Inhoudsopgave
Bijeenkomst 9.1 – Introductie................................................................................. 2
Bijeenkomst 9.2 - Rousseau in de praktijk..............................................................4
9.2 Zelfstudievragen - Rousseau in de praktijk.................................................10
Bijeenkomst 10.1 – Constitutionalisme.................................................................17
10.1 Zelfstudievragen – Constitutionalisme......................................................25
Bijeenkomst 10.2 - Liberale democratie...............................................................29
10.2 Zelfstudievragen - Liberale democratie.....................................................40
Bijeenkomst 11.1 – Libertarisme..........................................................................43
11.1 Zelfstudievragen – Libertarisme................................................................49
Bijeenkomst 11.2 - Rechtvaardige eigendomsverdelingen...................................51
11.2 Zelfstudievragen - Rechtvaardige eigendomsverdelingen........................65
Bijeenkomst 12.1 - Commons en CPRs.................................................................68
12.1 Zelfstudievragen – Commons en CPRs......................................................70
Bijeenkomst 13.1 - Mensbeelden in het strafrecht - Verlichtingsdenkers.............78
13.1 Zelfstudievragen - Mensbeelden in het strafrecht – Verlichtingdenkers....90
Bijeenkomst 13.2 - Mensbeelden in het strafrecht - Mystieke stromingen...........94
13.2 Zelfstudievragen - Mensbeelden in het strafrecht - Mystieke stromingen. 99
Bijeenkomst 14.1 - Toegankelijke en rechtvaardige rechtspraak........................101
14.1 Zelfstudievragen - Toegankelijke en rechtvaardige rechtspraak..............104
Bijeenkomst 14.2 - Alternatieve geschillenbeslechting......................................113
14.2 Zelfstudievragen - Alternatieve geschillenbeslechting............................117
,Bijeenkomst 9.1 – Introductie
De term ‘metajuridica’ verwijst naar de meta-benadering van het recht waarbij
men in essentie het recht bestudeert vanuit niet-juridische perspectieven.
Hierbij moet in concreto gedacht worden aan de wijze waarop het recht
bestudeerd wordt door aanverwante menswetenschappen zoals de geschiedenis,
filosofie, antropologie, economie, sociologie, en ga zo maar door. Een
soortgelijke aanpak werpt met name licht op de achtergronden waartegen het
positieve recht ontstaat en opereert. Het vragend voornaamwoord ‘waarom’
primeert hierbij op de daadwerkelijke inhoud van het recht. Kennis van deze
achtergronden geeft kleur aan het recht dat zwart-op-wit op papier staat. Het
zijn deze achtergronden en de bijhorende metajuridische benaderingen die in dit
vak centraal staan, waarbij de nadruk ligt op rechtshistorische,
rechtsfilosofische, en -zij het in mindere mate- ook rechtseconomische
perspectieven. De voorgrond wordt vormgegeven door vier hoofdthemas: de
staat, eigendom, straffen en de rechter.
Deze eerste Casus & Vaardigheden-bijeenkomst is echter nog voornamelijk
praktisch-organisatorisch van aard waarin drie zaken aan de orde zullen komen:
1. Toelichting bij de twee toetsingsvormen van het blok (tentamen en
presentatie)
2. Verdeling van de presentatieonderwerpen
3. Korte voorbespreking van de tweede C&V-bijeenkomst
Gezien de praktische aard van de bijeenkomst moet vooralsnog geen literatuur
worden doorgenomen. Wel is het aangeraden om, gezien de aanzienlijke
hoeveelheid literatuur die in het blok verteerd zal moeten worden, reeds met het
nuttigen ervan te beginnen. Nog meer aangeraden is om, bij wijze van
voorbereiding op deze eerste bijeenkomst, voldoende kennis te nemen van de
verschillende presentatieonderwerpen die in de C&V-bijeenkomsten worden
aangeboden. Elke C&V-bijeenkomst (uitgezonderd de eerste twee) bestaat uit
twee presentaties en iedere student wordt verondersteld één presentatie te
geven. Maak voor uzelf alvast een voorkeurs-top-3 op zodat u tijdens deze eerste
bijeenkomst kan aangeven met welk presentatieonderwerp u het liefst aan de
slag wenst te gaan. In het -nauwelijks te vermijden- geval dat verschillende
studenten eenzelfde presentatieonderwerp verkiezen, kan dit ad hoc uit
onderhandeld worden. Lukt dit niet, dan zal er met een loting gewerkt worden.
