Week 7
dinsdag 11 februari 2025
15:38
Leesvragen week 7 - Introductie: MW en opbrengsten in publieke en private contexten
Rainey, H. (2015). What makes public organizations distinctive. In: Rainey, H. (2015). Understanding
and managing public organizations, 55-78. John Wiley and Sons.
1. In de paragraaf ‘the blurring of the sectors’ noemt Rainey diverse argumenten om zijn claim
te ondersteunen dat een duidelijke publiek-private scheiding moeilijk (of zelfs onmogelijk) is
om te maken. Vat dit betoog samen.
Gemixte vormen:
Hybride organisatie -> publieke instelling die ook op de markt actief is -> bijv NS
Non profit organisaties worden steeds commerciëler gemaakt
Veel dezelfde functies in publieke en private organisaties
New public management -> sectoren lijken op elkaar, dus zelfde technieken gebruiken in
beiden -> ziekenhuis -> publiek of privaat verschillen de functies niet heel veel
Complexe interrelaties -> overheid is voor veel dingen afhankelijk van private organisaties ->
grens vervaagt -> afval ophalen/vaccinatiebedrijven
Sociale rol en context -> overheid heeft grote invloed op private partijen door middel van
wetten en reguleringen -> bedrijven worden onderdeel van overheid door die sturing, zijn er
voor publieke belang
2. Rainey beargumenteert dat de overheid bepaalde problemen zou moeten oplossen die de
markt niet zou kunnen oplossen. Op welke problemen doelt Rainey? En waarom denk je dat
publieke organisaties in staat zijn om deze problemen op te kunnen lossen?
Public goods en free riders -> windmolens en dijken -> als ze er eenmaal zijn profiteert
iedereen ervan -> je kan het niemand onthouden -> niemand financiert dit alleen -> iedereen
betaalt via belasting de overheid hiervoor -> een private partij kan dit nooit goed regelen
Individual incompetence -> mensen hebben niet genoeg informatie of educatie om wijze
individuele keuzes te maken op bepaalde vlakken, zoals het bepalen of medicijnen nodig zijn
-> overheid kan deze keuzes maken voor het volk door kennis te bundelen en onderzoek te
doen
Externalities or spillovers (negatieve externe effecten) -> sommige kosten kunnen terecht
komen bij partijen die er niets mee te maken hebben -> zoals luchtvervuiling wat de hele
wereld beïnvloedt of geluidsoverlast -> overheid kan hier reguleringen en wetten voor
maken -> zodat voor iedereen dezelfde regels gelden -> de overheid herstelt problemen die
markten zelf creëren of die ze onmogelijk kunnen aanspreken -> zoals monopolies
3. Leg uit wat het verschil is tussen publieke waarde (public value: enkelvoud) en publieke
waardes (public values: meervoud)?
Publieke waarde -> verwijst naar het algemene welzijn en de voordelen die worden gecreëerd
voor de samenleving als geheel door publieke acties of beleidinricht
Publieke waardes -> verwijst naar de diverse normen, principes en ethische overwegingen die
worden toegepast bij het bepalen van wat als waardevol wordt beschouwd in het publieke
domein
4. Rainey beargumenteert dat de publiek-private scheiding geen dichotomie is. Hij bespreekt
het werk van verschillende wetenschappers die geprobeerd hebben om publieke en private
organisaties te categoriseren. Hij bespreekt bijvoorbeeld het concept van ‘publicness’ dat
door Bozeman is ontwikkeld. Leg dit uit en ook de kritiek van Rainey op het concept.
, Bozeman's concept van 'publicness' -> probeert publieke organisaties te definiëren op basis
van kenmerken zoals openbaarheid, verantwoordingsplicht en collectieve besluitvorming ->
Rainey bekritiseert dit concept omdat het te algemeen is en geen rekening houdt met de
diversiteit en complexiteit van organisaties in zowel de publieke als de private sector -> hij
betoogt dat organisaties een mix van publieke en private kenmerken kunnen hebben,
waardoor een strikte scheiding tussen de sectoren problematisch is
Kaplan, R. S. (1992). The balanced scorecard measures that drive performance. Harvard business
review.
1. Leg uit wat de Balanced Scorecard (BSC) is a.d.h.v. het figuur op pag. 72 en leg uit wat het
nutis van het instrument.
