HOOFDSTUK 7: ANALYSEREN EN CONCLUDEREN
7.1 VAN VERZAMELDE DATA NAAR ANALYSERESULTATEN
Verzamelde data → Analyseren → Analyseresultaten → Concluderen → Conclusies
Figuur: Analyseren
De kernactiviteit analyseren en concluderen start bij de data die je verzameld hebt gedurende je
onderzoek. Je analyseert je data en op basis van je analyseresultaten formuleer je je conclusies.
Je doorloopt de volgende drie fasen om tot je analyseresultaten te komen.
Fase 1 Orden de verzamelde data per deelvraag
In je onderzoeksplan heb je per deelvraag aangegeven op welke wijze je data wilde gaan
verzamelen. Met behulp van de data die dit oplevert, wil je de deelvraag kunnen beantwoorden.
Vaak komt het voor dat je één dataverzamelingsmethode hebt ingezet voor het beantwoorden van
meerdere deelvragen. Alvorens je deze data kunt gaan analyseren, moet je aangeven welke data
bij welke deelvraag horen. Je ordent de data per deelvraag.
Voorbeeld
Deelvraag Data waarmee de deelvraag wordt beantwoord
Welke specifieke ondersteuning hebben dyslectische o De antwoorden op vraag 3, 4A, 4B, 5 en 6 van de
leerlingen nodig bij het maken van een werkstuk? leerlingen enquête.
o De data die horen bij kijkpunt 2, 3 en 5 uit het
kijkkader dat ik gebruikt heb bij het bestuderen van
vakliteratuur over dyslexie.
Op welke wijze houden leraren bij het voorbereiden van o Het antwoord van de leraren op vraag 4 en 5 van het
een lessenserie over het maken van een werkstuk groepsinterview.
rekening met de onderwijsbehoeften van dyslectische
leerlingen?
Op welke wijze houden leraren bij het uitvoeren van een o De data die horen bij de observatiepunten uit het
lessenserie over het maken van een werkstuk rekening observatieschema van de lesobservaties.
met de onderwijsbehoeften van dyslectische leerlingen? o De antwoorden op vraag 1, 2, 7 en 8 van de leer-
lingenenquête.
Fase 2 Reduceer, transformeer en/of combineer de verzamelde data
Je probeert grote hoeveelheden data te reduceren tot betekenisvolle delen.
Het weglaten van informatie die niet bijdraagt aan de beantwoording van deelvragen noem je het
reduceren van data.
Andere vormen van transformeren zijn bijvoorbeeld het omzetten van tekstuele data naar getallen
of het grafisch weergeven van tekstuele en getalsmatige data. Je presenteert de data in een
nieuwe vorm, waarmee je een beter zicht krijgt op de resultaten. Je moet er wel voor waken dat de
oorspronkelijke betekenis van de data in de basis onveranderd blijft.
Afhankelijk van je deelvraag kun je tijdens de analyse ook data combineren. Je kunt data ook
combineren om een ontwikkeling in beeld te brengen.
Fase 3 Presenteer de analyseresultaten
Je analyse is erop gericht je data zo te ordenen, te reduceren, te transformeren en/of te
combineren, dat je dát deel overhoudt waarmee je je deelvragen kunt beantwoorden. Dit deel
noemen we de analyseresultaten. Je presenteert deze in de vorm van cijfers, teksten of
visualisaties (grafieken, cirkeldiagrammen, infografics, enzovoort)
7.2 VOORGESTRUCTUREERDE DATA ANALYSEREN
, Bij het analyseren heb je als praktijkonderzoeker vaak te maken met verschillende soorten
verzamelde data. We spreken van voorgestructureerde data als deze data getallen betreffen
(bijvoorbeeld wanneer je mensen naar hun leeftijd vraagt) of als je ze eenvoudig in getallen kunt
omzetten.
Voorgestructureerde data kunnen met behulp van berekeningen worden geanalyseerd. Voor deze
verschillende berekeningsmethoden wordt vaak het overkoepelende begrip statistiek gehanteerd.
Er bestaan twee vormen van statistiek: beschrijvende statistiek (of descriptieve statistiek) en
toetsende statistiek (of inferentiële statistiek).
Met behulp van beschrijvende statistiek worden de aspecten die je onderzoekt uitgedrukt in
aantallen of in percentages van het totale aantal waarnemingen of antwoorden. Hieruit ontstaan
de tabellen, staaf- en cirkeldiagrammen die vaak bij de presentatie van deze data gebruikt
worden. Wanneer je gebruikmaakt van beschrijvende statistiek, dan hebben je
onderzoeksresultaten enkel betrekking op de onderzoekseenheden waaraan je de data hebt
ontleend. Je kunt geen uitspraken doen die verder reiken dan jouw onderzoekscontext. Doorgaans
zul je bij praktijkonderzoek genoeg hebben aan deze vorm van statistiek, omdat je
onderzoeksvragen gericht zijn op de onderwijscontext waarbinnen de data verzameld worden.
