Hoofdstuk 7 – Verhalen en vragen als focus van vieren
Levensbeschouwelijk leren beperkt zich niet tot aparte lessen. Kinderen
ontwikkelen hun kijk op het leven voortdurend, in alles wat zij meemaken op
school. Het gaat daarbij niet alleen om kennis of meningen, maar vooral om
ervaring, beleving en betekenisgeving. Rituelen en vieringen spelen daarin
een belangrijke rol. Door samen te vieren krijgen kinderen ruimte om hun
levensbeschouwelijke identiteit verder te ontwikkelen.
In dit hoofdstuk staan drie hoofddoelen van ontwikkelingsgericht
levensbeschouwelijk leren centraal:
Doel a: persoonlijke betekenis ontdekken
Doel b: omgaan met (levensbeschouwelijke) verschillen
Doel c: wereldwijsheid ontwikkelen
Deze doelen worden toegepast op het vieren binnen de school.
7.1 Wat is vieren?
Vieren betekent samen stilstaan bij belangrijke momenten in de tijd. Dat
kunnen overgangsmomenten zijn (zoals een verjaardag of afscheid),
veranderingen in de natuur, een herdenkingsdatum of het begin of einde van
een project.
Een viering bestaat uit rituelen en symbolen die uitdrukking geven aan de
betekenis van zo’n moment. Een viering doorbreekt de dagelijkse routine en
geeft structuur aan de tijd. Het is geen apart vak, maar een manier om
leergebieden en leerlingen met elkaar te verbinden.
Vieringen kunnen levensbeschouwelijk van oorsprong zijn, zoals Kerstmis of
het Suikerfeest, maar ook schoolgebonden momenten zoals de opening van
de Kinderboekenweek of de musical van groep 8 vallen hieronder.
7.1.1 Vieren is meer dan aandacht besteden aan een feest
Het verschil tussen “aandacht besteden aan” en “vieren” is belangrijk. Bij
vieren doen leerlingen actief mee. Ze kijken niet alleen toe of luisteren niet
alleen naar uitleg, maar nemen zelf deel aan rituelen en symbolische
handelingen.
Kennis over een feest is niet het hoofddoel. Het gaat erom dat leerlingen zich
kunnen verbinden met verhalen, symbolen, muziek, rituelen en waarden die
bij een viering horen. De ervaring en de betekenis die zij eraan geven staan
centraal.
7.1.2 Vieren en de doelen van levensbeschouwelijk leren
Vieren draagt op twee manieren bij aan levensbeschouwelijk leren:
1. Door samen betekenis te geven aan belangrijke momenten ontwikkelen
leerlingen persoonlijke betekenis (doel a) en leren zij omgaan met
verschillen (doel b).
, 2. Door deelname aan bestaande tradities leren zij belevingsgericht
omgaan met levensbeschouwelijke verschillen (doel b) en ontwikkelen
zij wereldwijsheid (doel c).
Bij iedere viering moet je als leerkracht nadenken over de invalshoek:
Welke levensvragen staan centraal?
Hoe sluit dit aan bij de leefwereld van kinderen?
Een voorbeeld is het Sint-Janfeest op 24 juni (midzomer). Dit feest verwijst
enerzijds naar Johannes de Doper en anderzijds naar voorchristelijke
midzomertradities. Maar belangrijker dan de historische achtergrond is de
vraag die je met kinderen onderzoekt, bijvoorbeeld:
Wat laat jij achter je en wat neem je mee naar een nieuwe fase?
De gekozen invalshoek moet terugkomen in verhalen, liederen, rituelen en
symbolen.
7.2 Doelen van vieren
Vieren op school kan bijdragen aan verschillende doelen van
levensbeschouwelijk leren. Deze doelen zijn:
Structuur ervaren in de tijd
Stilstaan en het alledaagse doorbreken
Levensvragen van kinderen verbinden aan tradities
Leren uitdrukken in symbolen en rituelen
Betekenissen uitwisselen (dialoog)
7.2.1 Ervaren van structuur in de tijd
Vieringen markeren momenten in de tijd, zoals verjaardagen, herdenkingen
of het begin van een nieuw jaar. Door vaste tradities krijgen kinderen houvast
en ervaren zij dat zij een plek hebben in de groep.
