Samenvatting Gedragswetenschappen 2.
Hoofdstuk 1: Wat is psychologie?
Psychologie bestudeert de menselijke psyche: gevoelens, denken en
gedrag. Wetenschap toetst of iets ook echt waar is, tot het tegendeel
blijkt. Kijk naar de astronomie. Wetenschap werkt methodisch. Dat wil
zeggen dat wetenschappers op een vaste en goed doordachte manier te
werk gaan. Controleren kan door observatie of experiment.
Psychologisch inzicht kan gaan over behoeften, angsten, gedachten, etc.
die betrekking hebben op bijvoorbeeld liefde, verlangen, eer, macht,
frustratie, goed, kwaad, etc.
Stroming: een bepaalde tijd domineert een bepaalde opvatting over het
vakgebied. Dit kan ook een perspectief genoemd worden, of een
paradigma.
Causaal verband: als het een de oorzaak is van het andere.
Functieleer: werd vroeger gebruikt voor geheugenproeven en gebruiken
we nu nog steeds.
Technisch perspectief: je gaat te werk als natuurkundigen. Psychische
verschijnselen observeren, meten en in formules uitdrukken. (Meer van
vroeger).
Biologisch perspectief: lichamelijke dingen en psychische verschijnselen
zijn met elkaar verbonden. (Meer van tegenwoordig).
Freud
Psychodynamische theorie: ziekte kon verdwijnen als bepaalde
herinneringen weer bewust werden. Bij hysterie ging het niet om iets
lichamelijks, maar om iets psychisch. Denk aan gedachten, herinneringen
en dromen.
Psychoanalyse: psychische krachten maken je ziek. Denk aan ongelukkig
voelen, angst hebben, etc. Dit zijn geen medische problemen, maar
psychische. Door dit uit te pluizen voor je een analyse uit. Door te praten.
Driften: bijvoorbeeld seksuele impulsen. Het zijn onbewuste verlangens en
psychische krachten.
Es (ID) = verzameling aangeboren driften. Ze willen bevrediging.
Ego = gezonde verstand gebruiken, rekening houden met de realiteit.
Houdt je in toom.
Superego = je geweten. Dit houdt je ook in toom.
Freud gebruikte dromen en vrije associatie om problemen van volwassen
te begrijpen.
Vrije associatie = hardop vertellen van wat er spontaan bij je opkomt.
Soms wordt dit uitgelokt met een prikkelwoord.
Dromen: wensvervullingen die zich tonen in symbolen.
Doodsdrift: de drift die alle spanning opheft door de terugkeer naar de
anorganische toestand. Dit verklaarde nare dromen. Deze dromen konden
geen wensvervullingen meer zijn.
,Max Wertheimer - Gestaltpsycholoog
Gestaltperspectief: we nemen de wereld als gehelen waar, niet als losse
onderdelen. Een gezicht zien we als geheel en niet als een verzameling
van ogen, neus en mond.
Waarnemingswetten (Gestaltwetten) = dingen die op elkaar lijken, worden
als groep gezien.
Consistent: alles wat we doen moet kloppen en een geheel zijn.
Mensen willen hun leven als een geheel voelen.
Behavioristisch perspectief - Watson
Reactie op de psychoanalyse. Het behaviorisme richt zich op
observeerbaar gedrag en negeert interne mentale processen (de zwarte
doos – black box). Wat er in iemands hoofd en hart gebeurde was niet
meetbaar, dus blijft het buiten beschouwing.
Gedrag begrijpen was het begrijpen van de leerprocessen die dat gedrag
hadden gevormd. Door middel van conditionering kon je gedrag maken.
Mensen leren om voor iets bang te zijn bijvoorbeeld.
Stimulus-responsverbindingen, S-R = klassieke conditionering.
(gelijktijdigheid)
Gedragstherapie: leer mensen nieuw gedrag en laat het oude gedrag
vallen.
Skinner
Operante conditionering (bekrachtiging) = hier is sprake van het belonen
van gewenst gedrag. Dit gebeurd bij klassieke conditionering niet.
2 factoren die een rol spelen bij gedrag.
1. De toestand van het organisme: aangeboren en verworven
eigenschappen.
2. De situatie van het organisme: de omgeving
Geprogrammeerde instructie = leren op basis van operante
conditionering.
Humanistisch perspectief – Rogers en Maslow
Richt zich op de hele mens en benadrukt persoonlijke groei, vrije wil en
zelfontplooiing. Mensen zijn van nature gericht op zelfontwikkeling en
groei.
Rogers: actief luisteren en een ondersteunde omgeving bieden. Zo kan de
client zichzelf ontwikkelen.
Maslow: mensen hebben behoeften die in een hiërarchische volgorde
moeten worden vervuld. Pas als aan die basisbehoeften is voldaan,
kunnen mensen zich richten op het bereiken van hun volle potentie.
Zelfverwerkelijking: zelfontplooiing na het voldoen van de behoeften.