Hieronder vindt u een lijst met alle presentatieonderwerpen. Doorklikken als u
meer wilt weten.
Presentatieonderwerp
Bijeenkomst 14.1 - Toegankelijke en rechtvaardige rechtspraak
Toegankelijke rechtspraak: een historische, Maastrichtse en hedendaagse
analyse
Dinsdag 3 december 8.30 – 10.30 uur
,
, Bijeenkomst 9.2 - Rousseau in de praktijk
Tijdens de Systeem-bijeenkomst deze week is de Franse filosoof, Jean-Jacques
Rousseau, aan bod gekomen met zijn analyse van de meest oorspronkelijke
natuurstaat waarin de eerste mensen zich bevonden. Deze beschrijving paste
in een uitvoeriger betoog teneinde de ongelijkheid tussen de mensen in
achttiende-eeuws Europa te verklaren. Later, in Rousseaus staatkundige
verhandeling Du contrat social (1762), fungeert dezelfde analyse als
uitgangspunt voor een nieuwe sociale contracttheorie waarin hij als eerste de
soevereiniteit van het volk onderbouwde. Op deze manier staat Rousseau aan
het theoretische kraambed van het liberalisme en de democratische rechtsstaat.
Hoe deze ideeën ook in de praktijk vorm hebben gekregen (of juist niet) staat in
deze onderwijsbijeenkomst centraal.
1. Rousseau en de Franse Revolutie
Uit Rousseaus beschrijving van de menselijke beginstaat is gebleken dat de
mens, op een zeker moment tijdens zijn sociale ontwikkelingsgeschiedenis, ‘het
gelukkigste en meest duurzame tijdperk’ heeft doorgemaakt. Rousseau spreekt
van ‘la véritable jeunesse du monde’ (de ware jeugd van de wereld), waarin de
mens werkelijk vrij was. Er volgt echter een grote omwenteling die het
paradijselijk bestaan omvormde in een staat van oorlog. Om hieraan een einde
te maken, aldus Rousseau, volgde het ‘meest geslepen plan dat ooit in het
menselijk brein is opgekomen’ en ‘allen snelden naar hun ketenen’. Deze nieuwe
toestand ontlokte bij Rousseau de volgende zin: L’homme est né libre, et partout
il est dans les fers. (de mens wordt vrij geboren en overal worddt hij geketend)
De grote boosdoener? Het eerste sociale contract incl. bijhorende
burgerlijke wetten.
In zijn staatkundige verhandeling, Du contrat social (1762), biedt Rousseau een
uitweg, namelijk een nieuw sociaal contract, maar dan één dat door alle mensen
vrijwillig werd aangegaan en waarin iedereen al zijn rechten aan de
gemeenschap afstaat (‘volledige vervreemding’). Deze volledige vervreemding
impliceert dat niemand, na het sluiten van het contract, nog iets heeft op te
eisen, waardoor een totale gelijkheid onder de burgers tot stand komt, een
gelijkheid waarbij ‘niemand zich aan iemand bindt en iedereen zich aan
iedereen geeft’. Door zich op deze manier te verenigen ontstaat een geestelijk
en collectief lichaam (de ‘soeverein’, samengesteld uit evenveel leden als er
stemmen zijn, vandaar ‘volkssoevereiniteit’) met een eigen leven en een eigen
wil (de ‘algemene wil’ als uitdrukking van het algemeen belang van het volk).
