§1 ‘Wat is economie?’
Wat betekent schaarste en opofferingskosten?
Schaarste: de mens heeft onbeperkte behoeften en beperkte middelen om in
behoeften te voorzien. Dit dwingt een mens tot het maken van keuzes.
Opofferingskosten: opbrengsten van het alternatief waar je niet voor kiest. Als
je het ene kiest, kun je het andere niet kiezen.
Hoe teken je de budgetlijn?
Je tekent een punt voor het maximale aantal wat je aan x kan kopen en het
maximale aantal wat je aan y kan kopen voor het gegeven bedrag. Tussen deze
punten trek je een lijn.
Hoe stel je de wiskundige vergelijking van een budgetlijn op?
Budget (uitgaven) = P1 x q1 + P2 x q2. P: prijs. Q: aantal.
Wanneer verandert de hellingshoek van de budgetlijn?
Als de prijs van een product verandert.
Wanneer verschuift de budgetlijn evenwijdig?
Als het budget verandert.
§2 ‘Procenten en indexcijfers’
Hoe bereken je een procentueel aandeel?
(deel : geheel) x 100%
Hoe bereken je een procentuele verandering m.b.v. twee absolute
getallen?
((nieuw – oud) : oud) x 100%
Wat is het verschil tussen procent, procentpunt en promille?
1‰ = 0,1% Procentpunt is het verschil tussen twee percentages.
Hoe bereken je iets als je het procentuele verschil of aandeel van
een ander bedrag hebt?
Tabel maken, de gegevens invullen in € en %, de basis gelijkstellen aan 100 en
oplossen.
Hoe bereken je procentuele verandering m.b.v. andere procentuele
veranderingen?
Stel basis = 100, bereken de eindwaarde en vergelijk met 100.
Hoe schrijf je absolute getallen of procentuele veranderingen als
indexcijfers?
Absolute getallen als indexcijfers: Indexcijfer = (waarde : basiswaarde) x 100.
Procentuele verandering als indexcijfers: stel basis = 100, bereken eindwaarde
en vergelijk met 100.
Hoe bereken je m.b.v. indexcijfers een procentuele verandering?
((nieuw – oud) : oud) x 100%
Hoe verleg je het basisjaar van een reeks indexcijfers?
Indexcijfer = (waarde : basiswaarde) x 100
§3 ‘Inkomen’
Wat zijn primaire inkomens en overdrachtsinkomens?
Primaire inkomens: inkomens waarvoor een tegenprestatie moet worden
geleverd. Dit is inkomen uit arbeid en vermogen (rente, huur, pacht en winst).
, Overdrachtsinkomens: inkomens waarvoor geen tegenprestatie wordt geleverd
(AOW, WW en ZW).
Wat is het verschil tussen primair en secundair inkomen?
Secundair inkomen (of besteedbaar inkomen) = primair inkomen – belastingen
en premies + sociale uitkeringen en toeslagen.
Wat is het verschil tussen inflatie, hyperinflatie en deflatie?
Inflatie: gemiddelde prijsstijging goederen/diensten. Door stijging van lonen of
btw die wordt doorberekend in prijzen. Hierdoor kan je met hetzelfde geld
minder kopen (geldontwaarding).
Hyperinflatie: Extreme (dagelijkse) prijsstijging. Doordat de teveel bank geld
creëert geld, niet in verhouding tot economische groei. Gevolg: verlies
koopkracht en vertrouwen in geld (→ ruilhandel).
Deflatie: gemiddelde prijsdaling goederen/diensten. Door dalende
productiekosten of te lage bestedingen (recessie) prijzen verlaagd. Als mensen
prijsdaling verwachten, zullen ze aankopen uitstellen. Gevolg: minder
bestedingen → minder productie → minder mensen nodig → werkloosheid.
Hoe bereken je CPI?
Eerst voor elk product een enkelvoudig of partieel prijsindexcijfer berekenen.
Dan krijgt elk product een wegingsfactor dat geven dat aangeeft hoe belangrijk
dit product. Tot slot worden enkelvoudige prijsindexcijfers samengevoegd tot
een samengesteld gewogen prijsindexcijfer (CPI).
Hoe bereken je m.b.v. het CPI-inflatie?
Prijsindex x weging - 100 = inflatie in procenten.
Hoe bereken je een enkelvoudig prijsindexcijfer m.b.v. CPI,
wegingsfactoren en andere enkelvoudige prijsindexcijfers?
oude prijs
Enkelvoudig prijsindexcijfer = ( ) x 100% CPI =
nieuwe prijs
(wegingsfacor )
( weginsfactor x enkelvoudig prijsindexcijfer )
Wat betekent reëel inkomen, nominaal inkomen en
geldontwaarding?
Reëel inkomen: koopkracht, hoeveelheid goederen/diensten die je met je
inkomen kan kopen. Nominaal inkomen: inkomen in euro’s, primair inkomen en
overdrachtsinkomen.
Geldontwaarding: stijging prijzen, vaak gemeten met
consumentenprijsindexcijfer (CPI).
Hoe weet je of er sprake is van prijscompensatie bij inflatie en
inkomensstijging?
Als de lonen in procenten evenveel stijgen als de prijzen.
Hoe bereken je de verandering van koopkracht met RIC = (NIC :
PIC)?
indexcijfer nominaal inkomen NIC
Indexcijfer koopkracht = RIC =
CPI PIC
Hoe bereken je geldontwaarding?
Prijsstijging – stijging nominaal inkomen = geldontwaarding in procent(punt).
Hoe bereken je de procentuele verandering van reëel inkomen per
hoofd met indexcijfers?
Nominale inkomen : prijspeil x aantal inwoners