Balanced Scorecard -> strategisch prestatiemeetsysteem dat helpt bij het vertalen van de visie
van een organisatie naar concrete doelen en meetbare prestaties -> het nut van de BSC is dat
het niet alleen financiële indicatoren gebruikt, maar ook andere belangrijke factoren zoals
klanttevredenheid, interne processen en innovatie
Financieel perspectief -> kijkt naar de financiële prestaties en gezondheid van de organisatie
-> bijv kostenbeheersing, winstgevendheid en efficiënt gebruik van middelen
Klantperspectief -> meet hoe de organisatie wordt ervaren door klanten -> tevreden klanten
dragen bij aan de reputatie en het succes van een organisatie
Interne processen -> richt zich op de effectiviteit en efficiëntie van interne processen -> hoe
goed werkt de organisatie intern? -> kan gaan over kwaliteit van diensten,
levertijd/wachttijd, werknemers etc.
Innovatie en groei (leer- en groeiperspectief) -> richt zich op toekomstige groei en innovatie
-> het draait om het opleiden van personeel, investeren in nieuwe technologieën en het
verbeteren van kennis en vaardigheden
2. Probeer zelf voor elk van de 4 BSC-perspectieven een prestatiedoel voor een ziekenhuis in
Nederland (bijvoorbeeld het UMC Utrecht) te bedenken en bedenk vervolgens hoe je dat
doel zou kunnen meten (bedenk dus een key performance indicator).
Financieel perspectief -> kostenbeheersing en efficiëntie
o KPI -> kosten per patiënt
Klantperspectief -> patiënttevredenheid verbeteren
o KPI -> gemiddelde patiënttevredenheid score -> bijv via enquêtes
Interne processen -> wachtlijsten verkorten
o KPI -> Gemiddelde wachttijd per specialisme/afdeling
Innovatie en groei -> investeren in medisch onderzoek
o KPI -> aantal gepubliceerde wetenschappelijke artikelen of ontvangen onderzoek
subsidies
3. Op welke manier komen publieke waarde(s) terug in de Balanced Scorecard (BSC)? (hint: dit
staat niet letterlijk in de tekst, de koppeling dien je dus zelf te maken)
De BSC kan publieke waarden zoals toegankelijkheid, kwaliteit van zorg en duurzaamheid
helpen bewaken, bijv door:
Klantperspectief -> focus op patiëntgerichtheid en zorgkwaliteit
Financieel perspectief -> efficiënt gebruik van publieke middelen
Interne processen -> transparantie en effectiviteit van behandelingen
Innovatie en groei -> investeren in nieuwe technologieën voor betere zorg
Week 8
dinsdag 11 februari 2025
15:38
Leesvragen week 7 - Introductie: MW en opbrengsten in publieke en private contexten
Rainey, H. (2015). What makes public organizations distinctive. In: Rainey, H. (2015). Understanding
and managing public organizations, 55-78. John Wiley and Sons.
1. In de paragraaf ‘the blurring of the sectors’ noemt Rainey diverse argumenten om zijn claim
te ondersteunen dat een duidelijke publiek-private scheiding moeilijk (of zelfs onmogelijk) is
om te maken. Vat dit betoog samen.
Gemixte vormen:
Hybride organisatie -> publieke instelling die ook op de markt actief is -> bijv NS
Non profit organisaties worden steeds commerciëler gemaakt
Veel dezelfde functies in publieke en private organisaties
New public management -> sectoren lijken op elkaar, dus zelfde technieken gebruiken in
beiden -> ziekenhuis -> publiek of privaat verschillen de functies niet heel veel
Complexe interrelaties -> overheid is voor veel dingen afhankelijk van private organisaties ->
grens vervaagt -> afval ophalen/vaccinatiebedrijven
Sociale rol en context -> overheid heeft grote invloed op private partijen door middel van
wetten en reguleringen -> bedrijven worden onderdeel van overheid door die sturing, zijn er
voor publieke belang
2. Rainey beargumenteert dat de overheid bepaalde problemen zou moeten oplossen die de
markt niet zou kunnen oplossen. Op welke problemen doelt Rainey? En waarom denk je dat
publieke organisaties in staat zijn om deze problemen op te kunnen lossen?
Public goods en free riders -> windmolens en dijken -> als ze er eenmaal zijn profiteert
iedereen ervan -> je kan het niemand onthouden -> niemand financiert dit alleen -> iedereen
betaalt via belasting de overheid hiervoor -> een private partij kan dit nooit goed regelen
Individual incompetence -> mensen hebben niet genoeg informatie of educatie om wijze
individuele keuzes te maken op bepaalde vlakken, zoals het bepalen of medicijnen nodig zijn
-> overheid kan deze keuzes maken voor het volk door kennis te bundelen en onderzoek te
doen
Externalities or spillovers (negatieve externe effecten) -> sommige kosten kunnen terecht
komen bij partijen die er niets mee te maken hebben -> zoals luchtvervuiling wat de hele
wereld beïnvloedt of geluidsoverlast -> overheid kan hier reguleringen en wetten voor
maken -> zodat voor iedereen dezelfde regels gelden -> de overheid herstelt problemen die
markten zelf creëren of die ze onmogelijk kunnen aanspreken -> zoals monopolies
3. Leg uit wat het verschil is tussen publieke waarde (public value: enkelvoud) en publieke
waardes (public values: meervoud)?
