Hoorcollege aantekeningen
Hoorcollege 1 – introductie in de klinische neuropsychologie
Hoe kan het dat sommige mensen op hele oude leeftijd cognitief erg goed functioneren, en
andere mensen op jonge leeftijd hier al achterstand hebben?
Filmpje oudste huisarts (Nico van Hasselt): nuttig maken voor de medemens (als huisarts
dus). Hij gaat op huisbezoek en hij heeft daarnaast ook nog spreekuren. Nico vindt dit niet
meer dan normaal, hij vindt dat hij dokter is en dat is hij dan 24 uur per dag.
Hoe bestaat het dat hij dit cognitief gezien nog allemaal aan kan, erg fascinerend
Hendrikje van Andel is ook interessant. Zij was opgeven moment bijna doof en bijna blind
maar zij was nog heel erg scherp cognitief. Ze heeft haar lichaam aan de wetenschap
geschonken na haar overlijden (115 jaar). De hersenen waren nog maar enkele uren dood. Na
onderzoek bleek dat haar hersenen normaal waren voor iemand van 60 jaar. Er is dus duidelijk
geworden dat naarmate je ouder wordt, dat dat niet gelijk betekend dat iemand zijn hersenen
ook achteruit gaan. Deze bevinding was aanleiding voor verschillende studies, waaronder de
100+ studie, waarbij een soort anti-dementie gen werd gevonden. Wat zijn dan soort
beschermende factoren waarbij mensen dus niet achteruit gaan cognitief?
Functiedomeinen
Waarnemingen
Geheugen
Motoriek en lichaamsrepresentatie
Taal
Intelligentie
Aandacht en executieve functies
Emoties en sociale cognitie
Ziektebeelden
Dementie
Alcoholgerelateerde cognitieve stoornissen
Vasculaire aandoeningen
MS
Traumatisch hersenletsel
Epilepsie
Hersentumoren
Cursus neuropsychologische diagnostiek
, - Basiskennis cognitieve functiedomeinen en ziektebeelden
- Diagnostische cyclus
- Neuropsychologische tests en vragenlijsten
Patiënt X
Welke klachten rapporteert een patiënt
Zijn die passend bij een neurologisch of psychiatrisch beeld?
Welke factoren kunnen van invloed zijn op de klachten?
Waarom heeft de ene patiënt meer klachten dan de andere patiënt?
Wat is het verwachte beloop?
Kunnen we de klachten doen afnemen door middel van training/behandeling
Wat is klinische neuropsychologie?
Relatie tussen hersenen en gedrag: kan bij gezonde mensen maar ook mensen met
afwijking
Toepassing in de klinische praktijk: dus voornamelijk op patiënten en cliënten, dus
niet perse gezonde mensen
Zowel gericht op diagnostiek als behandeling
Historische schets
Jong vakgebied, sinds jaren 70’ vorige eeuw
Echter nadenken over hersenen en mentale functies stamt al uit klassieke oudheid
Hippocrates: hersenen spelen belangrijkste rol
Aristoteles: hart is zetel van de ziel
Celtheorie: overtuigd wel dat hersenen belangrijk waren, na onderzoek zagen ze holtes
met vocht. Dat is dus waarschijnlijk waar al deze functies zich bevinden.
Decartes (1596-1650): ziel in de pijnappelklier/epifyse
Lokalisatie en gevalsbeschrijvingen
Gall (1758-1828): buitenzijde van hersenen (cortex): je kan aanwijzen op de kaart
waar welke functies zich bevinden, je zou vanuit buiten moeten kunnen zien welke
dingen wel goed ontwikkeld waren en welke niet (controversieel). Er is wel ergens een
kern van waarheid in, want we zien dingen aan de buitenkant van de hersenen (de
cortex)
Phineas Gage (1848): spoorweg medewerker met ijzeren
staaf aan de werk en dit explodeerde, dit ging dwars door
zijn frontale kwab heen, hij overleefde het maar zijn
persoonlijkheid veranderde heel erg
Broca (1824-1880): patiënt ‘tan’: patiënt noemde ze tan,
die kon namelijk alleen 1 woord zeggen namelijk tan. Ondanks dit begreep die wel
heel veel. Na de dood bleek dat er iets mis was in het gebied van Broca, dus gingen
van uit dat hier het ging over taalproductie.