Er zijn echter voorbeelden van praktijkonderzoek waarbij de totale populatie wezenlijk groter is dan
de onderzoekspopulatie. In dat geval is het gebruikelijk ook methoden voor toetsende statistiek te
gebruiken. Deze methoden zijn gebaseerd op statistische toetsen die inzicht geven in de mate
waarin een resultaat verkregen uit een steekproef, ook geldt voor een grotere populatie.
Veelgebruikte methoden zijn bijvoorbeeld het berekenen van correlaties of het uitvoeren van een
chi-kwadraattest, t-test of regressieanalyse. Met behulp van zulke technieken kun je bepalen of
resultaten statistisch significant zijn. Daarmee wordt bedoeld dat het waarschijnlijk is dat de
resultaten die voortkomen uit de kleinere onderzoekspopulatie (de steekproef) ook van toepassing
zijn op de grotere populatie.
7.2.1 DATA-ANALYSE BIJ KIJKPUNTEN, OBSERVATIEPUNTEN EN VRAGEN DIE GETALLEN OPLEVEREN
Deze data van kijkpunten, observatiepunten en vragen zijn doorgaans goed vergelijkbaar,
aangezien de waarden een vaste rekenkundige afstand tot elkaar hebben. Je kunt dan nagaan
welke personen of groepen in welke mate meer of minder van een bepaald kenmerk hebben. Bij
deze data kun je verschillende rekenkundige analysemethoden toepassen.
Analysemethode 1 Gemiddelde berekenen
Werkwijze om het gemiddelde te berekenen
1. Tel alle individuele scores op een vraag op.
2. Deel dit getal door het aantal personen waaruit de groep bestaat. Houd er wel rekening
mee dat je de personen die de vraag niet hebben ingevuld, niet mee mag nemen bij het
delen.
Analysemethode 2 Mediaan bepalen
Het gemiddelde kan namelijk sterk beïnvloed worden door individuele waarden. In zo’n geval is het
beter in plaats van het gemiddelde de mediaan te gebruiken als middelpunt van je
dataverzameling. De mediaan is de middelste waarde in een reeks van getallen die je ordent van
klein naar groot.
Werkwijze om de mediaan te bepalen
1. Zet alle getallen in volgorde van klein naar groot.
2. Bepaal de mediaan – die ligt precies bij de helft van het totale aantal verzamelde
waarden.
Let op! Bij een even aantal ligt de mediaan tussen de twee middelste waarden in. Je telt deze
waarden bij elkaar op en deelt ze door twee.
7.1 VAN VERZAMELDE DATA NAAR ANALYSERESULTATEN
Verzamelde data → Analyseren → Analyseresultaten → Concluderen → Conclusies
Figuur: Analyseren
De kernactiviteit analyseren en concluderen start bij de data die je verzameld hebt gedurende je
onderzoek. Je analyseert je data en op basis van je analyseresultaten formuleer je je conclusies.
Je doorloopt de volgende drie fasen om tot je analyseresultaten te komen.
Fase 1 Orden de verzamelde data per deelvraag
In je onderzoeksplan heb je per deelvraag aangegeven op welke wijze je data wilde gaan
verzamelen. Met behulp van de data die dit oplevert, wil je de deelvraag kunnen beantwoorden.
Vaak komt het voor dat je één dataverzamelingsmethode hebt ingezet voor het beantwoorden van
meerdere deelvragen. Alvorens je deze data kunt gaan analyseren, moet je aangeven welke data
bij welke deelvraag horen. Je ordent de data per deelvraag.
Voorbeeld
Deelvraag Data waarmee de deelvraag wordt beantwoord
Welke specifieke ondersteuning hebben dyslectische o De antwoorden op vraag 3, 4A, 4B, 5 en 6 van de
leerlingen nodig bij het maken van een werkstuk? leerlingen enquête.
o De data die horen bij kijkpunt 2, 3 en 5 uit het
kijkkader dat ik gebruikt heb bij het bestuderen van
vakliteratuur over dyslexie.
Op welke wijze houden leraren bij het voorbereiden van o Het antwoord van de leraren op vraag 4 en 5 van het
een lessenserie over het maken van een werkstuk groepsinterview.
rekening met de onderwijsbehoeften van dyslectische
leerlingen?
Op welke wijze houden leraren bij het uitvoeren van een o De data die horen bij de observatiepunten uit het
lessenserie over het maken van een werkstuk rekening observatieschema van de lesobservaties.
met de onderwijsbehoeften van dyslectische leerlingen? o De antwoorden op vraag 1, 2, 7 en 8 van de leer-
lingenenquête.
Fase 2 Reduceer, transformeer en/of combineer de verzamelde data
Je probeert grote hoeveelheden data te reduceren tot betekenisvolle delen.
Het weglaten van informatie die niet bijdraagt aan de beantwoording van deelvragen noem je het
reduceren van data.