Publieke waarde -> verwijst naar het algemene welzijn en de voordelen die worden gecreëerd
voor de samenleving als geheel door publieke acties of beleidinricht
Publieke waardes -> verwijst naar de diverse normen, principes en ethische overwegingen die
worden toegepast bij het bepalen van wat als waardevol wordt beschouwd in het publieke
domein
4. Rainey beargumenteert dat de publiek-private scheiding geen dichotomie is. Hij bespreekt
het werk van verschillende wetenschappers die geprobeerd hebben om publieke en private
organisaties te categoriseren. Hij bespreekt bijvoorbeeld het concept van ‘publicness’ dat
door Bozeman is ontwikkeld. Leg dit uit en ook de kritiek van Rainey op het concept.
, Bozeman's concept van 'publicness' -> probeert publieke organisaties te definiëren op basis
van kenmerken zoals openbaarheid, verantwoordingsplicht en collectieve besluitvorming ->
Rainey bekritiseert dit concept omdat het te algemeen is en geen rekening houdt met de
diversiteit en complexiteit van organisaties in zowel de publieke als de private sector -> hij
betoogt dat organisaties een mix van publieke en private kenmerken kunnen hebben,
waardoor een strikte scheiding tussen de sectoren problematisch is
Kaplan, R. S. (1992). The balanced scorecard measures that drive performance. Harvard business
review.
1. Leg uit wat de Balanced Scorecard (BSC) is a.d.h.v. het figuur op pag. 72 en leg uit wat het
nutis van het instrument.
Balanced Scorecard -> strategisch prestatiemeetsysteem dat helpt bij het vertalen van de visie
van een organisatie naar concrete doelen en meetbare prestaties -> het nut van de BSC is dat
het niet alleen financiële indicatoren gebruikt, maar ook andere belangrijke factoren zoals
klanttevredenheid, interne processen en innovatie
Financieel perspectief -> kijkt naar de financiële prestaties en gezondheid van de organisatie
-> bijv kostenbeheersing, winstgevendheid en efficiënt gebruik van middelen
Klantperspectief -> meet hoe de organisatie wordt ervaren door klanten -> tevreden klanten
dragen bij aan de reputatie en het succes van een organisatie
Interne processen -> richt zich op de effectiviteit en efficiëntie van interne processen -> hoe
goed werkt de organisatie intern? -> kan gaan over kwaliteit van diensten,
levertijd/wachttijd, werknemers etc.
Innovatie en groei (leer- en groeiperspectief) -> richt zich op toekomstige groei en innovatie
-> het draait om het opleiden van personeel, investeren in nieuwe technologieën en het
verbeteren van kennis en vaardigheden
2. Probeer zelf voor elk van de 4 BSC-perspectieven een prestatiedoel voor een ziekenhuis in
Nederland (bijvoorbeeld het UMC Utrecht) te bedenken en bedenk vervolgens hoe je dat
doel zou kunnen meten (bedenk dus een key performance indicator).
Financieel perspectief -> kostenbeheersing en efficiëntie
o KPI -> kosten per patiënt
Klantperspectief -> patiënttevredenheid verbeteren
o KPI -> gemiddelde patiënttevredenheid score -> bijv via enquêtes
Interne processen -> wachtlijsten verkorten
o KPI -> Gemiddelde wachttijd per specialisme/afdeling
Innovatie en groei -> investeren in medisch onderzoek
o KPI -> aantal gepubliceerde wetenschappelijke artikelen of ontvangen onderzoek
subsidies
3. Op welke manier komen publieke waarde(s) terug in de Balanced Scorecard (BSC)? (hint: dit
staat niet letterlijk in de tekst, de koppeling dien je dus zelf te maken)
De BSC kan publieke waarden zoals toegankelijkheid, kwaliteit van zorg en duurzaamheid
helpen bewaken, bijv door:
Klantperspectief -> focus op patiëntgerichtheid en zorgkwaliteit
Financieel perspectief -> efficiënt gebruik van publieke middelen
Interne processen -> transparantie en effectiviteit van behandelingen
Innovatie en groei -> investeren in nieuwe technologieën voor betere zorg
Week 8