,lean six sigma salentijd oefentoets 9789001051761
, lean six sigma salentijd oefentoets 9789001051761
Oefentoets hele boek – 75 vragen en antwoorden
20 open vragen
Hoofdstuk 1 – Lean, TPS en continu verbeteren
1. Analyseer hoe Just-in-Time en Jidoka elkaar wederzijds versterken binnen een stabiel
productiesysteem. Onderbouw waarom het reduceren van voorraden zowel voordelen als
risico’s met zich meebrengt.
2. Leg uit waarom standaardisatie in Lean geen bureaucratische beperking is, maar juist een
voorwaarde voor innovatie en continue verbetering. Illustreer met een procesvoorbeeld.
3. Beschrijf hoe de vijf Lean-stappen (waarde, waardestroom, flow, pull en perfectie) logisch op
elkaar voortbouwen. Wat gebeurt er wanneer één stap wordt overgeslagen?
4. Verklaar het concept van de ‘verborgen fabriek’ en analyseer welke structurele oorzaken
hieraan ten grondslag kunnen liggen binnen een organisatie met een lage
procesvolwassenheid.
5. Vergelijk Kaizen en Kata als verbeterbenaderingen. In welke situaties is de ene aanpak
effectiever dan de andere, en waarom?
Hoofdstuk 2 – Statistische procescontrole en capability
6. Analyseer het verschil tussen natuurlijke en niet-natuurlijke variatie. Waarom kan ingrijpen
bij natuurlijke variatie leiden tot verslechtering van procesprestaties?
7. Leg uit waarom een capability-analyse alleen zinvol is bij een statistisch stabiel proces. Wat
zijn de risico’s van het uitvoeren van capability-berekeningen bij instabiele data?
8. Vergelijk controlegrenzen (LCL/UCL) met specificatiegrenzen (LSL/USL). Waarom worden deze
begrippen in de praktijk vaak verward, en wat zijn de gevolgen daarvan?
9. Beschrijf het verschil tussen Cp/Cpk en Pp/Ppk. In welke situatie kan Cp hoog zijn terwijl Cpk
laag is? Wat zegt dit over het proces?
10. Analyseer de beperkingen van capability-indices bij niet-normaal verdeelde data. Welke
alternatieve benaderingen kunnen worden toegepast?
Hoofdstuk 3 – Grondoorzaakanalyse en statistische validatie
11. Leg uit hoe een Ishikawa-diagram kan fungeren als hypothesegenerator binnen een
datagedreven verbetertraject. Waarom is statistische toetsing onmisbaar na de
brainstormfase?
12. Analyseer het verschil tussen correlatie en causaliteit aan de hand van een voorbeeld uit een
productie- of dienstverleningsproces.
13. Vergelijk t-test en ANOVA. Waarom is ANOVA methodologisch sterker bij vergelijking van
meerdere groepen?