HOOFDSTUK 6: VERZAMELEN
6.1 INSTRUMENTEN VOOR DATAVERZAMELING
De data die je verzamelt, moeten bijdragen aan de beantwoording van je onderzoeksvraag.
Instrumenten voor dataverzameling helpen je de data op een eenduidige wijze te verzamelen. Voor
elke methode van dataverzameling uit je onderzoeksplan heb je een instrument nodig. Soms kun je
gebruikmaken van bestaande instrumenten. Als er geen goede, bestaande instrumenten zijn die
passen bij jouw onderzoeksvraag, moet je die zelf ontwikkelen.
Elk instrument bevat een beknopte omschrijving van de kernbegrippen en deelaspecten waar de
dataverzameling zich op richt. Afhankelijk van het instrument werk je deze kernbegrippen en
deelaspecten uit in de vorm van kijkpunten (bij bestuderen), observatiepunten (bij observeren)
en/of vragen (bij bevragen). Een andere term hiervoor is operationaliseren. Soms wil je als
praktijkonderzoeker bij het verzamelen van data bewust een open blik hanteren. In dat geval
baseer je de kijkpunten, observatiepunten en/of vragen niet zozeer op kernbegrippen en
deelaspecten, maar op sensitizing concepts. Dit zijn richtinggevende ideeën die je vaak ontleent
aan de literatuur.
In dit boek onderscheiden we drie categorieën van kijkenpunten, observatiepunten en vragen:
1. Kijkpunten, observatiepunten en/of vragen die een getal opleveren
Deze leveren direct data op in de vorm van een getal.
2. Gesloten kijkpunten, observatiepunten en/of vragen
De data zijn eenvoudig om te zetten naar getallen. In dit boek gaan we in op drie soorten
gesloten kijkpunten, observatiepunten en vragen.
a. Kijkpunten, observatiepunten en vragen met enkele keuzemogelijkheden.
b. Kijkpunten, observatiepunten en vragen met meerdere keuzemogelijkheden.
c. Kijkpunten, observatiepunten en vragen met een beoordelingsschaal. De grootte van de
schaal kan variëren. Een voordeel van een schaal met een even aantal
keuzemogelijkheden is dat iemand nooit neutraal kan kiezen.
3. Open kijkpunten, observatiepunten en/of vragen
Deze leveren data op in de vorm van woorden, zinnen of teksten. De antwoorden of
keuzemogelijkheden zijn niet voorgestructureerd. Mensen mogen in eigen bewoordingen een
antwoord formuleren. Je moet doorgaans structuur aanbrengen in deze data, alvorens je ze
kunt gebruiken.
6.1.1 EEN INSTRUMENT VOOR DATAVERZAMELING ONTWIKKELEM
Stappen voor het maken van een instrument voor dataverzameling
1. Maak een tabel met vier kolommen.
2. Noteer in de eerste kolom het doel van het instrument voor dataverzameling, dat je afleidt van
de deelvraag of deelvragen waar de dataverzameling op gericht is.
3. Stel een lijst samen met de belangrijkste kernbegrippen die betrekking hebben op dit doel. Je
noteert ze in de tweede kolom.
4. Splits de kernbegrippen verder uit in deelaspecten wanneer dit relevant lijkt voor het doel van
de dataverzameling. Noteer de deelaspecten in de derde kolom.
5. Zet in de vierde kolom de kernbegrippen en deelaspecten om in kijkpunten, observatiepunten
en/of vragen, die je vragend of stellend kunt formuleren.
6. Kies de kijkpunten, observatiepunten en/of vragen die het best passen bij het doel van de
dataverzameling en de hiervan afgeleide kernbegrippen en deelaspecten.
7. Ontwerp op basis van de voorgaande stappen het instrument. Breng een geschikte ordening
aan, hanteer de taal van de personen die gebruik moeten maken van het instrument en geef
een toelichting als je verwacht dat begrippen verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden.
8. Leg je instrument voor aan anderen en/of test een keer (proefdraaien). Op die manier kun je
nagaan of het instrument werkt in de praktijk en bevorder je de validiteit en betrouwbaarheid.