Positieve psychologie (perspectief/paradigma wisseling) = in plaats van
gericht zijn op de problemen bij mensen, wordt er gefocussed op de
voorwaarden voor een gelukkig en gezond leven. (Seligman).
, Het cognitieve perspectief – Beck en Ellis
Gedrag wordt vooral bepaald door hoe we met informatie omgaan. Dat
zijn cognitieve processen (waarnemen, denken, onthouden, etc.). Die
moeten bestudeerd worden en door cognities (gedachtens) te veranderen,
kun je gevoelens en gedrag veranderen.
Het neurofysiologische perspectief
De directe bron van ons gedrag zit in de hersenen.
Limbisch systeem = reguleren onze emoties. De amygdala, hippocampus
en hypothalamus.
Prefrontale cortex: het maken van plannen en sociaal gedrag. (Gage –
ijzeren staaf in dit gebied, werd onaardig en impulsief).
Het systeemperspectief
Het gedrag van iemand wordt beïnvloed door de sociale interacties binnen
een systeem. Denk aan gezin en school.
Circulair: gedrag van A beïnvloed B, maar het gedrag van B beïnvloed ook
A.
Systeemtherapie: gaat te werk met familieopstellingen. Hoe gezinsleden
elkaar beïnvloeden.
Hoofdstuk 16: Wat is klassiek conditioneren?
Behavioristen = gedragspsychologen
Klassiek conditioneren = we leren dingen in verband brengen. Het is een
psychische reflex die het gevolg is van een leerproces.
Behaviorisme, gedragspsychologie – Pavlov en Watson.
Behavioristen richten hun onderzoek en theorie vorming alleen op
waarneembaar gedrag. Ze geloven dat menselijk gedrag volledig
voorspelbaar en verklaarbaar is door leertheorieën. Alles wat zich afspeelt
in de menselijke geest is een black box, we kunnen daar dus niks mee. Dit
ging tegen de psychodynamische traditie in.
Psychodynamische traditie = richtten hun aandacht op de onbewuste
psychologische processen van mensen. De menselijke geest dus.
Geconditioneerde respons = een respons die onder bepaalde condities tot
stand komt. (Denk aan het kwijlen bij het afgaan van de bel, honden).
Ongeconditioneerde respons = een prikkel die vanuit zichzelf een
reflexmatige reactie en dus een ongeconditioneerde respons triggert.
(Denk aan het voedsel, honden).
Geconditioneerde stimulus = veroorzaakt een respons. (Denk aan de bel,
honden).
Zie pagina 218 -> gele plakkertje.
Hoofdstuk 1: Wat is psychologie?
Psychologie bestudeert de menselijke psyche: gevoelens, denken en
gedrag. Wetenschap toetst of iets ook echt waar is, tot het tegendeel
blijkt. Kijk naar de astronomie. Wetenschap werkt methodisch. Dat wil
zeggen dat wetenschappers op een vaste en goed doordachte manier te
werk gaan. Controleren kan door observatie of experiment.
Psychologisch inzicht kan gaan over behoeften, angsten, gedachten, etc.
die betrekking hebben op bijvoorbeeld liefde, verlangen, eer, macht,
frustratie, goed, kwaad, etc.
Stroming: een bepaalde tijd domineert een bepaalde opvatting over het
vakgebied. Dit kan ook een perspectief genoemd worden, of een
paradigma.
Causaal verband: als het een de oorzaak is van het andere.
Functieleer: werd vroeger gebruikt voor geheugenproeven en gebruiken
we nu nog steeds.
Technisch perspectief: je gaat te werk als natuurkundigen. Psychische
verschijnselen observeren, meten en in formules uitdrukken. (Meer van
vroeger).
Biologisch perspectief: lichamelijke dingen en psychische verschijnselen
zijn met elkaar verbonden. (Meer van tegenwoordig).
Freud
Psychodynamische theorie: ziekte kon verdwijnen als bepaalde
herinneringen weer bewust werden. Bij hysterie ging het niet om iets
lichamelijks, maar om iets psychisch. Denk aan gedachten, herinneringen
en dromen.
Psychoanalyse: psychische krachten maken je ziek. Denk aan ongelukkig
voelen, angst hebben, etc. Dit zijn geen medische problemen, maar
psychische. Door dit uit te pluizen voor je een analyse uit. Door te praten.
Driften: bijvoorbeeld seksuele impulsen. Het zijn onbewuste verlangens en
psychische krachten.
Es (ID) = verzameling aangeboren driften. Ze willen bevrediging.
Ego = gezonde verstand gebruiken, rekening houden met de realiteit.
Houdt je in toom.
Superego = je geweten. Dit houdt je ook in toom.
Freud gebruikte dromen en vrije associatie om problemen van volwassen
te begrijpen.
Vrije associatie = hardop vertellen van wat er spontaan bij je opkomt.
Soms wordt dit uitgelokt met een prikkelwoord.
Dromen: wensvervullingen die zich tonen in symbolen.
