Hoofdstuk 3
Paragraaf 1 Opkomst Van De Islam
Kenmerkend aspect: ontstaan en verspreiding van de islam.
Islam = monotheïstische godsdienst
Jodendom Christendom Islam
1750 v. Chr Onstaan 30 v. Chr 622 n. Chr
Jahweh God God Allah
Mozes Profeet Jezus Mohammed
Tenach Heilig boek Bijbel(OT&NT) Koran
Torah & tien Tien geboden vijf zuilen
regels
geboden
Ontstaan van islam:
Mohammed krijgt boodschap van Allah. Hij moet de profeet zijn van het nieuwe geloof.
Mohammed wilt dit eerst niet, maar uiteindelijk wilt de hij de boodschap gaan verkondigen
in Mekka. Maar in Mekka zijn de mensen niet zo geliefd met een nieuwe profeet. Vanuit
Mekka vertrekt hij naar Medina, waar hij met open armen werd ontvangen. Hij verkondigde
daar de islam en uiteindelijk kan hij dit verder verspreiden dan alleen Medina.
Terwijl het christendom in de eerste eeuwen werd bestreden, was de islam vanaf het begin
een godsdienst van heerser. Mohammed was niet alleen geestelijk leider, maar ook
wereldlijk machthebber.
Er ontstaat een rijk waar politiek en religie samen gaan. Waarbij de leider van het rijk kalief
(=leider van het bestuur + het geloof) wordt genoemd.
, Tussen 632 en 650 onderwierpen Arabische legers het Perzische rijk. Ze veroverden Syrië,
Palestina en Egypte op het Byzantijnse rijk.
Omstreeks 650 viel de Arabische expansie stil door burgeroorlogen binnen het kalifaat (=
islamitisch rijk).
Na moord op kalief Ali in 661 kwamen Omajjaden aan de macht.->stichtte hoofdstad
Damascus (Syrië) een dynastie(=regerende familie). Opstanden van Sjiieten (= volgelingen
van Ali) werden onderdrukt. Sjiieten->grote minderheid in islam; meeste moslims zijn
soennieten.
Oorzaken verspreiding Islam:
Zwakke aangrenzende rijken
Jihad: verplichting om het geloof te verspreiden
Islam werd de basis van het bestuur
Tolerantie ten opzichte van joden en christenen
Islamitische wereld is geen eenheid.
Soennieten Sjiieten
Leider hoeft geen directe Volgelingen van Ali, de
afstammeling van Mohammed neef van Mohammed.
te zijn.
Paragraaf 2 Hofstelsel En Horigheid
Kenmerkend aspect: de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane
cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en
horigheid.
Gevolgen wegvallen van het Romeinse rijk:
Economisch:
- Steden verdwenen
- Wegvallen van handel-> infrastructuur viel weg->niemand kon meer over
grote afstanden handelen.
- Mensen vielen weer terug op landbouw
- Armoede
- Autarkisch