BCO Onderzoek
Master Beleid, Communicatie & Organisatie
Alles voor deeltentamen 1
Inhoudsopgaves
Hoorcollege 1 - Start ............................................................................................................................ 2
Hoorcollege 2 – kwalitatief methoden I ............................................................................................ 4
Hoorcollege 3 – kwalitatieve methoden II ...................................................................................... 18
Hoorcollege 4 – kwantitatieve methoden I ..................................................................................... 25
Hoorcollege 5 – Kwantitatieve methoden II .................................................................................... 33
Literatuur deel 1 Kwantitatief ............................................................................................................ 41
Bryman, A. (2016). Social research methods. Oxford university press. Hoofdstukken 3, 7, 11
& 15............................................................................................................................................... 41
Literatuur deel 1 Kwalitatief ............................................................................................................... 67
Bryman, A. (2016). Hoofdstuk 6. Ethiek en politiek in sociaal onderzoek ............................. 67
Amy C. Edmondson en Stacy E. McManus. Methodological fit in management field
research. (2007) .......................................................................................................................... 76
Eisenhardt, K.M. (1989). Building theories from case study research. Academy of
Management Review, 14(4), 532-550. ..................................................................................... 78
Graebner, M. E., Martin, J. A., & Roundy, P. T. (2012). Qualitative data: Cooking without a
recipe. Strategic Organization, 10(3), 276-284. ....................................................................... 79
Rynes, S., & Gephart Jr, R. P. (2004). From the Editors: Qualitative Research and the"
Academy of Management Journal". Academy of Management Journal, 454-462. ........ 81
1
, Hoorcollege 1 - Start
Wat maakt een wetenschappelijke onderzoeksvraag ‘goed’?
- Afgebakend en meetbaar zijn
- Realistisch qua timing
- Geen dubbele vragen
- Laat het relevant zijn en leiden tot nieuwe inlichten
- Helder geformuleerd
- Specifiek / concreet
- Relevant, voegt iets (kleins) toe aan de literatuur
Uitleg kwalitatief onderzoek
Doel: begrijpen, interpreteren, theoretiseren
Wanneer: weinig bestaande kennis/ theorie: dieper begrijpen
Focus: hoe mensen de wereld ervaren en begrijpen (zie constructionisme in Bryman,
2016), in een bepaalde context, op een bepaald tijdstip.
Data: woorden, observaties
Rol theorie: data verzameling en analyse dragen bij aan theorievorming
Onderzoeksvragen: open, exploratief, zonder vooraf gespecificeerde
verwachtingen.
- Hoe (exploratief) – hoe gebruiken burgers – hoe ervaren burgers
- Wat (definiërend) -
- Waarom (verklarend) –
Onderzoekspopulatie staat centraal.
Geen causale verbanden of verwachtingen verondersteld.
Uitleg kwantitatieve onderzoeksvragen
Doel: verklaren, toetsen, generaliseren
Wanneer: bestaande theorieën of verwachtingen die kunnen worden getoetst
Focus: toetsen van relaties in een waarneembare, objectieve werkelijkheid (zie
postivism in Bryman, 2016)
Data: getallen
Rol theorie: theorie informeert vooraf de onderzoeksvraag en hypothesen
Onderzoeksvragen: gesloten, toetsend, met verwachtingen.
- Hoeveel/ in welke mate (beschrijvend)
o In welke mate…; hoe vaak….; hoe sterk….
- Verschil (vergelijkend)
o Is er een verschil tussen ….
- Waarom/ waardoor/ wanneer (relatie)
o Wat is de samenhang tussen X en Y…; Wat is het effect van X op Y;
Onder welke condities (M)…
o Deze vragen veronderstellen meetbare variabelen (X, Y, M, Z etc.).
o Verband (directe relatie)
- Conditie/ wanneer (moderatie relatie)
o Beïnvloedt M de relatie tussen X en Y?; Verschilt de relatie tussen X en Y
afhankelijk van M?
- Waardoor (mediatie relatie)
2
, o Wordt de relatie tussen X en Y verklaard door M?
Er moet een richting in de vraag zitten/ duidelijke variabelen/ en een model.
3
, Hoorcollege 2 – kwalitatief methoden I
Wat zijn de erkenningspunten van goed kwalitatief onderzoek en waarom zou je
kwalitatief onderzoek gebruiken?
- Complexiteit
- Duidelijk voorbeeld van case studie
o Verschillende bronnen
- Ontwikkeling over tijd à proces benadering
- Waar je het onderzoek doet hoeft niet altijd in de vraag te zijn, tenzij het als
afbakening geldt.
Deductief
- Top-down
- Je gaat uit van een theoretisch concept, en vanuit daar ga je testen
- Meer kwantiteit
Inductief
- Bottom-up
- Vanuit materiaal zoals interviews of observaties, herken je patronen waaruit je
vervolgens hypotheses maakt, en dan bouw je een theorie
Bij een empirische cyclus kijk je naar onderzoeken die er al zijn. Op basis daarvan
bouw je je onderzoek.
