtsverhouding dat onderwerp is van dat rechtsgebied.
Gaat het om een relatie tussen burgers of rechtspersonen? Dat zitten
we in het privaatrecht. Hebben we het over een relatie tussen
personen en de overheid? Dan zitten we in het publiekrecht.
a. Bezwaar standpunt: In welk rechtsgebied zitten we als de
overheid optreedt als een privaatrechtelijke partij? Om dit
bezwaar tegemoet te komen kan men stellen dat de term
publiekrecht alleen gebruikt mag worden als een
overheidsorgaan handelt op grond van haar eigen specifieke
bevoegdheden.
2. Tweede standpunt: Het beslissende criterium moet gezocht worden
in het verschil in de belangen die worden beschermd.
Algemeen belang publiekrecht
Belang van een individuele burger privaatrecht
a. Bezwaar standpunt: Regels van het privaatrecht kunnen ook
het algemeen belang raken.
3. Derde standpunt: Het beslissende criterium moet gezocht worden in
het verschil van relaties
Horizontale relatie privaatrecht
Verticale relatie (gezagrelatie) publiekrecht
Overige rechtsgebieden
Staats- en bestuursrecht en strafrecht behoren tot het publiekrecht, omdat
ze gaan over de verhouding tussen overheid en burgers.
o Het staatsrecht regelt de inrichting van de staat en de
bevoegdheden van de belangrijkste overheidsorganen. Het vormt
daarmee de juridische basis voor het overheidsoptreden
o Het bestuursrecht bouwt hierop voort en richt zich op de dagelijkse
uitvoering van het overheidsbeleid. Het bepaalt hoe
bestuursorganen besluiten nemen en hoe burger hiertegen op
kunnen komen.
, o Het strafrecht draait om gedragingen die door de wetgever strafbaar
zijn gesteld en de sancties die daarop volgen. Een belangrijk
kenmerk is dat alleen het openbaar ministerie beslist of iemand
wordt vervolgd, het zogenoemde vervolgingsmonopolie.
Leerdoelen week 2
Leerdoel 1: je moet verschillende posities kennen die rechters innemen in
de casus van de grotverkenners
De casus van de grotverkenners wordt gebruikt om inzicht te geven in de
drie hoofdstromingen van rechtsfilosofie: het natuurrecht, het
rechtspositivisme en het rechtsrealisme. In deze casus wordt een moeilijke
rechtsvraag beantwoord door vijf verschillende rechters.
Feiten:
Er is een groep grotverkenners. Zij komen gezamenlijk vast te zitten in een
grot, zonder voedsel. Dit betekent dat, om te overleven, iemand moet
worden opgegeten. Er wordt een reddingsactie ingezet, maar dit kost erg
veel tijd. Wanneer de grotverkenners op de 20e dag met een
communicatiemiddel aan een dokter vragen of ze het nog 10 dagen
zonder eten zullen volhouden, antwoordt de dokter ‘nee’. Als vervolgvraag
vraagt grotverkenners Whetmore of ze het lang genoeg volhouden als ze
één van de grotverkenners opeten, na een lange tijd van stilte antwoordt
de dokter bevestigend.
De ongelukkigen zal worden gekozen aan de hand van dobbelstenen.
Grotverkenners Whetmore krabbelt terug, maar er wordt door de
meerderheid gekozen om echter toch te dobbelen. Whetmore wordt door
de dobbelstenen aangewezen als de ongelukkige.
Als de grotverkenners worden bevrijd worden ze opgepakt en veroordeeld
voor moord.
Aspect/Stroming Rechtspositivism Natuurrecht Rechtsrealisme
e
Recht & Moraal Strikte scheiding Recht & moraal Geen
tussen recht & zijn noodzakelijke
moraal onlosmakelijk scheiding of
met elkaar samenkomst
verweven. Met van recht &
de hogere moraal
rechtsbron wordt
gedoeld op
morele waarden
Recht & Politiek Strikte scheiding Geen Deze combinatie
tussen recht & noodzakelijke is mogelijk, het
politiek scheiding tussen rechtsrealisme
recht & politiek, laat ruimte voor
maar ook geen een
logische instrumentele
combinatie toepassing van
, tussen deze het recht
twee
Belangrijkste Het geschreven De hogere Rechtsrecht, het
rechtsbron recht rechtsbron recht is
onvoorspelbaar
en wordt mede
bepaald door de
opvattingen in
de samenleving
over het recht.
Rechter Truepenny
Rechtspositivisme
De rechters moeten veroordelen, maar niet straffen
Er is geen mogelijkheid voor juridische uitzonderingen, dus wordt de
hoogste bestuurder gevraagd om genade te verlenen. De rechters
moeten de grotverkenners wel schuldig verklaren, maar Truepenny
is tegen het daadwerkelijk straffen van hen
Rechter Foster
Natuurrecht
Vrijspraak
Het geschreven recht is gebaseerd op hogere principes. Rechters
kunnen hun rechtvaardigheidsgevoel volgen.