Omdat de algemene wil het algemeen belang uitdrukt en dus door iedereen
gewild is, gehoorzamen de burgers in deze staat uitsluitend aan zichzelf omdat
ze aan de algemene wil gehoorzamen. Bijgevolg behouden ze hun individuele
vrijheid wat Rousseau als volgt formuleert: ‘De ware vrijheid luistert naar de
wetten’. Deze ware vrijheid noemt Rousseau de ‘burgerlijke vrijheid’, die
begrensd wordt door de algemene wil, en die de burger gekregen heeft in ruil
voor zijn ‘natuurlijke vrijheid’, die alleen begrensd wordt door de krachten van
het individu. Naast zijn natuurlijke vrijheid verloor de mens door het sociale
contract ook zijn onbeperkt recht op alles wat hem aantrekt en binnen zijn
Bijeenkomst 9.1 – Introductie................................................................................. 2
Bijeenkomst 9.2 - Rousseau in de praktijk..............................................................4
9.2 Zelfstudievragen - Rousseau in de praktijk.................................................10
Bijeenkomst 10.1 – Constitutionalisme.................................................................17
10.1 Zelfstudievragen – Constitutionalisme......................................................25
Bijeenkomst 10.2 - Liberale democratie...............................................................29
10.2 Zelfstudievragen - Liberale democratie.....................................................40
Bijeenkomst 11.1 – Libertarisme..........................................................................43
11.1 Zelfstudievragen – Libertarisme................................................................49
Bijeenkomst 11.2 - Rechtvaardige eigendomsverdelingen...................................51
11.2 Zelfstudievragen - Rechtvaardige eigendomsverdelingen........................65
Bijeenkomst 12.1 - Commons en CPRs.................................................................68
12.1 Zelfstudievragen – Commons en CPRs......................................................70
Bijeenkomst 13.1 - Mensbeelden in het strafrecht - Verlichtingsdenkers.............78
13.1 Zelfstudievragen - Mensbeelden in het strafrecht – Verlichtingdenkers....90
Bijeenkomst 13.2 - Mensbeelden in het strafrecht - Mystieke stromingen...........94
13.2 Zelfstudievragen - Mensbeelden in het strafrecht - Mystieke stromingen. 99
Bijeenkomst 14.1 - Toegankelijke en rechtvaardige rechtspraak........................101
14.1 Zelfstudievragen - Toegankelijke en rechtvaardige rechtspraak..............104
Bijeenkomst 14.2 - Alternatieve geschillenbeslechting......................................113
14.2 Zelfstudievragen - Alternatieve geschillenbeslechting............................117
,Bijeenkomst 9.1 – Introductie
De term ‘metajuridica’ verwijst naar de meta-benadering van het recht waarbij
men in essentie het recht bestudeert vanuit niet-juridische perspectieven.
Hierbij moet in concreto gedacht worden aan de wijze waarop het recht
bestudeerd wordt door aanverwante menswetenschappen zoals de geschiedenis,
filosofie, antropologie, economie, sociologie, en ga zo maar door. Een
soortgelijke aanpak werpt met name licht op de achtergronden waartegen het
positieve recht ontstaat en opereert. Het vragend voornaamwoord ‘waarom’
primeert hierbij op de daadwerkelijke inhoud van het recht. Kennis van deze
achtergronden geeft kleur aan het recht dat zwart-op-wit op papier staat. Het
zijn deze achtergronden en de bijhorende metajuridische benaderingen die in dit
vak centraal staan, waarbij de nadruk ligt op rechtshistorische,
rechtsfilosofische, en -zij het in mindere mate- ook rechtseconomische
perspectieven. De voorgrond wordt vormgegeven door vier hoofdthemas: de
staat, eigendom, straffen en de rechter.
Deze eerste Casus & Vaardigheden-bijeenkomst is echter nog voornamelijk
praktisch-organisatorisch van aard waarin drie zaken aan de orde zullen komen:
1. Toelichting bij de twee toetsingsvormen van het blok (tentamen en
presentatie)
2. Verdeling van de presentatieonderwerpen
3. Korte voorbespreking van de tweede C&V-bijeenkomst
Gezien de praktische aard van de bijeenkomst moet vooralsnog geen literatuur
worden doorgenomen. Wel is het aangeraden om, gezien de aanzienlijke
hoeveelheid literatuur die in het blok verteerd zal moeten worden, reeds met het
nuttigen ervan te beginnen. Nog meer aangeraden is om, bij wijze van
voorbereiding op deze eerste bijeenkomst, voldoende kennis te nemen van de
verschillende presentatieonderwerpen die in de C&V-bijeenkomsten worden
aangeboden. Elke C&V-bijeenkomst (uitgezonderd de eerste twee) bestaat uit
twee presentaties en iedere student wordt verondersteld één presentatie te
geven. Maak voor uzelf alvast een voorkeurs-top-3 op zodat u tijdens deze eerste
bijeenkomst kan aangeven met welk presentatieonderwerp u het liefst aan de
slag wenst te gaan. In het -nauwelijks te vermijden- geval dat verschillende
studenten eenzelfde presentatieonderwerp verkiezen, kan dit ad hoc uit
onderhandeld worden. Lukt dit niet, dan zal er met een loting gewerkt worden.
