Organisatiekunde: Een (interdisciplinaire) wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen
van het gedrag van organisaties en de factoren die dit gedrag bepalen en de wijze waarop
organisaties het meest doeltreffend bestuurd kunnen worden.
Descriptief aspect: Beschrijving van het gedrag van organisatie, met de motieven en gevolgen.
Prescriptief aspect: Advies over te volgen handelwijze en organisatie inrichtingen.
Interdisciplinariteit: Een benaderingswijze in organisatiekunde waarbij niet vastgehouden wordt
aan eigen elementen, maar er worden meerdere wetenschappen gecombineerd.
Multidisciplinariteit: Een benaderingswijze in organisatiekunde waarbij wel vastgehouden wordt
aan eigen elementen maar ook gecombineerd wordt met andere wetenschappen.
Besturing: Richting geven aan processen binnen een organisatie (de richting wijst naar
het doel)
Doeltreffendheid, effectiviteit: De mate waarin het besturen van processen slaagt.
van het gedrag van organisaties en de factoren die dit gedrag bepalen en de wijze waarop
organisaties het meest doeltreffend bestuurd kunnen worden.
Descriptief aspect: Beschrijving van het gedrag van organisatie, met de motieven en gevolgen.
Prescriptief aspect: Advies over te volgen handelwijze en organisatie inrichtingen.
Interdisciplinariteit: Een benaderingswijze in organisatiekunde waarbij niet vastgehouden wordt
aan eigen elementen, maar er worden meerdere wetenschappen gecombineerd.
Multidisciplinariteit: Een benaderingswijze in organisatiekunde waarbij wel vastgehouden wordt
aan eigen elementen maar ook gecombineerd wordt met andere wetenschappen.
Besturing: Richting geven aan processen binnen een organisatie (de richting wijst naar
het doel)
Doeltreffendheid, effectiviteit: De mate waarin het besturen van processen slaagt.