Argument 1: In deze extreme situatie geldt het gewonen recht niet
maar, een ‘state of nature’ waardoor het geschreven recht niet van
toepassing is
Argument 2: Als het recht wel zou gelden, biedt de wet
uitzonderingen. Het recht moet niet in strijdt met zijn eigen doel
worden toegepast, en veroordeling zou hier geen afschrikwekkend
effect hebben
Rechter Tatting
Geen stroming
Geen uitspraak, trekt zich terug
Foster kan volgens Tatting niet overtuigend uitleggen waarom het
gewonen recht in deze situatie niet zou gelden (hoezo, wanneer,
want)
Het eerste argument wordt verworpen omdat je niet over je eigen
leven kunt onderhandelen, en Whetmore werd tegen zijn wil in aan
de afspraak gehouden
Daarnaast kan de wet niet in strijd met zijn doel worden toegepast,
het is onduidelijk hoe ver de uitzondering op het geldende recht
reikt.
Rechter Keen
Rechtpositivisme
Schuld aan moord en veroordeling van de grotverkenners
Keen heeft kritiek op Truepenny.
Leerdoel 1: Kennis en inzicht van de vraag ‘Wat is recht?’
Er zijn verschillende juiste definities van het recht, maar belangrijk om te
onthouden is dat recht een geheel van regels of normen is dat het
maatschappelijk verkeer in goede banen leidt.
In het kort kunnen we stellen dat het recht twee betekenissen heeft:
1. Objectief recht (positief recht): het geheel van rechtsregels dat op
dit moment in Nederland geldt.
2. Subjectief recht: een bevoegdheid of recht dat toekomt aan één
persoon (of groep personen)
JA Positief recht
Is de regels
vastgelegd of
Wenselijk/ ideaal
erkend
Nee recht
Persoonsgebonde Subjectief recht
n
Hoe wordt het recht
gebruikt? Objectief recht
Algemeen
Leerdoel 2: Kennis van het onderscheid tussen verschillende
rechtsgebieden
Wet in materiële zin en wet in formele zin
Het recht kan dus op twee manieren worden bekeken: vanuit de inhoud
(materieel recht) en vanuit de procedure (formeel recht). Een soort gelijk
onderscheid zien we terug in het gebruik van de term wet. Ook een wet
kan namelijk op twee manieren worden opgevat: in formele zin en in
materiële zin.
o Een wet in formele zin is een regeling die tot stand is gekomen door
de formele wetgever: de regering en de Staten-Generaal samen.
Hierbij gaat het dus niet om de inhoud van de regeling, maar om wie
de regel heeft gemaakt.
o Een wet in materiële zin gaat juist om de inhoud van de regeling.
Het is een regeling die algemene verbindende voorschriften (AVV’s)
bevat: regels die gelden voor een onbepaald aantal personen en die
steeds opnieuw kunnen worden toegepast.
,Belangrijk om te onthouden
Een wet in formele zin kan ook een wet in materiële zijn, wanneer zij
algemene regels bevat
Maar er zijn ook wetten die alleen in formele zin gelden
Publiekrecht en privaatrecht
Het privaatrecht regelt alle kwesties tussen burgers onderling en het
publiekrecht de kwesties tussen de overheid en een burger.
Bij publiekrecht staat het algemeen belang voorop
Bij het privaatrecht draait het om de rechten van het individu dus
eigen belang
In de loop der tijd zijn er een aantal standpunten ontwikkeld, om zo een
onderscheid te kunnen maken tussen het publiekrecht en het privaatrecht.
1. Eerste standpunt: het beslissende criterium moet gezocht worden in
het type rechtsverhouding dat onderwerp is van dat rechtsgebied.
Gaat het om een relatie tussen burgers of rechtspersonen? Dat zitten
we in het privaatrecht. Hebben we het over een relatie tussen
personen en de overheid? Dan zitten we in het publiekrecht.
a. Bezwaar standpunt: In welk rechtsgebied zitten we als de
overheid optreedt als een privaatrechtelijke partij? Om dit
bezwaar tegemoet te komen kan men stellen dat de term
publiekrecht alleen gebruikt mag worden als een
overheidsorgaan handelt op grond van haar eigen specifieke
bevoegdheden.
2. Tweede standpunt: Het beslissende criterium moet gezocht worden
in het verschil in de belangen die worden beschermd.
Algemeen belang publiekrecht
Belang van een individuele burger privaatrecht
a. Bezwaar standpunt: Regels van het privaatrecht kunnen ook
het algemeen belang raken.
