Bachelor
Jaar 2
Nieren en Urinewegen
WERKCOLLEGES
ARIANNE DE STERKE
, Arianne de Sterke – Nieren & Urinewegen
Inhoudsopgave
Thema B
Werkcollege 1 – Nierfunctie en urineonderzoek .................................................................................... 2
Thema C
Werkcollege 2 – Regulatie waterbalans ................................................................................................ 17
Werkcollege 3 – Polyurie/polydipsie ..................................................................................................... 34
Thema D
Werkcollege 4 – Glomerulaire reactiepatronen.................................................................................... 43
Werkcollege 5 – Volumeregulatie en oedeemvorming ........................................................................ 51
Werkcollege 6 – Farmacotherapie bij oedeemvorming ........................................................................ 67
Thema E
Werkcollege 7 – Dysurie ........................................................................................................................ 72
Werkcollege 8 – Farmacotherapeutica bij afwijkende mictie ............................................................... 76
Thema F
Werkcollege 9 – Zuur-base balans buffers ............................................................................................ 81
Werkcollege 10 – Renale regulatie van de bloed pH ............................................................................ 88
Thema G
Werkcollege 11 – Kalium homeostase .................................................................................................. 97
Thema H
Werkcollege 12 – Reactiepatronen: tubulointerstitiële aandoeningen.............................................. 104
Werkcollege 13 – Casuïstieken oefenen ............................................................................................. 112
1
, Arianne de Sterke – Nieren & Urinewegen
Thema B: Nierfunctie en urineonderzoek
Werkcollege 1 – Nierfunctie en urineonderzoek
Zelfstudie
Extra uitleg bij Cunningham over het begrip Klaring (Clearance):
De definitie van de renale klaring van stof X = het volume bloedplasma dat per tijdseenheid (ml/min)
volledig wordt gezuiverd van stof X. De algemene formule voor de renale klaring van een stof X luidt;
Fractionele klaring: Vergelijking van de clearance van een stof X (Cx) met de simultaan bepaalde
inulineclearance (Cin), geeft informatie over de wijze waarop de nier stof X uitscheidt.
Cx/Cin < 1: De tubuluscellen transporteren een deel van het gefiltreerde kwantum van de stof X
vanuit het tubuluslumen naar het interstitium, c.q. bloedplasma. De stof X zou ook via diffusie vanuit
het tubuluslumen naar het interstitium, c.q. bloed kunnen gaan, zoals bijv. ureum.
Cx/Cin > 1: De tubuluscellen transporteren de stof X vanuit het bloed naar het tubuluslumen en
voegen daardoor aan de gefiltreerde hoeveelheid van X nog een kwantum toe. De stof X zou ook via
diffusie vanuit het interstitium, c.q. bloed naar het tubuluslumen kunnen gaan. Een stof die zeer
actief door de proximale tubulus wordt uitgescheiden is Paraaminohippuurzuur. Hierdoor is de
concentratie PAH in de vena renalis bijna nul. Als de [PAH]v.ren. daadwerkelijk nul zou zijn, dan kan
worden gesteld dat de hoeveelheid bloed die per minuut van PAH wordt gezuiverd (Clearance PAH)
gelijk is aan de Renal Plasma Flow (RPF). De CPAH geeft echter een te lage waarde voor de RPF
omdat niet al het bloed langs de proximale tubulus stroomt, maar ook een deel naar het nierkapsel
en het niermerg via de vasa recta. Hierdoor is de [PAH]v.ren. nooit nul. Maar, m.b.v. de extractieratio
kan de echte RPF worden uitgerekend, zie de figuur hieronder. Als de hematocriet (Hct) bekend is,
kan de RPF gebruikt worden om de Renal Blood Flow (RBF) uit te rekenen (RBF=RPF/(1-Hct)).
Cx/Cin = 1: De stof X wordt niet door de tubuluscellen getransporteerd en komt alleen door filtratie
in de urine. Dit geldt bij de hond, kat, konijn en het schaap voor creatinine. Het bovenstaande wordt
geïllustreerd in onderstaande figuur waarin de clearance berekeningen voor ureum, inuline en PAH
zijn opgenomen.