4
Master Beleid, Communicatie & Organisatie
Alles voor deeltentamen 1
Inhoudsopgaves
Hoorcollege 1 - Start ............................................................................................................................ 2
Hoorcollege 2 – kwalitatief methoden I ............................................................................................ 4
Hoorcollege 3 – kwalitatieve methoden II ...................................................................................... 18
Hoorcollege 4 – kwantitatieve methoden I ..................................................................................... 25
Hoorcollege 5 – Kwantitatieve methoden II .................................................................................... 33
Literatuur deel 1 Kwantitatief ............................................................................................................ 41
Bryman, A. (2016). Social research methods. Oxford university press. Hoofdstukken 3, 7, 11
& 15............................................................................................................................................... 41
Literatuur deel 1 Kwalitatief ............................................................................................................... 67
Bryman, A. (2016). Hoofdstuk 6. Ethiek en politiek in sociaal onderzoek ............................. 67
Amy C. Edmondson en Stacy E. McManus. Methodological fit in management field
research. (2007) .......................................................................................................................... 76
Eisenhardt, K.M. (1989). Building theories from case study research. Academy of
Management Review, 14(4), 532-550. ..................................................................................... 78
Graebner, M. E., Martin, J. A., & Roundy, P. T. (2012). Qualitative data: Cooking without a
recipe. Strategic Organization, 10(3), 276-284. ....................................................................... 79
Rynes, S., & Gephart Jr, R. P. (2004). From the Editors: Qualitative Research and the"
Academy of Management Journal". Academy of Management Journal, 454-462. ........ 81
1
, Hoorcollege 1 - Start
Wat maakt een wetenschappelijke onderzoeksvraag ‘goed’?
- Afgebakend en meetbaar zijn
- Realistisch qua timing
- Geen dubbele vragen
- Laat het relevant zijn en leiden tot nieuwe inlichten
- Helder geformuleerd
- Specifiek / concreet
- Relevant, voegt iets (kleins) toe aan de literatuur
Uitleg kwalitatief onderzoek
Doel: begrijpen, interpreteren, theoretiseren
Wanneer: weinig bestaande kennis/ theorie: dieper begrijpen
Focus: hoe mensen de wereld ervaren en begrijpen (zie constructionisme in Bryman,
2016), in een bepaalde context, op een bepaald tijdstip.
Data: woorden, observaties
Rol theorie: data verzameling en analyse dragen bij aan theorievorming
Onderzoeksvragen: open, exploratief, zonder vooraf gespecificeerde
verwachtingen.
- Hoe (exploratief) – hoe gebruiken burgers – hoe ervaren burgers
- Wat (definiërend) -
- Waarom (verklarend) –
Onderzoekspopulatie staat centraal.
Geen causale verbanden of verwachtingen verondersteld.
Uitleg kwantitatieve onderzoeksvragen
Doel: verklaren, toetsen, generaliseren
Wanneer: bestaande theorieën of verwachtingen die kunnen worden getoetst
Focus: toetsen van relaties in een waarneembare, objectieve werkelijkheid (zie
postivism in Bryman, 2016)
Data: getallen
Rol theorie: theorie informeert vooraf de onderzoeksvraag en hypothesen
Onderzoeksvragen: gesloten, toetsend, met verwachtingen.
- Hoeveel/ in welke mate (beschrijvend)
o In welke mate…; hoe vaak….; hoe sterk….
- Verschil (vergelijkend)
o Is er een verschil tussen ….
- Waarom/ waardoor/ wanneer (relatie)
o Wat is de samenhang tussen X en Y…; Wat is het effect van X op Y;
Onder welke condities (M)…
o Deze vragen veronderstellen meetbare variabelen (X, Y, M, Z etc.).
o Verband (directe relatie)
- Conditie/ wanneer (moderatie relatie)
o Beïnvloedt M de relatie tussen X en Y?; Verschilt de relatie tussen X en Y
afhankelijk van M?
- Waardoor (mediatie relatie)
2
, o Wordt de relatie tussen X en Y verklaard door M?
Er moet een richting in de vraag zitten/ duidelijke variabelen/ en een model.
3
, Hoorcollege 2 – kwalitatief methoden I
Wat zijn de erkenningspunten van goed kwalitatief onderzoek en waarom zou je
kwalitatief onderzoek gebruiken?
- Complexiteit
- Duidelijk voorbeeld van case studie
o Verschillende bronnen
- Ontwikkeling over tijd à proces benadering
- Waar je het onderzoek doet hoeft niet altijd in de vraag te zijn, tenzij het als
afbakening geldt.
Deductief
- Top-down
- Je gaat uit van een theoretisch concept, en vanuit daar ga je testen
- Meer kwantiteit
Inductief
- Bottom-up
- Vanuit materiaal zoals interviews of observaties, herken je patronen waaruit je
vervolgens hypotheses maakt, en dan bouw je een theorie
Bij een empirische cyclus kijk je naar onderzoeken die er al zijn. Op basis daarvan
bouw je je onderzoek.
4