Wernicke (1848-1905): zag tegenover gesteld beeld: zegt dat er wel taalproductie was
maar geen taalbegrip meer
, Neiging naar meer holistische visie
Experimentele psychologie
Opzet eerste experimenten, vooral gericht op waarneming
Objectieve, gestandaardiseerde methoden, casuïstiek waren meer beschrijvingen
Kwantitatieve metingen van cognitieve functies
Het meten van individuele verschillen, normgroepen, hoe verschillen de participanten
van elkaar
Eerste testen
Vooral gericht op voorspellen schoolsucces of geschiktheid voor militaire dienst, de
basis van wat wij nu gebruiken had eerst dus een heel ander doel
Binet (1857-1911): ontwikkeling intelligentietest
Uitgangspunt voor ontwikkeling neuropsychologische tests
Plaats binnen gezondheidszorg
Patiënten met hersenbeschadiging voorheen vakgebied neurologen en psychiaters
Sinds WOII in toenemende mate vakgebied van psychologen
Luria: integratie van zowel holistische als lokalisatietheorieën, wel geheel
verantwoordelijk voor gedrag
Hersenen zijn als geheel verantwoordelijk voor gedrag, maar er zijn wel
gelokaliseerde deelfuncties te onderscheiden
Dissociatie en dubbele dissociatie
Ontwikkeling eerste neuropsychologische tests o.a. door Benton en Warrington
Plaats binnen de gezondheidszorg II
1967: oprichting international Neuropsychological society
1976: eerste editie Neuropsychological Assessment, Lezak
Beeldvorming
Vanaf 1980; locatie van hersenbeschadiging kan worden vastgesteld
Neuropsychologisch onderzoek belangrijk om de gevolgen van de hersenbeschadiging
in kaart te brengen
, Geen 1 op 1 relatie met lokalisatie en cognitieve functie, je kan wel verwachting
hebben
Netwerkmodellen, hersenen werken heel erg in netwerken samen
Huidige neuropsychologie
1970 Nederlandse Vereniging voor Neuropsychologie
Individuele patiënt is een n=1 studie
Betrokken bij zorg en wetenschappelijk onderzoek
Adaptieve psychologische vervolgopleidingen
Stuwmeer voor de GZ opleiding
Aanpassen aan behoefte van de maatschappij, grotere zorgvraag
1 van de thema’s: aansluiting master GZ
Directe doorstroom leidt tot vermindering tekorten en verbeteringen vervolgopleiding
2024: adviezen van programma APV voorgelegd aan ministerie van VWS
Klinische neuropsychologie bestudeert de relatie tussen hersenen en gedrag bij
gezonde mensen en bij patiënten. De klinisch neuropsycholoog is een science-
practicioner (klinische praktijk en wetenschappelijk onderzoek)
Neuropsychologie in de praktijk
Werkveld
Neuropsychologisch onderzoek: n=1
Diagnostiek
Behandeling
Casuïstiek
Werkveld
Voorbeelden
Ziekenhuis: man, 68 jaar, CVA links temporaal doorgemaakt, opgenomen op de
kliniek komt verward over, aanwijzingen voor cognitieve stoornissen? Verantwoord
om naar huis te gaan? Kan dat er gevraagd wordt van wat is er eigenlijk aan de hand.
GGZ: vrouw, 45 jaar, al jaren bekend met depressies, tevens sprake van
persoonlijkheidsproblematiek. Recent gevallen van trap. Kunnen de cognitieve
klachten toegeschreven worden aan psychiatrische beeld of aan hersentrauma?
Revalidatie: man, 38 jaar, bekend met hersentumor links frontaal, enkele maanden na
operatie nog veel last van prikkels, vraagt zich of werkhervatting mogelijk is. Is er
sprake van cognitieve stoornissen? Vaak multidisciplinair
Langdurige zorg: vrouw, 72 jaar, bekend met FTD, woont in verpleeghuis, wordt vaak
boos bij verzorging. Kunnen we gedrag begrijpen? Zijn er omgangsadviezen voor het
personeel? Mediërende behandeling.
Forensische zorg: man, 47 jaar, meerdere ernstige misdrijven begaan. Is patiënt wel
toerekeningsvatbaar? Wat is het intelligentieniveau? Zijn er aanwijzingen voor
cognitieve stoornissen die mee hebben kunnen spelen bij het begaan van de misdrijven
Hoorcollege 1 – introductie in de klinische neuropsychologie
Hoe kan het dat sommige mensen op hele oude leeftijd cognitief erg goed functioneren, en
andere mensen op jonge leeftijd hier al achterstand hebben?
