HOOFDSTUK 9: RAPPORTEREN EN PRESENTEREN
In de laatste fase van de cyclus van praktijkonderzoek richt je je op het verspreiden en toegankelijk
maken van de resultaten van het onderzoek.
9.1 Onderzoeksresultaten verspreiden en implementeren
1. Je onderzoek moet leiden tot nieuwe kennis en inzichten
Wanneer het accent ligt op nieuwe kennis en inzichten, richt je je op het verspreiden van
onderzoeksresultaten (disseminatie),
2. Je onderzoek moet leiden tot verbeteringen
Bij veranderingen gaat het niet alleen om het verspreiden van resultaten, maar ook om het
procesmatig en planmatig invoeren van verbeteringen (Implementatie).
Ook wanneer je zelf niet betrokken bent zult zijn bij het implementatieproces, is het wenselijk
dat je een advies uitbrengt over de implementatiestrategie die het best gehanteerd kan
worden. Vaak wordt dit advies vastgelegd in de vorm van een implementatie- of verbeterplan.
9.2 Doelgroepen bepalen en analyseren
Voordat je vaststelt welke strategie je hanteert om over je onderzoeksresultaten te communiceren
en eventuele veranderingen door te voeren, bepaal je de doelgroep(en).
De onderzoekspopulatie wordt gevormd door de personen over wie je in je onderzoek uitspraken
doet; de doelgroep wordt gevormd door de mensen voor wie je onderzoeksresultaten van belang
zijn. Soms is de doelgroep tegelijkertijd ook de onderzoekspopulatie, maar dit is lang niet altijd het
geval.
Zelf de doelgroep zijn
Ook als je onderzoek in eerste instantie vooral van belang is voor jezelf, kunnen anderen daar zeker
hun voordeel mee doen. Zorg er dus voor dat je onderzoeksresultaten ook voor anderen
toegankelijk en begrijpelijk zijn.
Doelgroepen bepalen
Je kunt bij het bepalen van de doelgroepen onderscheid maken in:
o Primaire doelgroep(en): personen voor wie de onderzoeksresultaten een directe impact
hebben.
o Secundaire doelgroep(en): personen die niet direct te maken krijgen met de
onderzoeksresultaten, maar wel geïnformeerd moeten worden.
o Intermediaire doelgroep(en): personen of organosaties die ingezet kunnen worden om
over het onderzoek te communiceren.
Het kan behulpzaam zijn om een sociale kaart van de betrokken doelgroepen te maken, waari je
aangeeft wat de doelen en belangen van de verschillende doelgroepen zijn met betrekking tot je
onderzoek. Als je een verandering door wilt (laten) voeren, zul je ook in kaart moeten brengen wat
de knelpunten en prikkels zijn voor het bereiken van de beoogde doelen. Maak eventueel gebruik
van het belanghebbendenschema dat je gemaakt hebt in het kader van de verkennende
probleemanalyse.
Een voorbeeld van een sociale kaart:
Doelgroepen Belang in het kader van het onderzoek
Leraren in de school Willen leraren leren hoe ze leerlingen met dyscalculie zo goed mogelijk
(primaire groep) kunnen begeleiden, zonder dat dit een taakverzwaring inhoudt of ten koste
gaat van andere leerlingen.
, Schooldirectie Willen een verantwoording van het onderzoeksproces en de opbrengsten en
(primaire groep) willen duidelijkheid over de organisatorische consequenties van de nieuwe
werkwijze.
Beoordelaars van de Willen weten welke ontwikkeling de leraar in opleiding heeft doorgemaakt en
opleiding of hij procesmatig en inhoudelijk voldaan heeft aan de beoordelingscriteria.
(secundaire groep)
Redactie van een Willen good practices uit de onderwijspraktijk beschikbaar maken voor
vaktijdschrift andere vakcollega’s.
(intermediaire doelgroep)
Doelgroepen uitsplitsen in subgroepen
Je kunt subgroepen binnen een doelgroep onderscheiden, die verschillen in behoeften, kenmerken
en bevorderende en belemmerende factoren.
