Descriptieve statistiek
EBM ➔ evidence-based-midwifery, onderbouwing voor verloskundig handelen.
3 pijlers EBM:
1. Verloskundige expertise (ervaring van zorgverlener)
2. Wensen van cliënt
3. Wetenschappelijke kennis
Statistiek is nodig om resultaten van wetenschappelijk onderzoek goed te kunnen interpreteren.
Kengetal ➔ één getal waarmee je data wil schetsen (mediaan, gemiddelde,modus)
Standaard deviatie (SD) ➔ “gemiddelde” afstand tot het gemiddelde (spreidingsmaat)
SD = één getal waarmee geprobeerd wordt om de spreiding te duiden.
Range ➔ verschil tussen laagste en hoogste gegeven
Range is niet altijd betrouwbaar, omdat dit afhankelijk kan zijn van 1 persoon.
4 meetniveaus:
Nominaal ➔ de data kunnen alleen worden gecategoriseerd, zonder duidelijke rangorde.
Bijv. gender, etniciteit, geboorteplaats, geloofsovertuiging
Ordinaal ➔ de data kunnen worden gecategoriseerd en er is sprake van een duidelijke rangorde.
Bijv. opleidingsniveau,
Interval ➔ de data kunnen worden gecategoriseerd, er is sprake van een rangorde en de intervallen
tussen de categorieën zijn gelijk (bijvoorbeeld steeds een stap van 10).
Bijv. toetsscores, persoonlijkheidstest, temperatuur, IQ
Ratio ➔ de data kunnen worden gecategoriseerd, er is sprake van een rangorde, de intervallen
tussen de categorieën zijn gelijk en er is een betekenisvol nulpunt.
Bijv. gewicht, lengte, leeftijd
,Workshop richtlijnen
5 stappen beantwoorden clinical irritation:
1. Clinical irritation tegenkomen
2. Formuleren duidelijke onderzoeksvraag
3. Onderzoek naar relevante informatie in richtlijnen, literatuur, artikelen
4. Kritisch beoordelen gevonden informatie
5. Toepassen gevonden informatie en nemen van een beslissing
Clinical irritation ➔ wat je hebt geleerd in de theorie staat soms haaks op wat je in de praktijk ziet.
Onderzoeksvraag formuleren middels PICO of PDO
PICO:
P: population
I: intervention
C: comparison
O: outcome
PDO:
P: population
D: determinant
O: outcome
Gouden standaard ➔ diagnostische methode die grootste zekerheid geeft over het al dan niet
aanwezig zijn van een aandoening.
Richtlijn ➔ document met aanbevelingen, adviezen en handelingsinstructies. Een richtlijn is geen
spoorboekje, beargumenteerd afwijken kan/moet.
Richtlijn geeft aan wat er het beste gedaan kan worden (landelijk).
Protocol ➔ regionale/lokale gedetailleerde vertaling van een landelijke richtlijn. Is gebaseerd op
regionale omstandigheden en mogelijkheden.
Protocol geeft aan hoe iets het beste gedaan kan worden (regionaal).
Zorgpad ➔ verzameling methodes en hulpmiddelen voor een specifieke groep cliënten waarbij
zorgproces wordt vastgelegd
Documenten KNOV:
- Standpunt ➔ aanbeveling beleid voor te weinig kennis of te veel kennis
- Factsheet ➔ samenvatting van wetenschappelijke literatuur
- Time task matrix ➔ hulpmiddel bij maken zorgpas
- KNOV-standaard ➔ richtlijn
Wanneer gebruik van richtlijnen:
- Praktijkvraagstuk
- Protocollencommissie ziekenhuis, VSV of coöperatie
- Regionale commentaarfase protocollen
Aandachtspunten gebruik richtlijn:
* Beoogde populatie verschilt mogelijk van eigen populatie
* Internationale richtlijnen zijn gebaseerd op een ander verloskundig systeem
* Evidence in richtlijnen is gericht op de “gemiddelde” cliënt
* Als cliënt zorg wil die buiten richtlijn valt ➔ leidraad verloskundige zorg buiten richtlijn
, Levels of evidence
5 kapstok vragen:
1. Kwantitatief of kwalitatief?
2. Longitudinaal of transversaal?
3. Experimenteel of observationeel?
4. Prospectief of retrospectief?
5. 1 of meerdere groepen?
Kwantitiatief ➔ getallen, gemiddelden, aantallen
Kwalitatief ➔ interviews, beschrijvende uitkomsten
Longitudinaal ➔ determinant/belasting wordt ingezet en later wordt de uitkomst gemeten
Transversaal ➔ determinant en gevolg worden op 1 moment gemeten
Experimenteel ➔ wordt interventie uitgevoerd
Observationeel ➔ geen interventie, wel blootstelling
Prospectief ➔ gegevensverzameling in de toekomst
Retrospectief ➔ gegevensverzameling in het verleden
Cofounder ➔ variabele die uitkomst verstoord
Cohort ➔ groep waar geen mensen bijkomen, ook niet als er mensen afvallen
Onderzoeksdesigns:
- RCT ➔ randomized controlled trial
Een experimenteel onderzoek waarbij deelnemers willekeurig worden verdeeld over een
interventie- en controlegroep om het effect van een behandeling te meten; veel gebruikt in
klinisch geneesmiddelenonderzoek en interventiestudies.
- CCT ➔ case controlled trial (van uitkomst naar determinant)
Een observationeel onderzoek dat start bij een bepaalde uitkomst (bijvoorbeeld ziekte) en
terugkijkt naar mogelijke oorzaken of blootstellingen; veel gebruikt bij onderzoek naar zeldzame
ziekten of risicofactoren.
- Cross-sectional ➔ transversaal onderzoek
Een observationeel onderzoek waarbij op één moment in de tijd zowel blootstelling als uitkomst
worden gemeten; veel gebruikt in prevalentietudies en gezondheidsenquêtes.
- Prospectief cohort ➔ (risico)groep volgen en kijken naar de uitkomsten
Een onderzoek waarbij een (risico)groep in de tijd wordt gevolgd om te zien welke uitkomsten
optreden; veel gebruikt bij onderzoek naar risicofactoren, leefstijl en ziekteontwikkeling.
- Retrospectief cohort ➔ kijken naar verleden/gedrag van groep om een verband te kunnen leggen
- Systematic review ➔ “samenvatting” van alle data van meerdere onderzoeken
- Meta-analyse ➔ “samenvatting” van andere onderzoeken, waarbij per individu opnieuw een
berekening wordt gemaakt.