2
Jaar 2
Nieren en Urinewegen
WERKCOLLEGES
ARIANNE DE STERKE
, Arianne de Sterke – Nieren & Urinewegen
Inhoudsopgave
Thema B
Werkcollege 1 – Nierfunctie en urineonderzoek .................................................................................... 2
Thema C
Werkcollege 2 – Regulatie waterbalans ................................................................................................ 17
Werkcollege 3 – Polyurie/polydipsie ..................................................................................................... 34
Thema D
Werkcollege 4 – Glomerulaire reactiepatronen.................................................................................... 43
Werkcollege 5 – Volumeregulatie en oedeemvorming ........................................................................ 51
Werkcollege 6 – Farmacotherapie bij oedeemvorming ........................................................................ 67
Thema E
Werkcollege 7 – Dysurie ........................................................................................................................ 72
Werkcollege 8 – Farmacotherapeutica bij afwijkende mictie ............................................................... 76
Thema F
Werkcollege 9 – Zuur-base balans buffers ............................................................................................ 81
Werkcollege 10 – Renale regulatie van de bloed pH ............................................................................ 88
Thema G
Werkcollege 11 – Kalium homeostase .................................................................................................. 97
Thema H
Werkcollege 12 – Reactiepatronen: tubulointerstitiële aandoeningen.............................................. 104
Werkcollege 13 – Casuïstieken oefenen ............................................................................................. 112
1
, Arianne de Sterke – Nieren & Urinewegen
Thema B: Nierfunctie en urineonderzoek
Werkcollege 1 – Nierfunctie en urineonderzoek
Zelfstudie
Extra uitleg bij Cunningham over het begrip Klaring (Clearance):
De definitie van de renale klaring van stof X = het volume bloedplasma dat per tijdseenheid (ml/min)
volledig wordt gezuiverd van stof X. De algemene formule voor de renale klaring van een stof X luidt;
Fractionele klaring: Vergelijking van de clearance van een stof X (Cx) met de simultaan bepaalde
inulineclearance (Cin), geeft informatie over de wijze waarop de nier stof X uitscheidt.
Cx/Cin < 1: De tubuluscellen transporteren een deel van het gefiltreerde kwantum van de stof X
vanuit het tubuluslumen naar het interstitium, c.q. bloedplasma. De stof X zou ook via diffusie vanuit
het tubuluslumen naar het interstitium, c.q. bloed kunnen gaan, zoals bijv. ureum.
Cx/Cin > 1: De tubuluscellen transporteren de stof X vanuit het bloed naar het tubuluslumen en
voegen daardoor aan de gefiltreerde hoeveelheid van X nog een kwantum toe. De stof X zou ook via
diffusie vanuit het interstitium, c.q. bloed naar het tubuluslumen kunnen gaan. Een stof die zeer
actief door de proximale tubulus wordt uitgescheiden is Paraaminohippuurzuur. Hierdoor is de
concentratie PAH in de vena renalis bijna nul. Als de [PAH]v.ren. daadwerkelijk nul zou zijn, dan kan
worden gesteld dat de hoeveelheid bloed die per minuut van PAH wordt gezuiverd (Clearance PAH)
gelijk is aan de Renal Plasma Flow (RPF). De CPAH geeft echter een te lage waarde voor de RPF
omdat niet al het bloed langs de proximale tubulus stroomt, maar ook een deel naar het nierkapsel
en het niermerg via de vasa recta. Hierdoor is de [PAH]v.ren. nooit nul. Maar, m.b.v. de extractieratio
kan de echte RPF worden uitgerekend, zie de figuur hieronder. Als de hematocriet (Hct) bekend is,
kan de RPF gebruikt worden om de Renal Blood Flow (RBF) uit te rekenen (RBF=RPF/(1-Hct)).
Cx/Cin = 1: De stof X wordt niet door de tubuluscellen getransporteerd en komt alleen door filtratie
in de urine. Dit geldt bij de hond, kat, konijn en het schaap voor creatinine. Het bovenstaande wordt
geïllustreerd in onderstaande figuur waarin de clearance berekeningen voor ureum, inuline en PAH
zijn opgenomen.
2