, Stappenplan voor het maken van een instrument
Doel van het Kernbegrip Deelaspecten Kijkpunten
instrument voor observatiepunten en/of
dataverzameling vragen
Deelaspect 1.1
Kernbegrip 1
Deelaspect 1.2
Doel Deelaspect 2.1
Kernbegrip 2 Deelaspect 2.2
Deelaspect 2.3
Voorbeeld
Doel van de Kernbegrip Deelaspecten Kijkpunten
enquête observatiepunten en/of
vragen
- Deze leraar kan mijn vragen over de leerstof
Na afloop van de
Kennis van goed beantwoorden.
enquête heb ik
de leerstof - Deze leraar weet veel te vertellen over de
data waaruit blijkt
leerstof
hoe leerlingen de
Tijdsplanning - Deze leraar houdt zich aan de lesplanning.
deskundigheid
Organiseren Lokaalinrichting - Deze leraar zorgt ervoor dat de materialen die
van deze leraar
we nodig hebben in de les klaarliggen.
op school
Zorgen voor - Deze leraar zorgt voor een goede sfeer in de
waarderen
sfeer klas.
Als je je tijdens de dataverzameling vooral wilt laten leiden door de verhalen, inzichten en
ervaringen in de beroepspraktijk, is het voorgaande stappenplan meestal niet goed bruikbaar. Je
kunt je probleemstelling en aanvullende theorie benutten voor het bepalen van zogenoemde
sensitizing concepts. Het instrument dat op deze wijze ontstaat, wordt ook wel een topiclist
genoemd. In plaats van het bepalen van kernbegrippen en deelaspecten, maak je een lijst met
sensitizing concepts of topics: verkennende begrippen die een vertrekpunt en mogelijke richting
vormen van je dataverzameling. Noteer op basis hiervan mogelijke open kijkpunten,
observatiepunten of vragen, die je al dan niet kunt inzetten tijdens de dataverzameling.
Een voorbeeld van een minder gestructureerde interviewleidraad.
Doel van het gesprek Sensitizing Stimulerende vragen/impulsvragen
concepts/topics
An het einde van het o Fasen van o Kun je fasen van rouwverwerking schetsen aan de
gesprek wil ik zicht rouwverwerking hand van een praktijkvoorbeeld?
hebben op hoe o Begeleidingsvormen o Kun je een situatie beschrijven waarin je een
mentoren leerlingen o Rollen leerling goed hebt kunnen ondersteunen?
begeleiden bij o Handelings- o Welke begeleidingsvormen zet je in?
rouwverwerking. verlegenheid o Welke invloed kun jij uitoefenen op het
rouwverwerkingsproces?
o Kun je een situatie beschrijven waarin je
handelingsverlegen was?
6.1.2 AANDACHTSPUNTEN BIJ DE UITWERKING VAN INSTRUMENTEN VOOR DATAVERZAMELING
Probeer te voorkomen dat je kijkpunten, observatiepunten en/of vragen opneemt waarmee je data
verzamelt die niet relevant zijn en die je analyse onnodig complex maken.
Wanneer de formulering van kijkpunten, observatiepunten en/of vragen niet afgestemd is op de
wijze waarop je de data wilt analyseren, leidt dit tot problemen. Je streeft daarom naar een
eenduidige manier van dataverzameling en data-analyse.
Ook het hanteren van verschillende categorieën vragen (en daarmee ook verschillende
categorieën antwoorden) kan de data-analyse bemoeilijken.
6.2 BESTUDEREN
, In bijlage A geven we een overzicht van bronnen. In deze paragraaf gaan we in op hoe je met
behulp van deze bronnen een of meerdere deelvragen kunt beantwoorden. Je gebruikt de bronnen
dan als databron.
Naast de vakliteratuur gebruik je bij deze dataverzamelingsmethode vaak ook andersoortige
bronnen. Dit hangt af van de inhoud van je deelvraag. Denk bijvoorbeeld aan interne bronnen.
6.2.1 WIJZE VAN BESTUDEREN
Er zijn vaak veel bronnen beschikbaar die een bijdrage kunnen leveren aan het beantwoorden van
een deelvraag. Je bepaalt dan aan de hand van selectiecriteria welke tekstbronnen je wel en welke
je niet opneemt. Deze worden ook wel inclusie- en exclusiecriteria genoemd. Op deze manier kun je
verantwoorden waarom je bepaalde bronnen wel of niet gebruikt. Ook leg je vast welke
zoekstrategie je toepast. Voor anderen wordt hiermee inzichtelijk hoe je aan je tekstbronnen bent
gekomen. Soms is uit een deelvraag al duidelijk af te leiden welke tekst te gebruiken zijn bij het
beantwoorden van deze vraag.
