systeem (hoofdstuk 8)
Respiratie ................................................................................................................ 2
Longventilatie (pulmonale ventilatie) ......................................................................... 2
Pleurale zakken..................................................................................................... 2
Inspiratie .............................................................................................................. 2
Expiratie ............................................................................................................... 3
Longvolumina .......................................................................................................... 3
Longdiffusie ............................................................................................................. 3
Respiratoire membraan (alveolaire capillaire membraan) ........................................ 4
Partiële druk van gassen ........................................................................................ 4
Zuurstofuitwisseling .............................................................................................. 4
Transport van zuurstof .............................................................................................. 5
Hemoglobine ........................................................................................................ 5
Zuurstofcapaciteit bloed ....................................................................................... 5
Kooldioxide transport ............................................................................................... 5
Arterioveneus zuurstofverschil .................................................................................. 6
Zuurstoftransport in de spier ..................................................................................... 6
Factoren beïnvloeden zuurstofafgifte en -opname ................................................... 6
Verwijdering CO2 ..................................................................................................... 7
Regulatie longventilatie ............................................................................................ 7
Afferente feedback werkende ledematen ................................................................ 7
Fysieke training en respiratoire functie ....................................................................... 7
1
, Respiratie = ademhaling
1. Extern: longventilatie&longdiffusie (gassen van buiten lichaam vervoerd naar
de longen, vervolgens naar bloed)
2. Intern: gaswisseling in de capillairen
➔ Verbonden via de bloedsomloop
Longventilatie (pulmonale ventilatie)
= proces waarmee we lucht in en uit onze longen verplaatsen.
1. Inademen door neus. (lucht wordt verwarmd & bevochtigd, stof en deeltjes
plakken vast aan slijmvlies (nasale mucosa))
2. Inademen via mond bij toename vraag lucht
3. Keelholte -> strottenhoofd -> luchtpijp (trachea) -> bronchiën = dode ruimte =
elke uitademing blijft restje lucht achter, bij elke inademing mengt dit met
nieuwe lucht
4. Bronchioli & alveoli = kleinste respiratoire eenheden: uitwisseling O2&CO2.
Pleurale zakken
➔ Longen niet direct aan ribben, maar opgehangen in pleurale zakken
➔ Dubbele wand, daartussen vloeistof voor bescherming bij wrijving door
ademhaling
➔ Pariëtale pleura: bekleedt thoracale wand
➔ Viscerale/pulmonale pleura: bekleed buitenkant longen
Inspiratie
= inademing
➔ Beweging door externe tussenribspieren
➔ Ribben naar boven&buiten + sternum naar boven&voren + contraheren
diafragma, afvlakken naar beneden = vergroten afmetingen borstholte ->
vergroten longen
➔ Gaswet van Boyle = druk x volume is constante -> druk in longen neemt af
➔ Intrapulmonale druk < luchtdruk buiten lichaam -> lucht stroomt binnen
➔ Geforceerde zware ademhaling: hulp van andere spieren (nek- en borst) ->
hoger opheffen ribben
2