Naam:
Praktijkplaats:
Werkbegeleidster:
Praktijk opleidster:
Opleiding: Pedagogisch Werker Kinderopvang niveau 4 2013/2014
Inleverdatum:
Naam docent:
Naam coach:
2
,Inhoudsopgave
Stap 2: Analyse casus 3
Stap 3: Leertaak 7.4 Ethiek 3
Kennisonderdeel 3
Ethisch dilemma groepsopdracht 6
In de praktijk 7
Beroepscode Phorza 7
Dilemma uit eigen praktijk 10
Vragen over leertaak 7.4
11
Bijlagen:
Beroepscode Phorza
Ethiek en moreel handelen
3
, Stap 2: Analyse Casus
Groepsopdracht
1. Petra had iets voorbereid voor Pasen op school, maar het liep helemaal in de soep.
Het liep niet zoals zij het voor ogen had.
2. Wij vinden dat Petra het onderwerp Pasen niet goed belicht en uitlegt. Ze vertelt dat
Pasen draait om de paashaas en eieren zoeken. In het kort vertelt ze er bij dat het
opstaan van Jezus er ook bij hoort, maar er komt niet naar voren dat dit eigenlijk het
hoofddoel is van Pasen.
3. Thema’s: Pasen, geloof, paashaas en verjaardag
Leertaak 7.4: Ethiek
Kennisonderdeel
Individuele opdracht & Groepsopdracht
1 Ethiek is het besef van goed en kwaad.
2. Bij beide casussen gaan de begeleiders niet ethisch om met de cliënten. Je kunt niet
iemand in zijn nakie rond laten lopen omdat hij niet luistert en je mag kinderen met een
verstandelijke beperking niet op een agressieve manier benaderen.
3. Socrates zegt: Ethiek is overal waar mensen samen zijn.
a. Dit betekent dat iedereen wel een mening heeft over wat goed en kwaad is. Wat voor de
een goed is hoeft voor de ander niet goed te zijn. Vooral als er meerdere mensen bij
betrokken zijn heeft iedereen wel een ander idee over ethiek.
b. Socrates vervolgde zijn zin door te zeggen: ”De vraag is hoe je op een goede manier kunt
samenleven?”. Dit is een ethische vraag omdat iedereen hier een eigen mening over heeft.
Voor de een zal het betekenen dat je volgens een bepaalde geloofsovertuiging moet
samenleven, voor de ander zal het betekenen dat je je naaste lief moet hebben.
4. In de ethiek staat “goed handelen” of “menswaardig handelen” centraal.
Voor mij betekent ‘menswaardig handelen’ dat je alle mensen met respect moet
behandelen. Je behandeld de ander zoals je zelf behandeld wil worden.
5. Ethiek en geweten zijn met elkaar verbonden omdat je bij ethische kwesties vaak je
geweten volgt. Het geweten vergelijkt een aangeleerde of ingeboren ethische norm met een
praktische situatie.
6a. Twee algemene ethische vragen:
- Wanneer is een persoon verantwoordelijk voor zijn daden?
- Wat is rechtvaardigheid?
b. Twee specifieke, ethische vragen:
- Mag een mens, die nog gezond van lijf is maar het leven niet meer ziet zitten, euthanasie
plegen?
- Mag je een vrouw, die heroïneverslaafd is, verplichten tot het nemen van anticonceptie?
4