Hoofdstuk 5, Tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600)
Canonitems:
- Erasmus -> een kritische denker in Europa
- De Opstand (1566-1581) -> van Beeldenstorm naar Plakkaat van
Verlatinghe
- Willem van Oranje (1533-1584) -> van opstandeling tot ‘vader des
vaderlands’
Kenmerkende aspecten
Basisonderwijs:
- Het begin van de Europese overzeese expansie
- De Opstand en het ontstaan van een onafhankelijke Nederlandse staat
Voortgezet onderwijs:
- Renaissance: het veranderende mens- en wereldbeeld en het begin van
een nieuwe wetenschappelijke belangstelling
- Reformatie: de protestantse reformatie die splitsing van de christelijke
kerk in West-Europa tot gevolg had.
5.1 het didactisch aspect: methoden, een moeilijke keuze
Niet alle scholen gebruiken een geschiedenismethode. Soms wordt vak
geïntegreerd gewerkt (bijvoorbeeld IPC of Topondernemers). Het risico is dat
het vak geschiedenis minder herkenbaar wordt, de kennisbasis uit het oog
verdwijnt en leerlingen geen chronologisch overzicht ontwikkelen.
Een methode:
- Werkt met kerndoelen
- Bevat de tien tijdvakken van De Rooy
- Behandelt (de meeste) canonitems
- Biedt een landelijke doorgaande lijn.
Methoden verschillen in visie, manier van aanbieden en in wat zij naast de
kerndoelen extra aanbieden.
De individuele leerkracht
De basisschoolleerkracht geeft wettelijk voorgeschreven vakken en kan niet
alles volledig inhoudelijk beheersen. Daarom is een methode een belangrijk
hulpmiddel.
Een methode kiezen
Zaakvakmethoden worden vaak langer dan tien jaar gebruikt. De keuze
hangt af van:
De visie van de school (bijvoorbeeld zelfstandig werken of
combinatiegroepen),
De samenstelling van de schoolpopulatie,
De voorkeuren van leerkrachten,
,Methode in soorten
1. Thematische methode
Onderwerpen worden door verschillende tijdvakken heen behandeld (bijv.
wonen, oorlog, slavernij).
Voordelen:
Verdieping in één onderwerp.
Vergelijken van verschillende tijden.
Nadelen:
Samenhang binnen één tijdvak ontbreekt.
Onderwerpkeuze kan leiden tot een ‘rariteitenkabinet’.
Geen opbouw van een chronologisch overzicht.
2. Concentrische methode
Geschiedenis wordt meerdere keren doorlopen in groep 5–8, uitgaande van
hoofdperioden en tijdvakken.
Voordelen:
Herhaling.
Verdieping door herhaling.
Nadelen:
Leerlingen kunnen het gevoel hebben dat ze het al gehad hebben.
Kans op overlap tussen leerjaren.
Vereist veel overleg tussen leerkrachten.
3. Chronologische methode
Doorlopend verhaal vanaf ±10.000–12.000 jaar geleden tot het heden.
Voordelen:
Alle onderwerpen komen één keer aan bod.
Duidelijke opeenvolgende tijdsstructuur.
Nadeel:
Geen herhaling.
(Er bestaat een variant waarbij binnen een tijdvak een thema wordt
behandeld dat tijdvakgrenzen overstijgt.)
4. Semiconcentrische methode
Combinatie van chronologisch overzicht en herhaling/verdieping in latere
groepen.
Voordeel:
Probeert de voordelen van chronologisch en concentrisch te
combineren.
Doel:
Nadelen van beide vormen afzwakken.
Wel of geen methode?
Een schoolteam moet eerst een visie op het vak geschiedenis hebben. In de
praktijk kiezen scholen vaak voor een methode vanwege:
Ondersteuning van leerkrachten,
, Een stevige kennisbasis,
Aansluiting op het voortgezet onderwijs.
Belang van leerkracht
De leerkracht maakt het verschil! De leerkracht bepaalt of een vak door het
gros van de kinderen boeiend wordt gevonden. Een leerkracht die
actualiseert, de eigen omgeving erbij betrekt en aanvult vanuit zijn eigen
algemene ontwikkeling maakt de lessen in ieder vak tot een succes.