Filmpje oudste huisarts (Nico van Hasselt): nuttig maken voor de medemens (als huisarts
dus). Hij gaat op huisbezoek en hij heeft daarnaast ook nog spreekuren. Nico vindt dit niet
meer dan normaal, hij vindt dat hij dokter is en dat is hij dan 24 uur per dag.
Hoe bestaat het dat hij dit cognitief gezien nog allemaal aan kan, erg fascinerend
Hendrikje van Andel is ook interessant. Zij was opgeven moment bijna doof en bijna blind
maar zij was nog heel erg scherp cognitief. Ze heeft haar lichaam aan de wetenschap
geschonken na haar overlijden (115 jaar). De hersenen waren nog maar enkele uren dood. Na
onderzoek bleek dat haar hersenen normaal waren voor iemand van 60 jaar. Er is dus duidelijk
geworden dat naarmate je ouder wordt, dat dat niet gelijk betekend dat iemand zijn hersenen
ook achteruit gaan. Deze bevinding was aanleiding voor verschillende studies, waaronder de
100+ studie, waarbij een soort anti-dementie gen werd gevonden. Wat zijn dan soort
beschermende factoren waarbij mensen dus niet achteruit gaan cognitief?
Functiedomeinen
Waarnemingen
Geheugen
Motoriek en lichaamsrepresentatie
Taal
Intelligentie
Aandacht en executieve functies
Emoties en sociale cognitie
Ziektebeelden
Dementie
Alcoholgerelateerde cognitieve stoornissen
Vasculaire aandoeningen
MS
Traumatisch hersenletsel
Epilepsie
Hersentumoren
Cursus neuropsychologische diagnostiek
, - Basiskennis cognitieve functiedomeinen en ziektebeelden
- Diagnostische cyclus
- Neuropsychologische tests en vragenlijsten
Patiënt X
Welke klachten rapporteert een patiënt
Zijn die passend bij een neurologisch of psychiatrisch beeld?
Welke factoren kunnen van invloed zijn op de klachten?
Waarom heeft de ene patiënt meer klachten dan de andere patiënt?
Wat is het verwachte beloop?
Kunnen we de klachten doen afnemen door middel van training/behandeling
Wat is klinische neuropsychologie?
Relatie tussen hersenen en gedrag: kan bij gezonde mensen maar ook mensen met
afwijking
Toepassing in de klinische praktijk: dus voornamelijk op patiënten en cliënten, dus
niet perse gezonde mensen
Zowel gericht op diagnostiek als behandeling
Historische schets
Jong vakgebied, sinds jaren 70’ vorige eeuw
Echter nadenken over hersenen en mentale functies stamt al uit klassieke oudheid
Hippocrates: hersenen spelen belangrijkste rol
Aristoteles: hart is zetel van de ziel
Celtheorie: overtuigd wel dat hersenen belangrijk waren, na onderzoek zagen ze holtes
met vocht. Dat is dus waarschijnlijk waar al deze functies zich bevinden.
Decartes (1596-1650): ziel in de pijnappelklier/epifyse
Lokalisatie en gevalsbeschrijvingen
Gall (1758-1828): buitenzijde van hersenen (cortex): je kan aanwijzen op de kaart
waar welke functies zich bevinden, je zou vanuit buiten moeten kunnen zien welke
dingen wel goed ontwikkeld waren en welke niet (controversieel). Er is wel ergens een
kern van waarheid in, want we zien dingen aan de buitenkant van de hersenen (de
cortex)
Phineas Gage (1848): spoorweg medewerker met ijzeren
staaf aan de werk en dit explodeerde, dit ging dwars door
zijn frontale kwab heen, hij overleefde het maar zijn
persoonlijkheid veranderde heel erg
Broca (1824-1880): patiënt ‘tan’: patiënt noemde ze tan,
die kon namelijk alleen 1 woord zeggen namelijk tan. Ondanks dit begreep die wel
heel veel. Na de dood bleek dat er iets mis was in het gebied van Broca, dus gingen
van uit dat hier het ging over taalproductie.
