Week 37
maandag 9 september 2024
21:58
Vragen
Wat is het sociologische perspectief en waarom denk je dat we dat perspectief
gebruiken in de cursus ONS?
'Een algemene denktrant die het sociale gedurig uiteenlegt in sociale relaties en, vooral,
geziene en ongeziene afhankelijkheden van vaak onbekende anderen.' -> omdat veel
ontwikkelingen in de samenleving voortkomen uit reacties van actoren, zowel personen als
overheden of organisaties. Daar komt natuurlijk ook nog afhankelijkheid van bijvoorbeeld de
overheid bij kijken. Daarom is de leer van deze begrippen en theorieën belangrijk, om zo de
ontwikkelingen beter te kunnen begrijpen.
Wright Mills (Laermans 2012) beargumenteerde dat het sociologische perspectief
persoonlijke moeilijkheden in maatschappelijke vraagstukken kan vertalen. Welke
stap moet de socioloog daarvoor nemen?
Het verbinden van individuele ervaringen en persoonlijke problemen met grotere sociale
structuren en historische contexten -> socioloog moet kijken naar hoe persoonlijke
problemen (werkloosheid) vaak resultaat zijn van bredere maatschappelijke processen
(economische omstandigheden)
Wat is het verschil tussen een maatschappelijk vraagstuk en een publiek
vraagstuk?
Een maatschappelijk vraagstuk wordt een publiek vraagstuk wanneer het breed erkend,
besproken en aangepakt wordt in de publieke sfeer -> maatschappelijk vraagstuk misschien
even belangrijk maar niet publiekelijk erkend -> publiek is problematisch
Artikel De maatschappij van de sociologie
1.1 Het sociale en de sociologie
Sociologen -> houden zich bezig met het sociale ->
onderzoeken/beleidsadvies/organisatiedeskundige
Sociologie -> wetenschap van het sociale -> sociology, Anthony Giddens -> ' sociologie is de
studie van het menselijke sociale leven, van menselijke groepen en samenlevingen'
Sociologisch perspectief -> een algemene denktrant die het sociale gedurig uiteenlegt in
sociale relaties en, vooral, geziene en ongeziene afhankelijkheden van vaak onbekende
anderen. -> individuele problemen kunnen zien in een grotere maatschappelijke context
(4 basisvragen: -> focus ligt op eerste 3)
Hoe is een geordend samenleven mogelijk? -> rechtspraak, maar ook zonder
Hoe werkt het samenleven door in individuele levens? -> kinderen bepalen bijv leven
ouders
Hoe zien de basiscontouren van onze samenleving eruit? -> verhouding sociale verleden
en heden
(Hoe komen we tot een algemene, tevens empirisch onderbouwde sociologische kennis?
-> kwantitatief onderzoek -> in cijfers uitdrukbare bevindingen of 'harde data' die
bovendien gelden voor de onderzochte sociale groepering (enquête) -> kwalitatief
onderzoek -> bestudeert sociale fenomenen in de diepte -> participerende
observatie -> onderzoeker dompelt zich onder in sociale wereld waarover hij meer
wil weten -> bezoekt heel seizoen theatervoorstellingen -> daarna diepte-interview
, met andere bezoekers -> nadeel dat bevindingen niet zomaar kunnen worden
veralgemeend)
Materieel object -> in elke wetenschap hetzelfde, het onderwerp
Formeel object -> differentieert sociologie van andere wetenschappen -> HOE kijk je naar de
samenleving/het onderwerp
Sociologische driehoek -> drieledig gebeuren dat pendelt tussen theorievorming, empirisch
onderzoek en (het ondersteunen van) sociale sturing -> hier komt feitelijke
sociologiebeoefening op neer
1.2 Over sociale relaties, bindingen en verbanden
Sociale verhouding kan zowel positief als negatief zijn
Max Weber -> sociale betrekkingen berusten steevast op sociaal handelen van de kant van 2
of meer deelnemers -> sociaal handelen -> handelen van een actor is georiënteerd op het
handelen van een of meer andere actoren -> stelt handelingen -> individuele (individu) en
collectieve (bedrijf bijv) actoren
Bij sociale relatie -> raken de sociale handelingen van 2 of meer actoren met elkaar
verweven -> minimum van wederzijdse georiënteerdheid -> samenhandelen van actoren ->
eigenschappen:
Notie van zelfreferentialiteit -> binnen een proces van samenhandelen refereert
ieder nieuw element aan eenzelfde soort element
Dynamisch, tijdsgebonden proces -> iets wordt gezegd, afwachten wat vervolgens
wordt gezegd
Sociale verhoudingen bezitten tot op zekere hoogte een open, onvoorspelbaar
karakter
Geen wederzijdse oriëntatie zonder een minimum aan bewust of psychische
betrokkenheid van de kant van de individuele deelnemers -> de reflexieve
monitoring van handelen
Afhankelijkheidsverhouding of sociale binding -> actoren hebben elkaar nodig
(student/docent)
Sociaal verband -> samenhangend geheel van sociale bindingen met een zekere
duurzaamheid en voor derden observeerbare grenzen
4 soorten sociale bindingen en verbanden:
Cognitieve binding -> ingebed in cognitief verband -> kennisoverdracht -> schoolklas
Economische binding-> kopen brood bij bakker -> eco. verband -> bakker en zijn
helpers
Politieke binding -> burgers en politici/ambtenaren -> verband -> politieke partij
Affectieve binding -> vrienden en geliefden -> verband -> gezin
Bindingsonderzoek focust op hoe mensen verbonden zijn, terwijl onderzoek naar verbanden
kijkt naar hoe verschillende sociale fenomenen elkaar beïnvloeden.