Selectiecriteria formuleren
Een voorbeeld van inclusie- en exclusiecriteria
Inclusie Exclusie
De bron De bron
o heeft betrekking op leerproblemen; o heeft betrekking op leerproblemen op het
o is gericht op kinderen in de leeftijd van 4 tot en gebied van taalontwikkeling.
met 12 jaar in een schoolse situatie;
o is volledig beschikbaar (full tekst).
De zoekstrategie vastleggen
De selectiecriteria die je formuleert, zijn medebepalend voor de zoekstrategie die je toepast. Noteer
eventueel ook het aantal treffers dat diverse zoektermen opleveren.
Zoekterm(en) Aantal treffers
‘onderwijs’ 58.000.000
‘onderwijs’ + ‘leerlingenzorg’ 137.000
’onderwijs’ + ‘leerlingenzorg’ + ‘leerproblemen’ 14.400
‘onderwijs’ + ‘leerlingenzorg’ + ‘leerproblemen’ – ‘dyslexie’ 5.830
De bronnen die de opbrengst vormen van je zoekproces, beoordeel je op betrouwbaarheid en
bruikbaarheid aan de hand van de richtlijnen in bijlage A.
6.2.2 INSTRUMENTEN BIJ HET BESTUDEREN VAN TEKSTBRONNEN
Een kijkkader is een geschikt instrument voor het bestuderen van tekstbronnen. Je kunt
gebruikmaken van kijkpunten die een getal opleveren, gesloten kijkpunten en/of open kijkpunten.
De punten kun je vragend of stellend formuleren en opnemen in je kijkkader.
1. Kijkpunten die een getal opleveren
Bijvoorbeeld: In hoeveel verhalende teksten in het lesboek is er sprake van stereotypering van
groepen in de samenleving?
2. Gesloten kijkpunten
a. Kijkpunten met een enkele keuzemogelijkheid.
Bijvoorbeeld:
In welke taal is de tekst geschreven?
Nederlands
Engels
Duits
6.1 INSTRUMENTEN VOOR DATAVERZAMELING
De data die je verzamelt, moeten bijdragen aan de beantwoording van je onderzoeksvraag.
Instrumenten voor dataverzameling helpen je de data op een eenduidige wijze te verzamelen. Voor
elke methode van dataverzameling uit je onderzoeksplan heb je een instrument nodig. Soms kun je
gebruikmaken van bestaande instrumenten. Als er geen goede, bestaande instrumenten zijn die
passen bij jouw onderzoeksvraag, moet je die zelf ontwikkelen.
Elk instrument bevat een beknopte omschrijving van de kernbegrippen en deelaspecten waar de
dataverzameling zich op richt. Afhankelijk van het instrument werk je deze kernbegrippen en
deelaspecten uit in de vorm van kijkpunten (bij bestuderen), observatiepunten (bij observeren)
en/of vragen (bij bevragen). Een andere term hiervoor is operationaliseren. Soms wil je als
praktijkonderzoeker bij het verzamelen van data bewust een open blik hanteren. In dat geval
baseer je de kijkpunten, observatiepunten en/of vragen niet zozeer op kernbegrippen en
deelaspecten, maar op sensitizing concepts. Dit zijn richtinggevende ideeën die je vaak ontleent
aan de literatuur.
In dit boek onderscheiden we drie categorieën van kijkenpunten, observatiepunten en vragen:
1. Kijkpunten, observatiepunten en/of vragen die een getal opleveren
Deze leveren direct data op in de vorm van een getal.
2. Gesloten kijkpunten, observatiepunten en/of vragen
De data zijn eenvoudig om te zetten naar getallen. In dit boek gaan we in op drie soorten
gesloten kijkpunten, observatiepunten en vragen.
a. Kijkpunten, observatiepunten en vragen met enkele keuzemogelijkheden.
b. Kijkpunten, observatiepunten en vragen met meerdere keuzemogelijkheden.
c. Kijkpunten, observatiepunten en vragen met een beoordelingsschaal. De grootte van de
schaal kan variëren. Een voordeel van een schaal met een even aantal
keuzemogelijkheden is dat iemand nooit neutraal kan kiezen.