Bij het analyseren van de kenmerken van de doelgroepen kun je subgroepen bepalen door
aandacht te besteden aan de overeenkomsten en verschillen tussen:
o demografische of persoonlijke kenmerken, zoals leeftijd, opleidingsniveau, taal, geslacht en
beroep.
o probleemgerelateerde (of domeinspecifieke) kenmerken, zoals de aanwezige kennis over
het onderwerp, werkervaring en de betrokkenheid en verwachtingen ten aanzien van de
voorgestelde oplossing.
9.3 Onderzoeksresultaten verspreiden
Een handig instrument om de hoofdlijnen van je disseminatiestrategie te bepalen, is het
zogenaamde communicatiekruispunt (Van Ruler, 1998). Dit kruispunt geeft aan dat je aanpak van
de communicatie voor twee fundamentele keuzes staat, die vier basisstrategieën opleveren.
Het communicatiekruispunt
Het doel is Informatie bekendmaken Doelgroep beïnvloeden
Alleen zenden Informering Overreding
Zenden en ontvangen Dialogisering Formering
Informering
Bij informering gaat het om bekendmaking via de eenrichtingsweg. Je presenteert de feiten en laat
de meningsvorming zo veel mogelijk bij de ander. Het hoofddoel is informatie verstrekken.
Dialogisering
Dialogisering is bekendmaking via de tweerichtingsweg (tweezijdige communicatie).
Overreding
Overreding is eenzijdige beïnvloeding. De onderzoeksresultaten worden ingezet om mensen te
overtuigen.
Formering
Bij formering gaat het om wederzijdse beïnvloeding: je wilt de ander overtuigen, maar bent wel
ontvankelijk voor zijn of haar inbreng. Je bent als het ware aan het lobbyen.
Je kunt je sociale kaart uitbreiden met een disseminatiestrategie. Je geeft dan aan welke
communicatiestrategie(ën) uit het hiervoor gepresenteerde communicatiekruispunt de best
passende lijkt of lijken en welke rapportagevorm(en) en presentatievorm(en) hiervoor het meest
geschikt zijn.
Voorbeeld
In de laatste fase van de cyclus van praktijkonderzoek richt je je op het verspreiden en toegankelijk
maken van de resultaten van het onderzoek.
9.1 Onderzoeksresultaten verspreiden en implementeren
1. Je onderzoek moet leiden tot nieuwe kennis en inzichten
Wanneer het accent ligt op nieuwe kennis en inzichten, richt je je op het verspreiden van
onderzoeksresultaten (disseminatie),
2. Je onderzoek moet leiden tot verbeteringen
Bij veranderingen gaat het niet alleen om het verspreiden van resultaten, maar ook om het
procesmatig en planmatig invoeren van verbeteringen (Implementatie).
Ook wanneer je zelf niet betrokken bent zult zijn bij het implementatieproces, is het wenselijk
dat je een advies uitbrengt over de implementatiestrategie die het best gehanteerd kan
worden. Vaak wordt dit advies vastgelegd in de vorm van een implementatie- of verbeterplan.
9.2 Doelgroepen bepalen en analyseren
Voordat je vaststelt welke strategie je hanteert om over je onderzoeksresultaten te communiceren
en eventuele veranderingen door te voeren, bepaal je de doelgroep(en).
De onderzoekspopulatie wordt gevormd door de personen over wie je in je onderzoek uitspraken
doet; de doelgroep wordt gevormd door de mensen voor wie je onderzoeksresultaten van belang
zijn. Soms is de doelgroep tegelijkertijd ook de onderzoekspopulatie, maar dit is lang niet altijd het
geval.
Zelf de doelgroep zijn
Ook als je onderzoek in eerste instantie vooral van belang is voor jezelf, kunnen anderen daar zeker
hun voordeel mee doen. Zorg er dus voor dat je onderzoeksresultaten ook voor anderen
toegankelijk en begrijpelijk zijn.