Criteria bij beoordeling van methoden
Belangrijke aandachtspunten zijn:
Doelgroep, uitgavejaar en compleetheid;
Visie en opbouw (thematisch of chronologisch);
Tijdvakken per leerjaar en benodigde lestijd;
Differentiatie en mogelijkheden voor zelfstandig werken;
Kwaliteit van leerlingenmateriaal;
Inhoud en bruikbaarheid van de handleiding;
Aanwezigheid van een invoeringsplan.
5.2 De achtergrondinformatie: tijd van ontdekkers en hervormers (1500-
1600)
In deze periode begon de Europese expansie door ontdekkingsreizen.
Daarnaast speelden politieke ontwikkelingen in de Nederlanden, het
humanisme, de Reformatie, de Opstand en het ontstaan van de Republiek
een grote rol.
Europese expansie
Aan het einde van de middeleeuwen groeide de belangstelling voor zeevaart.
Er was veel vraag naar luxeproducten uit het oosten, zoals specerijen, zijde,
porselein en katoen.
Na de verovering van Constantinopel (1453) door de Turken werd de
handelsroute over land afgesloten. Europese landen moesten daarom een
zeeroute naar Azië zoeken.
Ook Nederlandse kooplieden zochten een eigen route toen handel via
Portugal moeilijk werd door de oorlog met Spanje.
De wereld is plat?
Het idee dat men in de middeleeuwen dacht dat de aarde plat was is een
mythe. Het idee van een ronde aarde was al bij de Grieken bekend. Columbus
was dus niet de enige die wist dat de aarde rond was.
De Portugezen: voorlopers
De Portugezen begonnen als eersten met systematische ontdekkingstochten
langs Afrika.
Belangrijk:
Prins Hendrik de Zeevaarder stimuleerde zeevaart.
In 1418 werd een zeevaartacademie opgericht.
, Navigatie-instrumenten en kaarten werden ontwikkeld.
In 1488 bereikte Bartholomeus Diaz de Kaap de Goede Hoop.
In 1497 voer Vasco da Gama om Afrika naar India.
In de 16e eeuw beheersten de Portugezen de handel op Azië.
Christoffel Columbus werd rond 1451 geboren in Genua. Hij verzamelde
kennis in Portugal en berekende dat Azië via het westen bereikbaar was.
Portugal wees zijn plan af. Spanje financierde hem wel.
In 1492 vertrok hij met de Niña, Pinta en Santa Maria. Hij dacht in Indië te zijn
aangekomen, maar ontdekte een nieuw continent. De naam Amerika komt
van Amerigo Vespucci.
Gevolgen:
Spaanse conquistadores veroverden gebieden.
Inheemse bevolking werd grotendeels uitgeroeid (Maya’s, Inca’s).
Zoektochten over zee
1521: expeditie van Magelhaes zeilt als eerste rond de wereld.
Engelsen gebruikten kaapvaart (piraterij met toestemming). Francis
Drake voer zo rond de wereld.
Fransen vestigden zich in Canada (Jacques Cartier).
Nederlanders zochten eigen routes na problemen met Spanje.
Willem Barentsz probeerde een noordoostelijke route te vinden. In 1596
liep zijn schip vast bij Nova Zembla. Bemanningsleden overwinterden in ‘Het
Behouden Huys’. Slechts twaalf mannen bereikten in 1597 Amsterdam. De
noordelijke route bleek geen succes.
Nederlanders overzee
Vanaf het einde van de 16e eeuw vestigden Nederlanders handelsposten in:
Azië (Sri Lanka, Taiwan),
Amerika (Brazilië, Nieuw Amsterdam),
Afrika (Kaap de Goede Hoop).
De Nederlanders wilden vooral handeldrijven en geen koloniën stichten. De
handel werd georganiseerd via compagnieën:
VOC
WIC
Nieuwe producten
Ontdekkingsreizen brachten nieuwe producten naar Europa.
Uit Amerika:
maïs, tomaat, aardbei, cacao, tabak, avocado, goud, zilver, later suiker en
katoen.
Uit Azië:
specerijen (peper, nootmuskaat, kruidnagel), gember, kaneel, porselein,
zijde.