HOOFDSTUK 1: EEN INLEIDING OP PRAKTIJKONDERZOEK
Het algemene kader voor praktijkonderzoek.
1.1 EEN POSITIEBEPALING VAN PRAKTIJKONDERZOEK
Dit boek richt zich op onderzoek vanuit een expliciet geformuleerde leerintentie.
1.1.1 Het belang van een onderzoekende beroepshouding
Een onderzoekende houding houdt in dat je je bij de uitvoering van je beroep voortdurend afvraat
of wat je doet wel het beste is voor je leerlingen.
Een onderzoekende beroepshouding helpt je om impliciete kennis en onderliggende denk- en
besluitvormingsprocessen van zowel jezelf als je collega’s te expliciteren.
Er zijn verschillende visies op wat een onderzoekende beroepshouding is en hoe deze beschreven
kan worden. Losse en Nahuis (2015) hebben de veelheid aan kenmerken geclusterd in drie
dimensies:
1. De open houding. de professional staat open voor nieuwe indrukken, is bereid tot
perspectiefwisseling, wil begrijpen en wil delen.
2. De kritische houding: de professional wil nagaan of iets klopt, wil onderbouwen en wil
verantwoorden.
3. De creatieve houding: de professional is gericht op vernieuwing en wil voortbouwen en
toevoegen.
1.1.2 Hoofddoelen van onderzoek
De drie hoofddoelen van onderzoek
o Je wilt theorieën ontwikkelen of toetsen.
o Je wilt kennis toepasbaar maken in een brede beroepscontext.
o Je wilt op zoek gaan naar antwoorden op vragen in een specifieke beroepssituatie met als
doel deze situatie beter te begrijpen en waar nodig te verbeteren.
Wanneer het accent op de ontwikkeling en toetsing van theorie ligt, wordt ook wel van
fundamenteel onderzoek gesproken. Wanneer het accent op kennis ligt die tot de oplossing van
generieke problemen moet bijdragen, dan gaat het om toegepast onderzoek. Wanneer
professionals in hun eigen beroepspraktijk onderzoek doen met als doel deze praktijk beter te leren
begrijpen of te verbeteren, dan spreek je van praktijkonderzoek.
Fundamenteel onderzoek Toegepast onderzoek Praktijkonderzoek
Theorievorming en Toepassing van kennis om Begrijpen en verbeteren van
theorietoetsing generieke problemen op te de eigen praktijk
lossen
Kennis is generaliseerbaar Kennis is probleemgebonden Kennis is probleemgebonden
in een specifieke context
Een landelijk onderzoek naar Een onderzoek bij diverse Een onderzoek in een school
de vraag: welke problemen psychiatrische instellingen naar de vraag: hoe kunnen wij
ervaren kinderen in de leeftijd naar de vraag: welke leerlingen met asperger die
van 10 tot en met 12 jaar met professionele ondersteuning instromen op school
asperger bij het aangaan van hebben kinderen in de leeftijd ondersteunen bij het aangaan
nieuwe relaties? van 10 tot en met 12 jaar met van nieuwe relaties?
asperger nodig om nieuw
relaties aan te kunnen gaan?
, Een promotieonderzoek naar Een onderzoeksinstelling doet Een leraar doet onderzoek
de vraag: wat is de invloed onderzoek naar de wijze naar de wijze waarop de
van vriendschapsrelaties op waarop leraren bij de start leerlingen die ze begeleidt zich
omgangsvormen van van een nieuw schooljaar snel laten beïnvloeden door de
jongeren? zicht kunnen krijgen op de vriendengroep bij de keuze
sociale dynamiek in een van een vervolgopleiding.
groep.
1.1.3 Onderzoeksbenaderingen
De verschillende opvattingen over wat goed onderzoek is noemen we in dit boek
onderzoeksbenaderingen. We presenteren drie belangrijke onderzoeksbenaderingen en leggen uit
hoe deze benaderingen herkenbaar zijn in de wijze waarop we het doen van praktijkonderzoek
beschrijven in dit boek.
De positivistische onderzoeksbenadering
Volgens de positivistische benadering is kennis gebaseerd op wat direct waarneembaar is: er is
één bestaande werkelijkheid. Hieruit volgt dat deze werkelijkheid (in ons geval de onderwijspraktijk)
beschreven kan worden aan de hand van algemene wetmatigheden. Onderzoeksresultaten zijn
hierdoor eenvoudiger te generaliseren.
Kenmerkend voor een positivistische benadering is dat je probeert je onderzoek zo in te richten, dat
deze vertroebeling geminimaliseerd wordt, waardoor je ondanks die factoren in staat bent
uitspraken te doen over de werkelijkheid.