Doelgroepen bepalen
Je kunt bij het bepalen van de doelgroepen onderscheid maken in:
o Primaire doelgroep(en): personen voor wie de onderzoeksresultaten een directe impact
hebben.
o Secundaire doelgroep(en): personen die niet direct te maken krijgen met de
onderzoeksresultaten, maar wel geïnformeerd moeten worden.
o Intermediaire doelgroep(en): personen of organosaties die ingezet kunnen worden om
over het onderzoek te communiceren.
Het kan behulpzaam zijn om een sociale kaart van de betrokken doelgroepen te maken, waari je
aangeeft wat de doelen en belangen van de verschillende doelgroepen zijn met betrekking tot je
onderzoek. Als je een verandering door wilt (laten) voeren, zul je ook in kaart moeten brengen wat
de knelpunten en prikkels zijn voor het bereiken van de beoogde doelen. Maak eventueel gebruik
van het belanghebbendenschema dat je gemaakt hebt in het kader van de verkennende
probleemanalyse.
Een voorbeeld van een sociale kaart:
Doelgroepen Belang in het kader van het onderzoek
Leraren in de school Willen leraren leren hoe ze leerlingen met dyscalculie zo goed mogelijk
(primaire groep) kunnen begeleiden, zonder dat dit een taakverzwaring inhoudt of ten koste
gaat van andere leerlingen.
, Schooldirectie Willen een verantwoording van het onderzoeksproces en de opbrengsten en
(primaire groep) willen duidelijkheid over de organisatorische consequenties van de nieuwe
werkwijze.
Beoordelaars van de Willen weten welke ontwikkeling de leraar in opleiding heeft doorgemaakt en
opleiding of hij procesmatig en inhoudelijk voldaan heeft aan de beoordelingscriteria.
(secundaire groep)
Redactie van een Willen good practices uit de onderwijspraktijk beschikbaar maken voor
vaktijdschrift andere vakcollega’s.
(intermediaire doelgroep)
Doelgroepen uitsplitsen in subgroepen
Je kunt subgroepen binnen een doelgroep onderscheiden, die verschillen in behoeften, kenmerken
en bevorderende en belemmerende factoren.
Bij het analyseren van de kenmerken van de doelgroepen kun je subgroepen bepalen door
aandacht te besteden aan de overeenkomsten en verschillen tussen:
o demografische of persoonlijke kenmerken, zoals leeftijd, opleidingsniveau, taal, geslacht en
beroep.
o probleemgerelateerde (of domeinspecifieke) kenmerken, zoals de aanwezige kennis over
het onderwerp, werkervaring en de betrokkenheid en verwachtingen ten aanzien van de
voorgestelde oplossing.
9.3 Onderzoeksresultaten verspreiden
Een handig instrument om de hoofdlijnen van je disseminatiestrategie te bepalen, is het
zogenaamde communicatiekruispunt (Van Ruler, 1998). Dit kruispunt geeft aan dat je aanpak van
de communicatie voor twee fundamentele keuzes staat, die vier basisstrategieën opleveren.
Het communicatiekruispunt
Het doel is Informatie bekendmaken Doelgroep beïnvloeden
Alleen zenden Informering Overreding
Zenden en ontvangen Dialogisering Formering
Informering
Bij informering gaat het om bekendmaking via de eenrichtingsweg. Je presenteert de feiten en laat
de meningsvorming zo veel mogelijk bij de ander. Het hoofddoel is informatie verstrekken.
Dialogisering
Dialogisering is bekendmaking via de tweerichtingsweg (tweezijdige communicatie).
Overreding
Overreding is eenzijdige beïnvloeding. De onderzoeksresultaten worden ingezet om mensen te
overtuigen.
Formering
Bij formering gaat het om wederzijdse beïnvloeding: je wilt de ander overtuigen, maar bent wel
ontvankelijk voor zijn of haar inbreng. Je bent als het ware aan het lobbyen.
Je kunt je sociale kaart uitbreiden met een disseminatiestrategie. Je geeft dan aan welke
communicatiestrategie(ën) uit het hiervoor gepresenteerde communicatiekruispunt de best
passende lijkt of lijken en welke rapportagevorm(en) en presentatievorm(en) hiervoor het meest
geschikt zijn.
Voorbeeld