3. Open kijkpunten, observatiepunten en/of vragen
Deze leveren data op in de vorm van woorden, zinnen of teksten. De antwoorden of
keuzemogelijkheden zijn niet voorgestructureerd. Mensen mogen in eigen bewoordingen een
antwoord formuleren. Je moet doorgaans structuur aanbrengen in deze data, alvorens je ze
kunt gebruiken.
6.1.1 EEN INSTRUMENT VOOR DATAVERZAMELING ONTWIKKELEM
Stappen voor het maken van een instrument voor dataverzameling
1. Maak een tabel met vier kolommen.
2. Noteer in de eerste kolom het doel van het instrument voor dataverzameling, dat je afleidt van
de deelvraag of deelvragen waar de dataverzameling op gericht is.
3. Stel een lijst samen met de belangrijkste kernbegrippen die betrekking hebben op dit doel. Je
noteert ze in de tweede kolom.
4. Splits de kernbegrippen verder uit in deelaspecten wanneer dit relevant lijkt voor het doel van
de dataverzameling. Noteer de deelaspecten in de derde kolom.
5. Zet in de vierde kolom de kernbegrippen en deelaspecten om in kijkpunten, observatiepunten
en/of vragen, die je vragend of stellend kunt formuleren.
6. Kies de kijkpunten, observatiepunten en/of vragen die het best passen bij het doel van de
dataverzameling en de hiervan afgeleide kernbegrippen en deelaspecten.
7. Ontwerp op basis van de voorgaande stappen het instrument. Breng een geschikte ordening
aan, hanteer de taal van de personen die gebruik moeten maken van het instrument en geef
een toelichting als je verwacht dat begrippen verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden.
8. Leg je instrument voor aan anderen en/of test een keer (proefdraaien). Op die manier kun je
nagaan of het instrument werkt in de praktijk en bevorder je de validiteit en betrouwbaarheid.
, Stappenplan voor het maken van een instrument
Doel van het Kernbegrip Deelaspecten Kijkpunten
instrument voor observatiepunten en/of
dataverzameling vragen
Deelaspect 1.1
Kernbegrip 1
Deelaspect 1.2
Doel Deelaspect 2.1
Kernbegrip 2 Deelaspect 2.2
Deelaspect 2.3
Voorbeeld
Doel van de Kernbegrip Deelaspecten Kijkpunten
enquête observatiepunten en/of
vragen
- Deze leraar kan mijn vragen over de leerstof
Na afloop van de
Kennis van goed beantwoorden.
enquête heb ik
de leerstof - Deze leraar weet veel te vertellen over de
data waaruit blijkt
leerstof
hoe leerlingen de
Tijdsplanning - Deze leraar houdt zich aan de lesplanning.
deskundigheid
Organiseren Lokaalinrichting - Deze leraar zorgt ervoor dat de materialen die
van deze leraar
we nodig hebben in de les klaarliggen.
op school
Zorgen voor - Deze leraar zorgt voor een goede sfeer in de
waarderen
sfeer klas.
Als je je tijdens de dataverzameling vooral wilt laten leiden door de verhalen, inzichten en
ervaringen in de beroepspraktijk, is het voorgaande stappenplan meestal niet goed bruikbaar. Je
kunt je probleemstelling en aanvullende theorie benutten voor het bepalen van zogenoemde
sensitizing concepts. Het instrument dat op deze wijze ontstaat, wordt ook wel een topiclist
genoemd. In plaats van het bepalen van kernbegrippen en deelaspecten, maak je een lijst met
sensitizing concepts of topics: verkennende begrippen die een vertrekpunt en mogelijke richting
vormen van je dataverzameling. Noteer op basis hiervan mogelijke open kijkpunten,
observatiepunten of vragen, die je al dan niet kunt inzetten tijdens de dataverzameling.
Een voorbeeld van een minder gestructureerde interviewleidraad.
Doel van het gesprek Sensitizing Stimulerende vragen/impulsvragen
concepts/topics
An het einde van het o Fasen van o Kun je fasen van rouwverwerking schetsen aan de
gesprek wil ik zicht rouwverwerking hand van een praktijkvoorbeeld?
hebben op hoe o Begeleidingsvormen o Kun je een situatie beschrijven waarin je een
mentoren leerlingen o Rollen leerling goed hebt kunnen ondersteunen?
begeleiden bij o Handelings- o Welke begeleidingsvormen zet je in?
rouwverwerking. verlegenheid o Welke invloed kun jij uitoefenen op het
rouwverwerkingsproces?
o Kun je een situatie beschrijven waarin je
handelingsverlegen was?