De constructivistische of interpretatieve onderzoeksbenadering
Volgens de constructivistische of interpretatieve onderzoeksbenadering kunnen er meerdere
interpretaties van de werkelijkheid naast elkaar bestaan. Interpretaties worden gekleurd door
persoonlijkheden en ervaringen. Kennis (lees ook: de interpretatie van de werkelijkheid) wordt door
ieder mens op een eigen wijze geconstrueerd en ontstaat in de interactie tussen deze mensen en
de sociale omgeving. De onderzoeksresultaten van de ene onderwijspraktijk kun je daarom niet
zomaar vertalen naar een andere onderwijspraktijk.
De kritisch-emancipatorische onderzoeksbenadering
De kritisch-emancipatorische benadering is gebaseerd op de opvatting dat kennis niet waardevrij
is en dat deze bepaald wordt door de mensen met de macht. Volgens deze benadering moet
onderzoek bijdragen aan processen die emancipatie van bepaalde groepen bevorderen en
mensen in staat stellen hun eigen omgeving te veranderen. In dit kader wordt veel gesproken over
empowerment: ‘het versterken en verbinden van personen, organisaties en groepen in de
samenleving’. In deze benadering staat de dialoog centraal, is er veel aandacht voor het
perspectief van de belanghebbenden zelf en worden bestaande structuren ter discussie gesteld.
De onderzoeksbenadering bij praktijkonderzoek
In dit boek gaan we ervan uit dat er meerdere interpretaties van de werkelijkheid bestaan, dat deze
interpretaties zowel worden beschreven aan de hand van algemene wetmatigheden als aan de
hand van specifieke kenmerken van de onderwijspraktijk, en dat er een sterke koppeling is tussen
de onderzoeksresultaten en de specifieke context van de onderwijspraktijk die onderzocht wordt.
1.1.4 Een definitie van praktijkonderzoek
Wij hanteren de volgende definitie:
Praktijkonderzoek in de school is onderzoek dat wordt uitgevoerd door leraren en leraren in
opleiding, waarbij op systematische wijze in interactie met de omgeving antwoorden verkregen
worden op vragen die ontstaan in de eigen onderwijspraktijk en gericht zijn op verbetering van
deze praktijk.
Het algemene kader voor praktijkonderzoek.
1.1 EEN POSITIEBEPALING VAN PRAKTIJKONDERZOEK
Dit boek richt zich op onderzoek vanuit een expliciet geformuleerde leerintentie.
1.1.1 Het belang van een onderzoekende beroepshouding
Een onderzoekende houding houdt in dat je je bij de uitvoering van je beroep voortdurend afvraat
of wat je doet wel het beste is voor je leerlingen.
Een onderzoekende beroepshouding helpt je om impliciete kennis en onderliggende denk- en
besluitvormingsprocessen van zowel jezelf als je collega’s te expliciteren.
Er zijn verschillende visies op wat een onderzoekende beroepshouding is en hoe deze beschreven
kan worden. Losse en Nahuis (2015) hebben de veelheid aan kenmerken geclusterd in drie
dimensies:
1. De open houding. de professional staat open voor nieuwe indrukken, is bereid tot
perspectiefwisseling, wil begrijpen en wil delen.
2. De kritische houding: de professional wil nagaan of iets klopt, wil onderbouwen en wil
verantwoorden.
3. De creatieve houding: de professional is gericht op vernieuwing en wil voortbouwen en
toevoegen.
1.1.2 Hoofddoelen van onderzoek
De drie hoofddoelen van onderzoek
o Je wilt theorieën ontwikkelen of toetsen.
o Je wilt kennis toepasbaar maken in een brede beroepscontext.
o Je wilt op zoek gaan naar antwoorden op vragen in een specifieke beroepssituatie met als
doel deze situatie beter te begrijpen en waar nodig te verbeteren.
Wanneer het accent op de ontwikkeling en toetsing van theorie ligt, wordt ook wel van
fundamenteel onderzoek gesproken. Wanneer het accent op kennis ligt die tot de oplossing van
generieke problemen moet bijdragen, dan gaat het om toegepast onderzoek. Wanneer
professionals in hun eigen beroepspraktijk onderzoek doen met als doel deze praktijk beter te leren
begrijpen of te verbeteren, dan spreek je van praktijkonderzoek.
