Cardiovasculaire aandoeningen FA-BA302
Inhoudsopgave
Nier medicatie ........................................................................................................................................................... 2
RAAS ......................................................................................................................................................................... 3
Nitraten ..................................................................................................................................................................... 4
Trombocytenaggregatieremmers ................................................................................................................................ 5
Anticoagulantia.......................................................................................................................................................... 6
Medicatie voor lipiden management ........................................................................................................................... 8
Bloeddrukverlagende medicatie ............................................................................................................................... 11
Medicatie tegen angina pectoris ............................................................................................................................... 12
Antitrombotische medicatie ..................................................................................................................................... 13
Pagina 1 van 14
, Cardiovasculaire aandoeningen FA-BA302
Nier medicatie
Thiazides, blokkeren de Na+/2Cl- transporter in de distale tubulus. Gevolg hiervan is dat natrium niet het lumen
uitgaat en niet terug in de bloedbaan getransporteerd wordt. Water volgt natrium en zal daarom dus ook minder
geresorbeerd worden, meer plassen met gevolg minder water in de bloedbaan en dus ook een lagere bloeddruk.
NCC-receptor
Lisdiuretica, remmen Na+/2CL-/K+ transporter in het stijgende deel van de lus van Henle. Met als gevolg dat er
minder water geresorbeerd wordt in de distale tubulus omdat er meer ionen nog in het lumen aanwezig zijn,
gevolg meer plassen en minder water in het bloed en dus een verlaging van de bloedruk. NKCC-receptor
Aldosteron antagonist, grijpt aan op het natrium kanaal in de verzamel buis, bij blokkering van de natrium
kanalen kan natrium niet het lumen verlaten en dus water ook niet volgen. Gevolg meer plassen en verlaging
bloeddruk. ENaC receptor.
Hoge aldosteron concentratie veel natrium resorptie want. Epitiale Nactrium channel
Vasopressine
Anitdiuretisch hormoon (ADH), blokkeert de heropname van water in de verzamelbuis.
Hoe en waar raken thiazides en furosemide in de voorurine? Bloedvat komt in contact met het epiteel van de
proximale tubulus, hier zitten organic anion transporters (OAT) voor thiaziden en organic acid transporter voor
lisdiuretica. Vanuit de proximale tubulus komen de medicijnen van het basolaterale membraan naar het lumen.
Bij patienten die een verminderde nierfunctie hebben neemt de doorbloeding in de glomerelus af, gevolg
hiervan is dat de dosering vaak omhoog moet om hetzelfde effect te krijgen. Het circulerend volume neemt na
bijv. twee jaar weer toe bij gebruik van thiazides, terwijl de bloeddruk wel verlaagd blijft. Hoe dit gebeurd is nog
niet bewezen.
Meest effect (sterk diuretisch) → minst effect (zwak diuretisch):
Lisdiuretica → thiazide → aldosteron antagonist (als je diuretica zou hebben die in proximale tubulus zou
aangrijpen, zou dat het beste zijn, maar die zijn er niet) Hoe meer distaal je bent van de glomerulus des te
minder natrium er in de voorurine zit. Het grootste deel wordt aan het begin gereabsorbeerd (proximale
gedeelte). Een blokker van natrium resorptie → meer netto-effect bij lisdiuretica omdat daar nog het meeste
natrium aanwezig is in de voorurine. Met lisdiuretica meer netto reabsorptie remming; daarom het meest
effectief.
Verlies van natrium zorgt voor een lager hartminuutvolume en daarmee voor een lagere bloeddruk. Doordat er
minder water in het bloed zal zijn, minder volume en daarmee de druk minder is. Dit zorgt ervoor dat de preload
lagere is en dus ook het hartminuutvolume.
Pagina 2 van 14
Inhoudsopgave
Nier medicatie ........................................................................................................................................................... 2
RAAS ......................................................................................................................................................................... 3
Nitraten ..................................................................................................................................................................... 4
Trombocytenaggregatieremmers ................................................................................................................................ 5
Anticoagulantia.......................................................................................................................................................... 6
Medicatie voor lipiden management ........................................................................................................................... 8
Bloeddrukverlagende medicatie ............................................................................................................................... 11
Medicatie tegen angina pectoris ............................................................................................................................... 12
Antitrombotische medicatie ..................................................................................................................................... 13
Pagina 1 van 14
, Cardiovasculaire aandoeningen FA-BA302
Nier medicatie
Thiazides, blokkeren de Na+/2Cl- transporter in de distale tubulus. Gevolg hiervan is dat natrium niet het lumen
uitgaat en niet terug in de bloedbaan getransporteerd wordt. Water volgt natrium en zal daarom dus ook minder
geresorbeerd worden, meer plassen met gevolg minder water in de bloedbaan en dus ook een lagere bloeddruk.
NCC-receptor
Lisdiuretica, remmen Na+/2CL-/K+ transporter in het stijgende deel van de lus van Henle. Met als gevolg dat er
minder water geresorbeerd wordt in de distale tubulus omdat er meer ionen nog in het lumen aanwezig zijn,
gevolg meer plassen en minder water in het bloed en dus een verlaging van de bloedruk. NKCC-receptor
Aldosteron antagonist, grijpt aan op het natrium kanaal in de verzamel buis, bij blokkering van de natrium
kanalen kan natrium niet het lumen verlaten en dus water ook niet volgen. Gevolg meer plassen en verlaging
bloeddruk. ENaC receptor.
Hoge aldosteron concentratie veel natrium resorptie want. Epitiale Nactrium channel
Vasopressine
Anitdiuretisch hormoon (ADH), blokkeert de heropname van water in de verzamelbuis.
Hoe en waar raken thiazides en furosemide in de voorurine? Bloedvat komt in contact met het epiteel van de
proximale tubulus, hier zitten organic anion transporters (OAT) voor thiaziden en organic acid transporter voor
lisdiuretica. Vanuit de proximale tubulus komen de medicijnen van het basolaterale membraan naar het lumen.
Bij patienten die een verminderde nierfunctie hebben neemt de doorbloeding in de glomerelus af, gevolg
hiervan is dat de dosering vaak omhoog moet om hetzelfde effect te krijgen. Het circulerend volume neemt na
bijv. twee jaar weer toe bij gebruik van thiazides, terwijl de bloeddruk wel verlaagd blijft. Hoe dit gebeurd is nog
niet bewezen.
Meest effect (sterk diuretisch) → minst effect (zwak diuretisch):
Lisdiuretica → thiazide → aldosteron antagonist (als je diuretica zou hebben die in proximale tubulus zou
aangrijpen, zou dat het beste zijn, maar die zijn er niet) Hoe meer distaal je bent van de glomerulus des te
minder natrium er in de voorurine zit. Het grootste deel wordt aan het begin gereabsorbeerd (proximale
gedeelte). Een blokker van natrium resorptie → meer netto-effect bij lisdiuretica omdat daar nog het meeste
natrium aanwezig is in de voorurine. Met lisdiuretica meer netto reabsorptie remming; daarom het meest
effectief.
Verlies van natrium zorgt voor een lager hartminuutvolume en daarmee voor een lagere bloeddruk. Doordat er
minder water in het bloed zal zijn, minder volume en daarmee de druk minder is. Dit zorgt ervoor dat de preload
lagere is en dus ook het hartminuutvolume.
Pagina 2 van 14