Samenvatting dictaat logistiek 2406
Hoofdstuk 1 inleiding logistiek
1.1 logistieke deeltrajecten
logistiek draait om het leveren van juiste:
- product (met juiste kwaliteit)
- tijd
- plaats
- hoeveelheid
logistiek richt zich voornamelijk op goederenstroom, maar informatiestroom en geldstroom spelen
ook een rol.
Vier deeltrajecten waarin onderscheid wordt gemaakt:
Inkooplogistiek= verwerven, bestellen en ontvangen van grondstoffen en halffabricaten
Productlogistiek= goederenstroom in het bedrijf van grondstoffenmagazijn tot gereed eindproduct
Distributielogistiek= start bij opslag eindproduct tot en met afleveren bij de klant
Retourstromen(reverse logistics)= fusten en statiegeldflessen
1.2 logistiek schema
Doel= helder beeld te krijgen van de bewerkingen die een grondstof/product ondergaan, welke
goederenstroom hiertoe plaats moet vinden en waar opslag noodzakelijk is.
3 symbolen worden gebruikt:
bakken = processtap
meel = voorraadpunt
deeg
= goederenstroom
, 1.3 logistieke grondvormen
logistieke grondvorm geeft structuur van fysieke goederenstroom weer.
Pijplijn: 1 onderbroken proces → zonder dat goederen van eigenaar wisselen
Keten: proces wordt door meerdere partijen uitgevoerd. Iedere partij is opnieuw verantwoordelijk
Shared resource: een machine die verschillende grondstoffen tot verschillende producten kan
verwerken. Of 2 bedrijven(merken) hebben hetzelfde warehouse.
Convergentie: verschillende grondstoffen worden tot 1 eindproduct verwerkt (pizza)
Divergentie: uit 1 grondstof worden verschillende producten gewonnen (melk, slacht varkens)
Netwerk: combinatie van convergentie en divergentie → zuivelfabriek waarin boter uit melk wordt
gewonnen (divergentie) waarna de magere melk tot vruchtenyoghurt wordt verwerkt (convergentie).
1.4 lay-out en routing
lay-out en routing geeft weer waar diverse faciliteiten zoals magazijnen, productielijnen, kantines en
bijvoorbeeld omkleedruimten, zich in het bedrijf bevinden. → om zo efficiënt mogelijke manier tot
grondstof tot eindproducten te verwerken.
➔ Beste lay-out is een minimale transportafstand van goederen
kleedruimte kantine kantoren
ont-
vangst opslag productie opslag expe-
grond- grond- gereed ditie
stoffen stoffen product
laboratorium technische dienst
= goederenstroom
Hoofdstuk 1 inleiding logistiek
1.1 logistieke deeltrajecten
logistiek draait om het leveren van juiste:
- product (met juiste kwaliteit)
- tijd
- plaats
- hoeveelheid
logistiek richt zich voornamelijk op goederenstroom, maar informatiestroom en geldstroom spelen
ook een rol.
Vier deeltrajecten waarin onderscheid wordt gemaakt:
Inkooplogistiek= verwerven, bestellen en ontvangen van grondstoffen en halffabricaten
Productlogistiek= goederenstroom in het bedrijf van grondstoffenmagazijn tot gereed eindproduct
Distributielogistiek= start bij opslag eindproduct tot en met afleveren bij de klant
Retourstromen(reverse logistics)= fusten en statiegeldflessen
1.2 logistiek schema
Doel= helder beeld te krijgen van de bewerkingen die een grondstof/product ondergaan, welke
goederenstroom hiertoe plaats moet vinden en waar opslag noodzakelijk is.
3 symbolen worden gebruikt:
bakken = processtap
meel = voorraadpunt
deeg
= goederenstroom
, 1.3 logistieke grondvormen
logistieke grondvorm geeft structuur van fysieke goederenstroom weer.
Pijplijn: 1 onderbroken proces → zonder dat goederen van eigenaar wisselen
Keten: proces wordt door meerdere partijen uitgevoerd. Iedere partij is opnieuw verantwoordelijk
Shared resource: een machine die verschillende grondstoffen tot verschillende producten kan
verwerken. Of 2 bedrijven(merken) hebben hetzelfde warehouse.
Convergentie: verschillende grondstoffen worden tot 1 eindproduct verwerkt (pizza)
Divergentie: uit 1 grondstof worden verschillende producten gewonnen (melk, slacht varkens)
Netwerk: combinatie van convergentie en divergentie → zuivelfabriek waarin boter uit melk wordt
gewonnen (divergentie) waarna de magere melk tot vruchtenyoghurt wordt verwerkt (convergentie).
1.4 lay-out en routing
lay-out en routing geeft weer waar diverse faciliteiten zoals magazijnen, productielijnen, kantines en
bijvoorbeeld omkleedruimten, zich in het bedrijf bevinden. → om zo efficiënt mogelijke manier tot
grondstof tot eindproducten te verwerken.
➔ Beste lay-out is een minimale transportafstand van goederen
kleedruimte kantine kantoren
ont-
vangst opslag productie opslag expe-
grond- grond- gereed ditie
stoffen stoffen product
laboratorium technische dienst
= goederenstroom