Hieronder vindt u een lijst met alle presentatieonderwerpen. Doorklikken als u
meer wilt weten.
Presentatieonderwerp
Bijeenkomst 14.1 - Toegankelijke en rechtvaardige rechtspraak
Toegankelijke rechtspraak: een historische, Maastrichtse en hedendaagse
analyse
Dinsdag 3 december 8.30 – 10.30 uur
,
, Bijeenkomst 9.2 - Rousseau in de praktijk
Tijdens de Systeem-bijeenkomst deze week is de Franse filosoof, Jean-Jacques
Rousseau, aan bod gekomen met zijn analyse van de meest oorspronkelijke
natuurstaat waarin de eerste mensen zich bevonden. Deze beschrijving paste
in een uitvoeriger betoog teneinde de ongelijkheid tussen de mensen in
achttiende-eeuws Europa te verklaren. Later, in Rousseaus staatkundige
verhandeling Du contrat social (1762), fungeert dezelfde analyse als
uitgangspunt voor een nieuwe sociale contracttheorie waarin hij als eerste de
soevereiniteit van het volk onderbouwde. Op deze manier staat Rousseau aan
het theoretische kraambed van het liberalisme en de democratische rechtsstaat.
Hoe deze ideeën ook in de praktijk vorm hebben gekregen (of juist niet) staat in
deze onderwijsbijeenkomst centraal.
1. Rousseau en de Franse Revolutie
Uit Rousseaus beschrijving van de menselijke beginstaat is gebleken dat de
mens, op een zeker moment tijdens zijn sociale ontwikkelingsgeschiedenis, ‘het
gelukkigste en meest duurzame tijdperk’ heeft doorgemaakt. Rousseau spreekt
van ‘la véritable jeunesse du monde’ (de ware jeugd van de wereld), waarin de
mens werkelijk vrij was. Er volgt echter een grote omwenteling die het
paradijselijk bestaan omvormde in een staat van oorlog. Om hieraan een einde
te maken, aldus Rousseau, volgde het ‘meest geslepen plan dat ooit in het
menselijk brein is opgekomen’ en ‘allen snelden naar hun ketenen’. Deze nieuwe
toestand ontlokte bij Rousseau de volgende zin: L’homme est né libre, et partout
il est dans les fers. (de mens wordt vrij geboren en overal worddt hij geketend)
De grote boosdoener? Het eerste sociale contract incl. bijhorende
burgerlijke wetten.
In zijn staatkundige verhandeling, Du contrat social (1762), biedt Rousseau een
uitweg, namelijk een nieuw sociaal contract, maar dan één dat door alle mensen
vrijwillig werd aangegaan en waarin iedereen al zijn rechten aan de
gemeenschap afstaat (‘volledige vervreemding’). Deze volledige vervreemding
impliceert dat niemand, na het sluiten van het contract, nog iets heeft op te
eisen, waardoor een totale gelijkheid onder de burgers tot stand komt, een
gelijkheid waarbij ‘niemand zich aan iemand bindt en iedereen zich aan
iedereen geeft’. Door zich op deze manier te verenigen ontstaat een geestelijk
en collectief lichaam (de ‘soeverein’, samengesteld uit evenveel leden als er
stemmen zijn, vandaar ‘volkssoevereiniteit’) met een eigen leven en een eigen
wil (de ‘algemene wil’ als uitdrukking van het algemeen belang van het volk).
Omdat de algemene wil het algemeen belang uitdrukt en dus door iedereen
gewild is, gehoorzamen de burgers in deze staat uitsluitend aan zichzelf omdat
ze aan de algemene wil gehoorzamen. Bijgevolg behouden ze hun individuele
vrijheid wat Rousseau als volgt formuleert: ‘De ware vrijheid luistert naar de
wetten’. Deze ware vrijheid noemt Rousseau de ‘burgerlijke vrijheid’, die
begrensd wordt door de algemene wil, en die de burger gekregen heeft in ruil
voor zijn ‘natuurlijke vrijheid’, die alleen begrensd wordt door de krachten van
het individu. Naast zijn natuurlijke vrijheid verloor de mens door het sociale
contract ook zijn onbeperkt recht op alles wat hem aantrekt en binnen zijn