Andere vormen van transformeren zijn bijvoorbeeld het omzetten van tekstuele data naar getallen
of het grafisch weergeven van tekstuele en getalsmatige data. Je presenteert de data in een
nieuwe vorm, waarmee je een beter zicht krijgt op de resultaten. Je moet er wel voor waken dat de
oorspronkelijke betekenis van de data in de basis onveranderd blijft.
Afhankelijk van je deelvraag kun je tijdens de analyse ook data combineren. Je kunt data ook
combineren om een ontwikkeling in beeld te brengen.
Fase 3 Presenteer de analyseresultaten
Je analyse is erop gericht je data zo te ordenen, te reduceren, te transformeren en/of te
combineren, dat je dát deel overhoudt waarmee je je deelvragen kunt beantwoorden. Dit deel
noemen we de analyseresultaten. Je presenteert deze in de vorm van cijfers, teksten of
visualisaties (grafieken, cirkeldiagrammen, infografics, enzovoort)
7.2 VOORGESTRUCTUREERDE DATA ANALYSEREN
, Bij het analyseren heb je als praktijkonderzoeker vaak te maken met verschillende soorten
verzamelde data. We spreken van voorgestructureerde data als deze data getallen betreffen
(bijvoorbeeld wanneer je mensen naar hun leeftijd vraagt) of als je ze eenvoudig in getallen kunt
omzetten.
Voorgestructureerde data kunnen met behulp van berekeningen worden geanalyseerd. Voor deze
verschillende berekeningsmethoden wordt vaak het overkoepelende begrip statistiek gehanteerd.
Er bestaan twee vormen van statistiek: beschrijvende statistiek (of descriptieve statistiek) en
toetsende statistiek (of inferentiële statistiek).
Met behulp van beschrijvende statistiek worden de aspecten die je onderzoekt uitgedrukt in
aantallen of in percentages van het totale aantal waarnemingen of antwoorden. Hieruit ontstaan
de tabellen, staaf- en cirkeldiagrammen die vaak bij de presentatie van deze data gebruikt
worden. Wanneer je gebruikmaakt van beschrijvende statistiek, dan hebben je
onderzoeksresultaten enkel betrekking op de onderzoekseenheden waaraan je de data hebt
ontleend. Je kunt geen uitspraken doen die verder reiken dan jouw onderzoekscontext. Doorgaans
zul je bij praktijkonderzoek genoeg hebben aan deze vorm van statistiek, omdat je
onderzoeksvragen gericht zijn op de onderwijscontext waarbinnen de data verzameld worden.
Er zijn echter voorbeelden van praktijkonderzoek waarbij de totale populatie wezenlijk groter is dan
de onderzoekspopulatie. In dat geval is het gebruikelijk ook methoden voor toetsende statistiek te
gebruiken. Deze methoden zijn gebaseerd op statistische toetsen die inzicht geven in de mate
waarin een resultaat verkregen uit een steekproef, ook geldt voor een grotere populatie.
Veelgebruikte methoden zijn bijvoorbeeld het berekenen van correlaties of het uitvoeren van een
chi-kwadraattest, t-test of regressieanalyse. Met behulp van zulke technieken kun je bepalen of
resultaten statistisch significant zijn. Daarmee wordt bedoeld dat het waarschijnlijk is dat de
resultaten die voortkomen uit de kleinere onderzoekspopulatie (de steekproef) ook van toepassing
zijn op de grotere populatie.
7.2.1 DATA-ANALYSE BIJ KIJKPUNTEN, OBSERVATIEPUNTEN EN VRAGEN DIE GETALLEN OPLEVEREN
Deze data van kijkpunten, observatiepunten en vragen zijn doorgaans goed vergelijkbaar,
aangezien de waarden een vaste rekenkundige afstand tot elkaar hebben. Je kunt dan nagaan
welke personen of groepen in welke mate meer of minder van een bepaald kenmerk hebben. Bij
deze data kun je verschillende rekenkundige analysemethoden toepassen.
Analysemethode 1 Gemiddelde berekenen
Werkwijze om het gemiddelde te berekenen
1. Tel alle individuele scores op een vraag op.
2. Deel dit getal door het aantal personen waaruit de groep bestaat. Houd er wel rekening
mee dat je de personen die de vraag niet hebben ingevuld, niet mee mag nemen bij het
delen.
Analysemethode 2 Mediaan bepalen
Het gemiddelde kan namelijk sterk beïnvloed worden door individuele waarden. In zo’n geval is het
beter in plaats van het gemiddelde de mediaan te gebruiken als middelpunt van je
dataverzameling. De mediaan is de middelste waarde in een reeks van getallen die je ordent van
klein naar groot.
Werkwijze om de mediaan te bepalen
1. Zet alle getallen in volgorde van klein naar groot.
2. Bepaal de mediaan – die ligt precies bij de helft van het totale aantal verzamelde
waarden.
Let op! Bij een even aantal ligt de mediaan tussen de twee middelste waarden in. Je telt deze
waarden bij elkaar op en deelt ze door twee.