6.1.2 AANDACHTSPUNTEN BIJ DE UITWERKING VAN INSTRUMENTEN VOOR DATAVERZAMELING
Probeer te voorkomen dat je kijkpunten, observatiepunten en/of vragen opneemt waarmee je data
verzamelt die niet relevant zijn en die je analyse onnodig complex maken.
Wanneer de formulering van kijkpunten, observatiepunten en/of vragen niet afgestemd is op de
wijze waarop je de data wilt analyseren, leidt dit tot problemen. Je streeft daarom naar een
eenduidige manier van dataverzameling en data-analyse.
Ook het hanteren van verschillende categorieën vragen (en daarmee ook verschillende
categorieën antwoorden) kan de data-analyse bemoeilijken.
6.2 BESTUDEREN
, In bijlage A geven we een overzicht van bronnen. In deze paragraaf gaan we in op hoe je met
behulp van deze bronnen een of meerdere deelvragen kunt beantwoorden. Je gebruikt de bronnen
dan als databron.
Naast de vakliteratuur gebruik je bij deze dataverzamelingsmethode vaak ook andersoortige
bronnen. Dit hangt af van de inhoud van je deelvraag. Denk bijvoorbeeld aan interne bronnen.
6.2.1 WIJZE VAN BESTUDEREN
Er zijn vaak veel bronnen beschikbaar die een bijdrage kunnen leveren aan het beantwoorden van
een deelvraag. Je bepaalt dan aan de hand van selectiecriteria welke tekstbronnen je wel en welke
je niet opneemt. Deze worden ook wel inclusie- en exclusiecriteria genoemd. Op deze manier kun je
verantwoorden waarom je bepaalde bronnen wel of niet gebruikt. Ook leg je vast welke
zoekstrategie je toepast. Voor anderen wordt hiermee inzichtelijk hoe je aan je tekstbronnen bent
gekomen. Soms is uit een deelvraag al duidelijk af te leiden welke tekst te gebruiken zijn bij het
beantwoorden van deze vraag.
Selectiecriteria formuleren
Een voorbeeld van inclusie- en exclusiecriteria
Inclusie Exclusie
De bron De bron
o heeft betrekking op leerproblemen; o heeft betrekking op leerproblemen op het
o is gericht op kinderen in de leeftijd van 4 tot en gebied van taalontwikkeling.
met 12 jaar in een schoolse situatie;
o is volledig beschikbaar (full tekst).
De zoekstrategie vastleggen
De selectiecriteria die je formuleert, zijn medebepalend voor de zoekstrategie die je toepast. Noteer
eventueel ook het aantal treffers dat diverse zoektermen opleveren.
Zoekterm(en) Aantal treffers
‘onderwijs’ 58.000.000
‘onderwijs’ + ‘leerlingenzorg’ 137.000
’onderwijs’ + ‘leerlingenzorg’ + ‘leerproblemen’ 14.400
‘onderwijs’ + ‘leerlingenzorg’ + ‘leerproblemen’ – ‘dyslexie’ 5.830
De bronnen die de opbrengst vormen van je zoekproces, beoordeel je op betrouwbaarheid en
bruikbaarheid aan de hand van de richtlijnen in bijlage A.
6.2.2 INSTRUMENTEN BIJ HET BESTUDEREN VAN TEKSTBRONNEN
Een kijkkader is een geschikt instrument voor het bestuderen van tekstbronnen. Je kunt
gebruikmaken van kijkpunten die een getal opleveren, gesloten kijkpunten en/of open kijkpunten.
De punten kun je vragend of stellend formuleren en opnemen in je kijkkader.
1. Kijkpunten die een getal opleveren
Bijvoorbeeld: In hoeveel verhalende teksten in het lesboek is er sprake van stereotypering van
groepen in de samenleving?
2. Gesloten kijkpunten
a. Kijkpunten met een enkele keuzemogelijkheid.
Bijvoorbeeld:
In welke taal is de tekst geschreven?
Nederlands
Engels
Duits