Alle bronnen en onderzoeken helpen professioneel met het maken van betere keuzes op het
gebied van:
1) Communicatie
2) Journalistiek
3) Mediaplanning
Je hebt 3 soorten onderzoek:
- Fundamenteel: Algemene kennis vergroten
- Praktijkgericht: Weten door te doen
- Corporate communication: Proces van bedrijfscommunicatie begrijpen
Metavragen: gaan over verwoorden van veronderstellingen en invalshoeken
Theorieën: systematisch geordende uitspraken en regels om werkelijkheid te
beschrijven, verklaren en voorspellen
KC1
1900: Uitvinding van de massa (almachtige media)
- Tijdschriften, kranten, radio, film krijgen groot bereik
- Groot bereik betekend: invloedrijk
- Wetenschappers vragen zich af: hoe invloedrijk?
- Willen inzicht in de relatie tussen mens en massamedia
- Massacommunicatie: Groot bereik én openbaar
Gevolgen explosieve groei massamedia:
- Industrialisatie, urbanisatie, alfabetisering, democratisering
- Komst massamedia: radio, film, tijdschrift, krant
- Maatschappij van grote massa vs. kleine elite
, Ook wel ‘Injectienaald
theorie’/ ‘theorie van de
magische kogel’ genoemd
Theorie 1: One-step-flow-theorie:
- Invloed van Massa media is groot
- Er is sprake van een richtingsverkeer
- Ontvangers zijn ‘weerloze sponsjes’ en zijn passief
- Bedacht door stimulus responsmodel
- Boodschap direct van zender naar ontvanger
- Massa is makkelijk te manipuleren, de elite niet
- Voorbeeld is ‘war of worlds’ (1938)
Kritiek op de One-step-flow-theorie:
- Kritiek op mensbeeld: Verkeerde voorstelling van
publiek Bij het doorgeven van informatie en het
beïnvloeden van meningen bleken gezinsleden, vrienden en collega’s veel
belangrijker dan men dacht.
- Verwaarlozing intermediërende factoren Mensen nemen selectief waar, en
onthouden ook selectief
(Mensen die jouw keuze mee beïnvloeden)
H12
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek: Hiermee kun je de algeme kennis van
de werkelijkheid vergroten. Je stelt hypotheses op die je probeert te bevestigen of
onkrachten.
Praktijkgericht onderzoek (of toegepast onderzoek): Dit doe je om een praktisch
probleem op te lossen.
Metavragen gaan over het verwoorden van je vooronderstellingen en invalshoeken
gebied van:
1) Communicatie
2) Journalistiek
3) Mediaplanning
Je hebt 3 soorten onderzoek:
- Fundamenteel: Algemene kennis vergroten
- Praktijkgericht: Weten door te doen
- Corporate communication: Proces van bedrijfscommunicatie begrijpen
Metavragen: gaan over verwoorden van veronderstellingen en invalshoeken
Theorieën: systematisch geordende uitspraken en regels om werkelijkheid te
beschrijven, verklaren en voorspellen
KC1
1900: Uitvinding van de massa (almachtige media)
- Tijdschriften, kranten, radio, film krijgen groot bereik
- Groot bereik betekend: invloedrijk
- Wetenschappers vragen zich af: hoe invloedrijk?
- Willen inzicht in de relatie tussen mens en massamedia
- Massacommunicatie: Groot bereik én openbaar
Gevolgen explosieve groei massamedia:
- Industrialisatie, urbanisatie, alfabetisering, democratisering
- Komst massamedia: radio, film, tijdschrift, krant
- Maatschappij van grote massa vs. kleine elite
, Ook wel ‘Injectienaald
theorie’/ ‘theorie van de
magische kogel’ genoemd
Theorie 1: One-step-flow-theorie:
- Invloed van Massa media is groot
- Er is sprake van een richtingsverkeer
- Ontvangers zijn ‘weerloze sponsjes’ en zijn passief
- Bedacht door stimulus responsmodel
- Boodschap direct van zender naar ontvanger
- Massa is makkelijk te manipuleren, de elite niet
- Voorbeeld is ‘war of worlds’ (1938)
Kritiek op de One-step-flow-theorie:
- Kritiek op mensbeeld: Verkeerde voorstelling van
publiek Bij het doorgeven van informatie en het
beïnvloeden van meningen bleken gezinsleden, vrienden en collega’s veel
belangrijker dan men dacht.
- Verwaarlozing intermediërende factoren Mensen nemen selectief waar, en
onthouden ook selectief
(Mensen die jouw keuze mee beïnvloeden)
H12
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek: Hiermee kun je de algeme kennis van
de werkelijkheid vergroten. Je stelt hypotheses op die je probeert te bevestigen of
onkrachten.
Praktijkgericht onderzoek (of toegepast onderzoek): Dit doe je om een praktisch
probleem op te lossen.
Metavragen gaan over het verwoorden van je vooronderstellingen en invalshoeken