1.3 Van veralgemeende afhankelijkheid naar wereldsamenleving
Veralgemeende afhankelijkheid -> we zijn van veel gespecialiseerde beroepsbeoefenaren
afhankelijk
Sociaal netwerk -> lange ketting van afhankelijkheden
Verdinglijking of reïficatie -> uitspraak als 'de economie' -> suggereert het bestaan van een
autonoom object dat buiten ons om bestaat en een eigen werkzaamheid bezit -> dus zich als
een actor gedraagt
, De maatschappij of samenleving -> het momentane geheel van alle sociale relaties,
bindingen, verbanden en netwerken -> strikt genomen synoniemen van 'het sociale' ->
verandert elke seconde
Nationale/regionale samenleving -> territoriale en vaak ook politieke grenzen
Globalisering/mondialisering -> verruiming, verdieping en versnelling van wereldwijde
verbondenheid in alle dimensies van het hedendaagse sociale leven -> David Held -> 2 grote
dimensies:
Almaar meer sociale relaties en bindingen tussen geografisch verafgelegen actoren
Ook groeien sociale netwerken en verbanden met transcontinentaal en in tendentie
mondiaal karakter
Wereldmaatschappij -> momentane geheel van transcontinentale, in aanleg mondiale
sociale relaties, bindingen, verbanden en netwerken
Kosmopolitisme -> mondiaal bewustzijn -> bekommernis om mensenrechten bijv
1.4 Sociologische verbeeldingskracht
Relationeel denken -> denken in termen van sociale netwerken
Norbert Elias -> egocentrisch maatschappijbeeld -> samenleving is een reeks van
concentrische cirkels van anderen rondom een ik of ego -> sociale blindheid -> niet
onderkennen van relaties of afhankelijkheden
Sociologische verbeeldingskracht -> het vermogen om zichzelf te observeren als een
knooppunt van en in menigvuldige sociale bindingen, verbanden of netwerken die het eigen
denken en handelen mede vormgeven -> beperktere zin -> het vermogen om persoonlijke
problemen met sociale feiten of veranderingen te verbinden -> bijv spaak lopen huwelijk ->
inburgering van scheiden
Individuele moeilijkheden vloeien vaak voort uit sociale problemen -> ligt niet vaak voor de
hand (privé)
Victim blaming -> slachtoffer krijgt de schuld en is daarom geen slachtoffer meer, maar de
eigenlijke dader of minstens medeverantwoordelijke -> Blaming the victim - William Ryan
1.5 Sociologie en sociaal engagement
Defamiliarisering -> vertrouwde stukjes realiteit worden enigszins onvertrouwd; schijnbaar
bekend terrein blijkt bij nader toezien meerdere onbekende dimensies te herbergen ->
orkest, schrijvers -> 'joint products'
Waarderingsvrijheid -> onderzoek wordt niet beïnvloed door persoonlijke mening socioloog
-> verdeelde meningen over -> kritiek -> 'alleen onderdrukte vrouwen mogen feministisch
standpunt innemen' -> standpunttheorie -> noodzakelijk dat onderzoeker onderscheid maakt
tussen het constateren van empirische feiten en zijn eigen praktische waardebepalingen
1.6 Goede bedoelingen en hun onbedoelde gevolgen
Onbedoelde gevolgen -> uitkomsten die anders uitvallen dan werd bedoeld door de
handelende actor
Perverse effecten -> exact het tegenovergestelde van wat werd beoogd gebeurt ->
overheidsbeleid (ontwikkelingshulp) maar ook bedrijven (nieuw systeem prestatiemeting) ->
paradox van de sociologische verbeeldingskracht -> 'men kan leren afhankelijkheden en hun
effecten te doorgronden, maar men verkrijgt tegelijkertijd een verhoogd bewustzijn van de
weerbarstigheid van het sociale, wat de eventuele sociale veranderingszin tempert'
maandag 9 september 2024
21:58
Vragen
Wat is het sociologische perspectief en waarom denk je dat we dat perspectief
gebruiken in de cursus ONS?
