Bachelor
Jaar 3
Locomotie
HOORCOLLEGES
ARIANNE DE STERKE
, Arianne de Sterke - Locomotie
Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 – Inleiding + Ontwikkeling & adaptatie ............................................................................ 2
Hoorcollege 2 – Biomechanica en gewrichten ........................................................................................ 7
Hoorcollege 3 – Sterkte en stevigheid................................................................................................... 11
Hoorcollege 4 – Fracturen ..................................................................................................................... 16
Hoorcollege 5 – Calcium metabolisme en botstofwisseling................................................................. 20
Hoorcollege 6 – Gewrichtsaandoeningen bij GD.................................................................................. 22
Hoorcollege 7 – Reactiepatronen bot .................................................................................................. 26
Hoorcollege 8 – Gegeneraliseerde botaandoeningen GD .................................................................... 31
Hoorcollege 9 – Osteochondrose .......................................................................................................... 36
Hoorcollege 10 – Farmacologie → aseptische artritis .......................................................................... 42
Hoorcollege 11 – Farmacologie → septische artritis ............................................................................ 45
Hoorcollege 12 & 13 – Spierfysiologie .................................................................................................. 47
Hoorcollege 14 – Klinische diagnostiek ................................................................................................ 56
Hoorcollege 15 – Verbandleer.............................................................................................................. 60
1
, Arianne de Sterke - Locomotie
Hoorcollege 1 – Inleiding + Ontwikkeling & adaptatie
Ontwikkeling
chorda = axiaal mesoderm
somieten = paraxiaal mesoderm
Het paraxiaal mesoderm bestaat niet uit 2 lange strengen, maar is opgebouwd uit segmenten
(somieten).
Vanuit de somieten worden strengen van cellen gevormd die 3 verschillende structuren gaan
vormen. De strengen richting de neurale buis/chorda wordt het sclerotoom genoemd. Het
sclerotoom zal de wervels gaan vormen. Verder wordt nog het myotoom en dermatoom gevormd.
Op een gegeven moment gaan de sclerotomen van de somieten splitsen. Het craniale deel van het
ene sclerotoom, fuseert dan met het caudele deel van het sclerotoom van een nabijliggende somiet.
Tussen deze nieuw gevormde segmenten zullen vanuit het ruggenmerg zenuwen vormen richting het
myotoom (spieren). Aangezien de segmenten van het myotoom niet een nieuwe splitsing aannemen,
overbrugt 1 somiet van de spier, 2 wervels, hierdoor is beweging mogelijk (zonder dit niet!). De
chorda wordt de nucleus pulposus van de tussenwervelschijven (hardere kern → kan uit de schijf
verplaatsen en ruggenmerg verdrukken = hernia).
De extremiteiten zijn duidelijk per diersoort (gedurende evolutie) aangepast. In de embryonale fase
ontwikkelen zich pootknoppen (ontstaat uit somatisch mesoderm; kern van mesenchymcellen,
bedekt met ectodermale cellen). Voor deze ontwikkeling zijn de aanwezigheid van FGF10 en de
somiet essentieel.
2
Jaar 3
Locomotie
HOORCOLLEGES
ARIANNE DE STERKE
, Arianne de Sterke - Locomotie
Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 – Inleiding + Ontwikkeling & adaptatie ............................................................................ 2
Hoorcollege 2 – Biomechanica en gewrichten ........................................................................................ 7
Hoorcollege 3 – Sterkte en stevigheid................................................................................................... 11
Hoorcollege 4 – Fracturen ..................................................................................................................... 16
Hoorcollege 5 – Calcium metabolisme en botstofwisseling................................................................. 20
Hoorcollege 6 – Gewrichtsaandoeningen bij GD.................................................................................. 22
Hoorcollege 7 – Reactiepatronen bot .................................................................................................. 26
Hoorcollege 8 – Gegeneraliseerde botaandoeningen GD .................................................................... 31
Hoorcollege 9 – Osteochondrose .......................................................................................................... 36
Hoorcollege 10 – Farmacologie → aseptische artritis .......................................................................... 42
Hoorcollege 11 – Farmacologie → septische artritis ............................................................................ 45
Hoorcollege 12 & 13 – Spierfysiologie .................................................................................................. 47
Hoorcollege 14 – Klinische diagnostiek ................................................................................................ 56
Hoorcollege 15 – Verbandleer.............................................................................................................. 60
1
, Arianne de Sterke - Locomotie
Hoorcollege 1 – Inleiding + Ontwikkeling & adaptatie
Ontwikkeling
chorda = axiaal mesoderm
somieten = paraxiaal mesoderm
Het paraxiaal mesoderm bestaat niet uit 2 lange strengen, maar is opgebouwd uit segmenten
(somieten).
Vanuit de somieten worden strengen van cellen gevormd die 3 verschillende structuren gaan
vormen. De strengen richting de neurale buis/chorda wordt het sclerotoom genoemd. Het
sclerotoom zal de wervels gaan vormen. Verder wordt nog het myotoom en dermatoom gevormd.
Op een gegeven moment gaan de sclerotomen van de somieten splitsen. Het craniale deel van het
ene sclerotoom, fuseert dan met het caudele deel van het sclerotoom van een nabijliggende somiet.
Tussen deze nieuw gevormde segmenten zullen vanuit het ruggenmerg zenuwen vormen richting het
myotoom (spieren). Aangezien de segmenten van het myotoom niet een nieuwe splitsing aannemen,
overbrugt 1 somiet van de spier, 2 wervels, hierdoor is beweging mogelijk (zonder dit niet!). De
chorda wordt de nucleus pulposus van de tussenwervelschijven (hardere kern → kan uit de schijf
verplaatsen en ruggenmerg verdrukken = hernia).
De extremiteiten zijn duidelijk per diersoort (gedurende evolutie) aangepast. In de embryonale fase
ontwikkelen zich pootknoppen (ontstaat uit somatisch mesoderm; kern van mesenchymcellen,
bedekt met ectodermale cellen). Voor deze ontwikkeling zijn de aanwezigheid van FGF10 en de
somiet essentieel.
2