Doodsdrift: de drift die alle spanning opheft door de terugkeer naar de
anorganische toestand. Dit verklaarde nare dromen. Deze dromen konden
geen wensvervullingen meer zijn.
,Max Wertheimer - Gestaltpsycholoog
Gestaltperspectief: we nemen de wereld als gehelen waar, niet als losse
onderdelen. Een gezicht zien we als geheel en niet als een verzameling
van ogen, neus en mond.
Waarnemingswetten (Gestaltwetten) = dingen die op elkaar lijken, worden
als groep gezien.
Consistent: alles wat we doen moet kloppen en een geheel zijn.
Mensen willen hun leven als een geheel voelen.
Behavioristisch perspectief - Watson
Reactie op de psychoanalyse. Het behaviorisme richt zich op
observeerbaar gedrag en negeert interne mentale processen (de zwarte
doos – black box). Wat er in iemands hoofd en hart gebeurde was niet
meetbaar, dus blijft het buiten beschouwing.
Gedrag begrijpen was het begrijpen van de leerprocessen die dat gedrag
hadden gevormd. Door middel van conditionering kon je gedrag maken.
Mensen leren om voor iets bang te zijn bijvoorbeeld.
Stimulus-responsverbindingen, S-R = klassieke conditionering.
(gelijktijdigheid)
Gedragstherapie: leer mensen nieuw gedrag en laat het oude gedrag
vallen.
Skinner
Operante conditionering (bekrachtiging) = hier is sprake van het belonen
van gewenst gedrag. Dit gebeurd bij klassieke conditionering niet.
2 factoren die een rol spelen bij gedrag.
1. De toestand van het organisme: aangeboren en verworven
eigenschappen.
2. De situatie van het organisme: de omgeving
Geprogrammeerde instructie = leren op basis van operante
conditionering.
Humanistisch perspectief – Rogers en Maslow
Richt zich op de hele mens en benadrukt persoonlijke groei, vrije wil en
zelfontplooiing. Mensen zijn van nature gericht op zelfontwikkeling en
groei.
Rogers: actief luisteren en een ondersteunde omgeving bieden. Zo kan de
client zichzelf ontwikkelen.
Maslow: mensen hebben behoeften die in een hiërarchische volgorde
moeten worden vervuld. Pas als aan die basisbehoeften is voldaan,
kunnen mensen zich richten op het bereiken van hun volle potentie.
Zelfverwerkelijking: zelfontplooiing na het voldoen van de behoeften.
Positieve psychologie (perspectief/paradigma wisseling) = in plaats van
gericht zijn op de problemen bij mensen, wordt er gefocussed op de
voorwaarden voor een gelukkig en gezond leven. (Seligman).
, Het cognitieve perspectief – Beck en Ellis
Gedrag wordt vooral bepaald door hoe we met informatie omgaan. Dat
zijn cognitieve processen (waarnemen, denken, onthouden, etc.). Die
moeten bestudeerd worden en door cognities (gedachtens) te veranderen,
kun je gevoelens en gedrag veranderen.
Het neurofysiologische perspectief
De directe bron van ons gedrag zit in de hersenen.
Limbisch systeem = reguleren onze emoties. De amygdala, hippocampus
en hypothalamus.
Prefrontale cortex: het maken van plannen en sociaal gedrag. (Gage –
ijzeren staaf in dit gebied, werd onaardig en impulsief).
Het systeemperspectief
Het gedrag van iemand wordt beïnvloed door de sociale interacties binnen
een systeem. Denk aan gezin en school.
Circulair: gedrag van A beïnvloed B, maar het gedrag van B beïnvloed ook
A.
Systeemtherapie: gaat te werk met familieopstellingen. Hoe gezinsleden
elkaar beïnvloeden.
Hoofdstuk 16: Wat is klassiek conditioneren?
Behavioristen = gedragspsychologen
Klassiek conditioneren = we leren dingen in verband brengen. Het is een
psychische reflex die het gevolg is van een leerproces.
Behaviorisme, gedragspsychologie – Pavlov en Watson.
Behavioristen richten hun onderzoek en theorie vorming alleen op
waarneembaar gedrag. Ze geloven dat menselijk gedrag volledig
voorspelbaar en verklaarbaar is door leertheorieën. Alles wat zich afspeelt
in de menselijke geest is een black box, we kunnen daar dus niks mee. Dit
ging tegen de psychodynamische traditie in.
Psychodynamische traditie = richtten hun aandacht op de onbewuste
psychologische processen van mensen. De menselijke geest dus.
Geconditioneerde respons = een respons die onder bepaalde condities tot
stand komt. (Denk aan het kwijlen bij het afgaan van de bel, honden).
Ongeconditioneerde respons = een prikkel die vanuit zichzelf een
reflexmatige reactie en dus een ongeconditioneerde respons triggert.
(Denk aan het voedsel, honden).
Geconditioneerde stimulus = veroorzaakt een respons. (Denk aan de bel,
honden).
Zie pagina 218 -> gele plakkertje.