'Een algemene denktrant die het sociale gedurig uiteenlegt in sociale relaties en, vooral,
geziene en ongeziene afhankelijkheden van vaak onbekende anderen.' -> omdat veel
ontwikkelingen in de samenleving voortkomen uit reacties van actoren, zowel personen als
overheden of organisaties. Daar komt natuurlijk ook nog afhankelijkheid van bijvoorbeeld de
overheid bij kijken. Daarom is de leer van deze begrippen en theorieën belangrijk, om zo de
ontwikkelingen beter te kunnen begrijpen.
Wright Mills (Laermans 2012) beargumenteerde dat het sociologische perspectief
persoonlijke moeilijkheden in maatschappelijke vraagstukken kan vertalen. Welke
stap moet de socioloog daarvoor nemen?
Het verbinden van individuele ervaringen en persoonlijke problemen met grotere sociale
structuren en historische contexten -> socioloog moet kijken naar hoe persoonlijke
problemen (werkloosheid) vaak resultaat zijn van bredere maatschappelijke processen
(economische omstandigheden)
Wat is het verschil tussen een maatschappelijk vraagstuk en een publiek
vraagstuk?
Een maatschappelijk vraagstuk wordt een publiek vraagstuk wanneer het breed erkend,
besproken en aangepakt wordt in de publieke sfeer -> maatschappelijk vraagstuk misschien
even belangrijk maar niet publiekelijk erkend -> publiek is problematisch
Artikel De maatschappij van de sociologie
1.1 Het sociale en de sociologie
Sociologen -> houden zich bezig met het sociale ->
onderzoeken/beleidsadvies/organisatiedeskundige
Sociologie -> wetenschap van het sociale -> sociology, Anthony Giddens -> ' sociologie is de
studie van het menselijke sociale leven, van menselijke groepen en samenlevingen'
Sociologisch perspectief -> een algemene denktrant die het sociale gedurig uiteenlegt in
sociale relaties en, vooral, geziene en ongeziene afhankelijkheden van vaak onbekende
anderen. -> individuele problemen kunnen zien in een grotere maatschappelijke context
(4 basisvragen: -> focus ligt op eerste 3)
Hoe is een geordend samenleven mogelijk? -> rechtspraak, maar ook zonder
Hoe werkt het samenleven door in individuele levens? -> kinderen bepalen bijv leven
ouders
Hoe zien de basiscontouren van onze samenleving eruit? -> verhouding sociale verleden
en heden
(Hoe komen we tot een algemene, tevens empirisch onderbouwde sociologische kennis?
-> kwantitatief onderzoek -> in cijfers uitdrukbare bevindingen of 'harde data' die
bovendien gelden voor de onderzochte sociale groepering (enquête) -> kwalitatief
onderzoek -> bestudeert sociale fenomenen in de diepte -> participerende
observatie -> onderzoeker dompelt zich onder in sociale wereld waarover hij meer
wil weten -> bezoekt heel seizoen theatervoorstellingen -> daarna diepte-interview
, met andere bezoekers -> nadeel dat bevindingen niet zomaar kunnen worden
veralgemeend)
Materieel object -> in elke wetenschap hetzelfde, het onderwerp
Formeel object -> differentieert sociologie van andere wetenschappen -> HOE kijk je naar de
samenleving/het onderwerp
Sociologische driehoek -> drieledig gebeuren dat pendelt tussen theorievorming, empirisch
onderzoek en (het ondersteunen van) sociale sturing -> hier komt feitelijke
sociologiebeoefening op neer
1.2 Over sociale relaties, bindingen en verbanden
Sociale verhouding kan zowel positief als negatief zijn
Max Weber -> sociale betrekkingen berusten steevast op sociaal handelen van de kant van 2
of meer deelnemers -> sociaal handelen -> handelen van een actor is georiënteerd op het
handelen van een of meer andere actoren -> stelt handelingen -> individuele (individu) en
collectieve (bedrijf bijv) actoren
Bij sociale relatie -> raken de sociale handelingen van 2 of meer actoren met elkaar
verweven -> minimum van wederzijdse georiënteerdheid -> samenhandelen van actoren ->
eigenschappen:
Notie van zelfreferentialiteit -> binnen een proces van samenhandelen refereert
ieder nieuw element aan eenzelfde soort element
Dynamisch, tijdsgebonden proces -> iets wordt gezegd, afwachten wat vervolgens
wordt gezegd
Sociale verhoudingen bezitten tot op zekere hoogte een open, onvoorspelbaar
karakter
Geen wederzijdse oriëntatie zonder een minimum aan bewust of psychische
betrokkenheid van de kant van de individuele deelnemers -> de reflexieve
monitoring van handelen
Afhankelijkheidsverhouding of sociale binding -> actoren hebben elkaar nodig
(student/docent)
Sociaal verband -> samenhangend geheel van sociale bindingen met een zekere
duurzaamheid en voor derden observeerbare grenzen
4 soorten sociale bindingen en verbanden:
Cognitieve binding -> ingebed in cognitief verband -> kennisoverdracht -> schoolklas
Economische binding-> kopen brood bij bakker -> eco. verband -> bakker en zijn
helpers
Politieke binding -> burgers en politici/ambtenaren -> verband -> politieke partij
Affectieve binding -> vrienden en geliefden -> verband -> gezin
Bindingsonderzoek focust op hoe mensen verbonden zijn, terwijl onderzoek naar verbanden
kijkt naar hoe verschillende sociale fenomenen elkaar beïnvloeden.