Veel vieringen zijn verbonden met het ritme van de seizoenen. Het donker en
licht worden, zaaien en oogsten, lente en winter geven structuur aan het
leven. Door vieringen te koppelen aan dit natuurlijke ritme, leren kinderen
zich verbinden met iets dat groter is dan hun eigen dagelijkse leven.
7.2.2 Stilstaan, beleving en het doorbreken van het alledaagse
In een viering komen binnenwereld en buitenwereld samen. Je drukt niet
alleen met woorden uit wat iets betekent, maar vooral via symbolen en
rituelen.
Een symbool is een beeld dat verwijst naar een diepere betekenis.
Een ritueel is een handeling die meer betekent dan de praktische uitvoering.
Symbolen en rituelen verbinden verleden, heden en toekomst. Ze maken
indruk doordat ze de gewone routine onderbreken. De beleving staat
centraal.
7.2.3 Levensvragen van kinderen als focus
Bij vieren staan niet de tradities zelf centraal, maar de levensvragen van
kinderen. Tradities bieden perspectieven op die vragen.
, Voorbeelden van levensvragen bij vieringen gedurende het schooljaar zijn:
Wat betekent natuur voor mij? (Dierendag, 4 oktober)
Hoe horen de doden nog bij ons? (Allerzielen, 2 november)
Waar vind ik licht in donkere tijden? (Advent en Kerstmis)
Waar hoop ik op in het nieuwe jaar?
Wat betekent vrijheid voor mij? (4 en 5 mei)
Wat laat ik achter en welke nieuwe stap zet ik? (Einde schooljaar)
De verhalen, liederen en rituelen bieden geen vaste antwoorden, maar
nodigen uit tot persoonlijke betekenisgeving.
7.2.4 Vieren als dialoog
Als levensvragen centraal staan, is het belangrijk dat leerlingen ook
betekenis kunnen uitwisselen. Iedereen geeft op zijn eigen manier betekenis
aan symbolen en rituelen.
Die dialoog hoeft niet altijd letterlijk in gesprek plaats te vinden. Uitwisseling
kan ook via tekeningen, teksten of symbolische handelingen. Tijdens of na de
viering moet er ruimte zijn om elkaars uitingen te bekijken en te delen.
Zo leren leerlingen omgaan met verschillen in betekenisgeving (doel b).
7.2.5 Je uitdrukken in symbooltaal en rituele handelingen
De kern van vieren ligt in het werken met symbolen en rituelen. Volgens De
Schepper (2004) moet je symbolen niet uitleggen, maar ermee werken. Ze
krijgen pas waarde wanneer leerlingen er zelf betekenis aan verbinden.
Rituelen zijn geen lege handelingen. Ze worden betekenisvol wanneer ze
verwijzen naar iets dat voor de deelnemers waardevol is. Bijvoorbeeld: een
hand geven bij kennismaking drukt een bepaalde relatie uit.
Symbolen en rituelen vormen de belangrijkste bouwstenen van een viering.
Door zelf deel te nemen ervaren leerlingen hun kracht. Meedoen maakt meer
indruk dan er alleen over horen.
7.3 De inhoud van een viering
Veel scholen vieren feesten op de manier zoals het altijd al ging. De nadruk
ligt vaak op de praktische organisatie, terwijl er minder bewust wordt
nagedacht over de inhoud en de bedoeling van een viering. Dit hoofdstuk
nodigt uit om daar kritisch naar te kijken.
Als leerkracht kun je onderzoeken:
Welke vieringen zijn er op school?
Welke doelen worden hiermee nagestreefd?
Hoe sluiten deze aan bij de visie en identiteit van de school?
Welke vieringen zouden toegevoegd kunnen worden, passend bij de
populatie en omgeving?
Hoe kun je één viering volledig inhoudelijk doordenken en uitwerken?
Het volledig ontwerpen van één viering helpt om bewuster te kijken naar
bestaande tradities en eventueel kleine verbeteringen aan te brengen.
Samen een viering ontwerpen kan bovendien zorgen voor inhoudelijke
samenwerking tussen collega’s.