Paragraaf 1: ‘Wat is de democratie?’
Wat is het verschil tussen een democratie en een dictatuur?
In een democratie kiest het volk vertegenwoordigers die beslissingen nemen en
verantwoording aan de bevolking af moeten leggen over hun beleid.
In een dictatuur zijn de drie machten (rechterlijk, uitvoerend en wetgevend)
niet van elkaar gescheiden, maar in handen van een kleine groep mensen.
Wat is ideologische indoctrinatie?
Het systematisch en eenzijdig opdringen van bepaalde ideeën.
Wat zijn de voor- en nadelen van een parlementair stelsel?
Voordelen: kabinet moet verantwoording afleggen en het parlement is het
hoogste machtsorgaan. Nadelen: staatshoofd is niet rechtstreeks gekozen en
wordt erg beperkt.
Wat zijn de voor-en nadelen van een presidentieel stelsel?
Voordelen: de president is rechtstreeks gekozen en wordt weinig beperkt.
Nadelen: de president heeft (te)veel macht.
Hoe wordt Nederland bestuurd?
Landelijk: de regering en het parlement bepalen nationale wetten en beleid.
Provinciaal: Provinciale Staten stellen provinciale regels op en controleren
provinciebestuur.
Gemeentelijk: gemeenteraad beslist over lokale zaken zoals verkeer, zorg en
ruimtelijke ordening.
Wat zijn de voor- en nadelen van een referendum?
Voordelen: directe democratie en iedereen is betrokken.
Nadelen: kost veel tijd en is praktisch onmogelijk, omdat er zo veel burgers zijn.
, Paragraaf 2: ‘Politieke stromingen’
Wat zijn de drie politieke hoofdstromingen in Nederland? (zie
boekje blz 9)
Liberalisme: wat goed is voor het individu, is goed voor de maatschappij.
(rechts)
Socialisme: de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen. (links)
Confessionalisme: God heeft bedoeling met de wereld en mens moet zich
daarop richten. (midden)
Wat is links, rechts, midden, progressief, conservatief en
reactionair?
Links: stroming die staat voor sterke en actieve rol van de overheid.
Rechts: stroming die staat voor weinig bemoeienis van de overheid.
Midden: stroming tussen links en rechts in.
Progressief: vooruitstrevend, veranderingsgezind en vooral gericht op de
toekomst.
Conservatief: behoudend en gericht op heden en verleden ‘houden wat je
hebt’.
Reactionair: achteruit strevend, reactie op schadelijke ontwikkelingen.
Waarom is de links-rechts, progressief-conservatief indeling
relatief?
Vanaf de jaren zestig is er ontideologisering (verdwijnen ideologie als leidraad
politieke leven). Hierdoor ontstonden pragmatisme en populisme, wat niet past
in traditionele ideologieën.
Waarom is populisme meer een stijl van politiek bedrijven dan een
ideologie?
Het gaat niet uit van een ideologie, maar spreekt namens de ‘vox populi’.