Wernicke (1848-1905): zag tegenover gesteld beeld: zegt dat er wel taalproductie was
maar geen taalbegrip meer
, Neiging naar meer holistische visie
Experimentele psychologie
Opzet eerste experimenten, vooral gericht op waarneming
Objectieve, gestandaardiseerde methoden, casuïstiek waren meer beschrijvingen
Kwantitatieve metingen van cognitieve functies
Het meten van individuele verschillen, normgroepen, hoe verschillen de participanten
van elkaar
Eerste testen
Vooral gericht op voorspellen schoolsucces of geschiktheid voor militaire dienst, de
basis van wat wij nu gebruiken had eerst dus een heel ander doel
Binet (1857-1911): ontwikkeling intelligentietest
Uitgangspunt voor ontwikkeling neuropsychologische tests
Plaats binnen gezondheidszorg
Patiënten met hersenbeschadiging voorheen vakgebied neurologen en psychiaters
Sinds WOII in toenemende mate vakgebied van psychologen
Luria: integratie van zowel holistische als lokalisatietheorieën, wel geheel
verantwoordelijk voor gedrag
Hersenen zijn als geheel verantwoordelijk voor gedrag, maar er zijn wel
gelokaliseerde deelfuncties te onderscheiden
Dissociatie en dubbele dissociatie
Ontwikkeling eerste neuropsychologische tests o.a. door Benton en Warrington
Plaats binnen de gezondheidszorg II
1967: oprichting international Neuropsychological society
1976: eerste editie Neuropsychological Assessment, Lezak
Beeldvorming
Vanaf 1980; locatie van hersenbeschadiging kan worden vastgesteld
Neuropsychologisch onderzoek belangrijk om de gevolgen van de hersenbeschadiging
in kaart te brengen
, Geen 1 op 1 relatie met lokalisatie en cognitieve functie, je kan wel verwachting
hebben
Netwerkmodellen, hersenen werken heel erg in netwerken samen
Huidige neuropsychologie
1970 Nederlandse Vereniging voor Neuropsychologie
Individuele patiënt is een n=1 studie
Betrokken bij zorg en wetenschappelijk onderzoek
Adaptieve psychologische vervolgopleidingen
Stuwmeer voor de GZ opleiding
Aanpassen aan behoefte van de maatschappij, grotere zorgvraag
1 van de thema’s: aansluiting master GZ
Directe doorstroom leidt tot vermindering tekorten en verbeteringen vervolgopleiding
2024: adviezen van programma APV voorgelegd aan ministerie van VWS
Klinische neuropsychologie bestudeert de relatie tussen hersenen en gedrag bij
gezonde mensen en bij patiënten. De klinisch neuropsycholoog is een science-
practicioner (klinische praktijk en wetenschappelijk onderzoek)
Neuropsychologie in de praktijk
Werkveld
Neuropsychologisch onderzoek: n=1
Diagnostiek
Behandeling
Casuïstiek
Werkveld
Voorbeelden
Ziekenhuis: man, 68 jaar, CVA links temporaal doorgemaakt, opgenomen op de
kliniek komt verward over, aanwijzingen voor cognitieve stoornissen? Verantwoord
om naar huis te gaan? Kan dat er gevraagd wordt van wat is er eigenlijk aan de hand.
GGZ: vrouw, 45 jaar, al jaren bekend met depressies, tevens sprake van
persoonlijkheidsproblematiek. Recent gevallen van trap. Kunnen de cognitieve
klachten toegeschreven worden aan psychiatrische beeld of aan hersentrauma?
Revalidatie: man, 38 jaar, bekend met hersentumor links frontaal, enkele maanden na
operatie nog veel last van prikkels, vraagt zich of werkhervatting mogelijk is. Is er
sprake van cognitieve stoornissen? Vaak multidisciplinair
Langdurige zorg: vrouw, 72 jaar, bekend met FTD, woont in verpleeghuis, wordt vaak
boos bij verzorging. Kunnen we gedrag begrijpen? Zijn er omgangsadviezen voor het
personeel? Mediërende behandeling.
Forensische zorg: man, 47 jaar, meerdere ernstige misdrijven begaan. Is patiënt wel
toerekeningsvatbaar? Wat is het intelligentieniveau? Zijn er aanwijzingen voor
cognitieve stoornissen die mee hebben kunnen spelen bij het begaan van de misdrijven