1.3 Van veralgemeende afhankelijkheid naar wereldsamenleving
Veralgemeende afhankelijkheid -> we zijn van veel gespecialiseerde beroepsbeoefenaren
afhankelijk
Sociaal netwerk -> lange ketting van afhankelijkheden
Verdinglijking of reïficatie -> uitspraak als 'de economie' -> suggereert het bestaan van een
autonoom object dat buiten ons om bestaat en een eigen werkzaamheid bezit -> dus zich als
een actor gedraagt
, De maatschappij of samenleving -> het momentane geheel van alle sociale relaties,
bindingen, verbanden en netwerken -> strikt genomen synoniemen van 'het sociale' ->
verandert elke seconde
Nationale/regionale samenleving -> territoriale en vaak ook politieke grenzen
Globalisering/mondialisering -> verruiming, verdieping en versnelling van wereldwijde
verbondenheid in alle dimensies van het hedendaagse sociale leven -> David Held -> 2 grote
dimensies:
Almaar meer sociale relaties en bindingen tussen geografisch verafgelegen actoren
Ook groeien sociale netwerken en verbanden met transcontinentaal en in tendentie
mondiaal karakter
Wereldmaatschappij -> momentane geheel van transcontinentale, in aanleg mondiale
sociale relaties, bindingen, verbanden en netwerken
Kosmopolitisme -> mondiaal bewustzijn -> bekommernis om mensenrechten bijv
1.4 Sociologische verbeeldingskracht
Relationeel denken -> denken in termen van sociale netwerken
Norbert Elias -> egocentrisch maatschappijbeeld -> samenleving is een reeks van
concentrische cirkels van anderen rondom een ik of ego -> sociale blindheid -> niet
onderkennen van relaties of afhankelijkheden
Sociologische verbeeldingskracht -> het vermogen om zichzelf te observeren als een
knooppunt van en in menigvuldige sociale bindingen, verbanden of netwerken die het eigen
denken en handelen mede vormgeven -> beperktere zin -> het vermogen om persoonlijke
problemen met sociale feiten of veranderingen te verbinden -> bijv spaak lopen huwelijk ->
inburgering van scheiden
Individuele moeilijkheden vloeien vaak voort uit sociale problemen -> ligt niet vaak voor de
hand (privé)
Victim blaming -> slachtoffer krijgt de schuld en is daarom geen slachtoffer meer, maar de
eigenlijke dader of minstens medeverantwoordelijke -> Blaming the victim - William Ryan
1.5 Sociologie en sociaal engagement
Defamiliarisering -> vertrouwde stukjes realiteit worden enigszins onvertrouwd; schijnbaar
bekend terrein blijkt bij nader toezien meerdere onbekende dimensies te herbergen ->
orkest, schrijvers -> 'joint products'
Waarderingsvrijheid -> onderzoek wordt niet beïnvloed door persoonlijke mening socioloog
-> verdeelde meningen over -> kritiek -> 'alleen onderdrukte vrouwen mogen feministisch
standpunt innemen' -> standpunttheorie -> noodzakelijk dat onderzoeker onderscheid maakt
tussen het constateren van empirische feiten en zijn eigen praktische waardebepalingen
1.6 Goede bedoelingen en hun onbedoelde gevolgen
Onbedoelde gevolgen -> uitkomsten die anders uitvallen dan werd bedoeld door de
handelende actor
Perverse effecten -> exact het tegenovergestelde van wat werd beoogd gebeurt ->
overheidsbeleid (ontwikkelingshulp) maar ook bedrijven (nieuw systeem prestatiemeting) ->
paradox van de sociologische verbeeldingskracht -> 'men kan leren afhankelijkheden en hun
effecten te doorgronden, maar men verkrijgt tegelijkertijd een verhoogd bewustzijn van de
weerbarstigheid van het sociale, wat de eventuele sociale veranderingszin tempert'