Fundamenteel onderzoek Toegepast onderzoek Praktijkonderzoek
Theorievorming en Toepassing van kennis om Begrijpen en verbeteren van
theorietoetsing generieke problemen op te de eigen praktijk
lossen
Kennis is generaliseerbaar Kennis is probleemgebonden Kennis is probleemgebonden
in een specifieke context
Een landelijk onderzoek naar Een onderzoek bij diverse Een onderzoek in een school
de vraag: welke problemen psychiatrische instellingen naar de vraag: hoe kunnen wij
ervaren kinderen in de leeftijd naar de vraag: welke leerlingen met asperger die
van 10 tot en met 12 jaar met professionele ondersteuning instromen op school
asperger bij het aangaan van hebben kinderen in de leeftijd ondersteunen bij het aangaan
nieuwe relaties? van 10 tot en met 12 jaar met van nieuwe relaties?
asperger nodig om nieuw
relaties aan te kunnen gaan?
, Een promotieonderzoek naar Een onderzoeksinstelling doet Een leraar doet onderzoek
de vraag: wat is de invloed onderzoek naar de wijze naar de wijze waarop de
van vriendschapsrelaties op waarop leraren bij de start leerlingen die ze begeleidt zich
omgangsvormen van van een nieuw schooljaar snel laten beïnvloeden door de
jongeren? zicht kunnen krijgen op de vriendengroep bij de keuze
sociale dynamiek in een van een vervolgopleiding.
groep.
1.1.3 Onderzoeksbenaderingen
De verschillende opvattingen over wat goed onderzoek is noemen we in dit boek
onderzoeksbenaderingen. We presenteren drie belangrijke onderzoeksbenaderingen en leggen uit
hoe deze benaderingen herkenbaar zijn in de wijze waarop we het doen van praktijkonderzoek
beschrijven in dit boek.
De positivistische onderzoeksbenadering
Volgens de positivistische benadering is kennis gebaseerd op wat direct waarneembaar is: er is
één bestaande werkelijkheid. Hieruit volgt dat deze werkelijkheid (in ons geval de onderwijspraktijk)
beschreven kan worden aan de hand van algemene wetmatigheden. Onderzoeksresultaten zijn
hierdoor eenvoudiger te generaliseren.
Kenmerkend voor een positivistische benadering is dat je probeert je onderzoek zo in te richten, dat
deze vertroebeling geminimaliseerd wordt, waardoor je ondanks die factoren in staat bent
uitspraken te doen over de werkelijkheid.
De constructivistische of interpretatieve onderzoeksbenadering
Volgens de constructivistische of interpretatieve onderzoeksbenadering kunnen er meerdere
interpretaties van de werkelijkheid naast elkaar bestaan. Interpretaties worden gekleurd door
persoonlijkheden en ervaringen. Kennis (lees ook: de interpretatie van de werkelijkheid) wordt door
ieder mens op een eigen wijze geconstrueerd en ontstaat in de interactie tussen deze mensen en
de sociale omgeving. De onderzoeksresultaten van de ene onderwijspraktijk kun je daarom niet
zomaar vertalen naar een andere onderwijspraktijk.
De kritisch-emancipatorische onderzoeksbenadering
De kritisch-emancipatorische benadering is gebaseerd op de opvatting dat kennis niet waardevrij
is en dat deze bepaald wordt door de mensen met de macht. Volgens deze benadering moet
onderzoek bijdragen aan processen die emancipatie van bepaalde groepen bevorderen en
mensen in staat stellen hun eigen omgeving te veranderen. In dit kader wordt veel gesproken over
empowerment: ‘het versterken en verbinden van personen, organisaties en groepen in de
samenleving’. In deze benadering staat de dialoog centraal, is er veel aandacht voor het
perspectief van de belanghebbenden zelf en worden bestaande structuren ter discussie gesteld.
De onderzoeksbenadering bij praktijkonderzoek
In dit boek gaan we ervan uit dat er meerdere interpretaties van de werkelijkheid bestaan, dat deze
interpretaties zowel worden beschreven aan de hand van algemene wetmatigheden als aan de
hand van specifieke kenmerken van de onderwijspraktijk, en dat er een sterke koppeling is tussen
de onderzoeksresultaten en de specifieke context van de onderwijspraktijk die onderzocht wordt.
1.1.4 Een definitie van praktijkonderzoek
Wij hanteren de volgende definitie:
Praktijkonderzoek in de school is onderzoek dat wordt uitgevoerd door leraren en leraren in
opleiding, waarbij op systematische wijze in interactie met de omgeving antwoorden verkregen
worden op vragen die ontstaan in de eigen onderwijspraktijk en gericht zijn op verbetering van
deze praktijk.