3. Derde standpunt: Het beslissende criterium moet gezocht worden in
het verschil van relaties
Horizontale relatie privaatrecht
Verticale relatie (gezagrelatie) publiekrecht
Overige rechtsgebieden
Staats- en bestuursrecht en strafrecht behoren tot het publiekrecht, omdat
ze gaan over de verhouding tussen overheid en burgers.
o Het staatsrecht regelt de inrichting van de staat en de
bevoegdheden van de belangrijkste overheidsorganen. Het vormt
daarmee de juridische basis voor het overheidsoptreden
o Het bestuursrecht bouwt hierop voort en richt zich op de dagelijkse
uitvoering van het overheidsbeleid. Het bepaalt hoe
bestuursorganen besluiten nemen en hoe burger hiertegen op
kunnen komen.
, o Het strafrecht draait om gedragingen die door de wetgever strafbaar
zijn gesteld en de sancties die daarop volgen. Een belangrijk
kenmerk is dat alleen het openbaar ministerie beslist of iemand
wordt vervolgd, het zogenoemde vervolgingsmonopolie.
Leerdoelen week 2
Leerdoel 1: je moet verschillende posities kennen die rechters innemen in
de casus van de grotverkenners
De casus van de grotverkenners wordt gebruikt om inzicht te geven in de
drie hoofdstromingen van rechtsfilosofie: het natuurrecht, het
rechtspositivisme en het rechtsrealisme. In deze casus wordt een moeilijke
rechtsvraag beantwoord door vijf verschillende rechters.
Feiten:
Er is een groep grotverkenners. Zij komen gezamenlijk vast te zitten in een
grot, zonder voedsel. Dit betekent dat, om te overleven, iemand moet
worden opgegeten. Er wordt een reddingsactie ingezet, maar dit kost erg
veel tijd. Wanneer de grotverkenners op de 20e dag met een
communicatiemiddel aan een dokter vragen of ze het nog 10 dagen
zonder eten zullen volhouden, antwoordt de dokter ‘nee’. Als vervolgvraag
vraagt grotverkenners Whetmore of ze het lang genoeg volhouden als ze
één van de grotverkenners opeten, na een lange tijd van stilte antwoordt
de dokter bevestigend.
De ongelukkigen zal worden gekozen aan de hand van dobbelstenen.
Grotverkenners Whetmore krabbelt terug, maar er wordt door de
meerderheid gekozen om echter toch te dobbelen. Whetmore wordt door
de dobbelstenen aangewezen als de ongelukkige.
Als de grotverkenners worden bevrijd worden ze opgepakt en veroordeeld
voor moord.
Aspect/Stroming Rechtspositivism Natuurrecht Rechtsrealisme
e
Recht & Moraal Strikte scheiding Recht & moraal Geen
tussen recht & zijn noodzakelijke
moraal onlosmakelijk scheiding of
met elkaar samenkomst
verweven. Met van recht &
de hogere moraal
rechtsbron wordt
gedoeld op
morele waarden
Recht & Politiek Strikte scheiding Geen Deze combinatie
tussen recht & noodzakelijke is mogelijk, het
politiek scheiding tussen rechtsrealisme
recht & politiek, laat ruimte voor
maar ook geen een
logische instrumentele
combinatie toepassing van
, tussen deze het recht
twee
Belangrijkste Het geschreven De hogere Rechtsrecht, het
rechtsbron recht rechtsbron recht is
onvoorspelbaar
en wordt mede
bepaald door de
opvattingen in
de samenleving
over het recht.
Rechter Truepenny
Rechtspositivisme
De rechters moeten veroordelen, maar niet straffen
Er is geen mogelijkheid voor juridische uitzonderingen, dus wordt de
hoogste bestuurder gevraagd om genade te verlenen. De rechters
moeten de grotverkenners wel schuldig verklaren, maar Truepenny
is tegen het daadwerkelijk straffen van hen
Rechter Foster
Natuurrecht
Vrijspraak
Het geschreven recht is gebaseerd op hogere principes. Rechters
kunnen hun rechtvaardigheidsgevoel volgen.
Argument 1: In deze extreme situatie geldt het gewonen recht niet
maar, een ‘state of nature’ waardoor het geschreven recht niet van
toepassing is
Argument 2: Als het recht wel zou gelden, biedt de wet
uitzonderingen. Het recht moet niet in strijdt met zijn eigen doel
worden toegepast, en veroordeling zou hier geen afschrikwekkend
effect hebben
Rechter Tatting
Geen stroming
Geen uitspraak, trekt zich terug
Foster kan volgens Tatting niet overtuigend uitleggen waarom het
gewonen recht in deze situatie niet zou gelden (hoezo, wanneer,
want)
Het eerste argument wordt verworpen omdat je niet over je eigen
leven kunt onderhandelen, en Whetmore werd tegen zijn wil in aan
de afspraak gehouden
Daarnaast kan de wet niet in strijd met zijn doel worden toegepast,
het is onduidelijk hoe ver de uitzondering op het geldende recht
reikt.
Rechter Keen
Rechtpositivisme
Schuld aan moord en veroordeling van de grotverkenners
Keen heeft kritiek op Truepenny.