Week 1 - 3 ankerpunten
dinsdag 2 september 2025
21:09
Artikel Vermeulen
Context en kern
Vermeulen bouwt voort op de institutionele theorie -> die stelt dat organisaties niet alleen door
efficiëntie of winst worden gestuurd -> ook door regels, normen, waarden en vanzelfsprekendheden
in hun omgeving
Verandering is vaak moeilijk omdat instituties diep verankerd zijn en niet vanzelf ter discussie
worden gesteld -> "zo doen we dat hier altijd"
Organisaties moeten legitimiteit verkrijgen van hun omgeving om te overleven -> dat betekent ->
voldoen aan verwachtingen van stakeholders, zelfs als die verwachtingen tegenstrijdig zijn
Belangrijke concepten
Organisaties worden sterk beïnvloed door instituties die veranderingen moeilijker maken
Instituties -> regels, normen en waarden die gedrag van organisaties en mensen sturen
3 dimensies van instituties:
Regulatieve dimensie -> de formele/dwingende kant -> wetten, regels, sancties
Normatieve dimensie -> de morele/maatschappelijke kant -> normen en waarden binnen een
organisatie
Cognitieve dimensie -> de vanzelfsprekendheid/mentale kaders -> wat we normaal vinden
zonder erbij na te denken
Institutionele logica's -> laten zien dat elke institutie zijn eigen logica en belangen heeft -> 4
hoofdlogica's:
Marktlogica
Staatslogica
Gemeenschapslogica
Professionele logica -> expertise, normen en waarden binnen een vakgebied -> gedrag wordt
gestuurd door professionele standaarden/kennis ipv winst of regels
Institutionele complexiteit -> toenemende verschillen in verwachtingen in de omgeving van
organisaties, wat kan leiden tot tegenstrijdigheden en spanningen tussen de normen en praktijken
waartoe organisaties zich moeten verhouden -> voorbeeld -> duurzaamheidseisen
(overheid/maatschappij) kunnen botsen met efficiëntie-eisen (markt)
Strategieën van organisaties als reactie op institutionele complexiteit:
Negeren -> focussen op 1 logica
Structureren -> verschillende organisatieonderdelen koppelen aan verschillende logica's
Onderhandelen -> actief in gesprek gaan met stakeholders om een middenweg te vinden
Integratie -> algemene legitimiteit creëren -> nieuwe, overkoepelende identiteit
Oefenvraag
a. Marktlogica, omdat het gaat over commerciële sponsorbijdragen aan een cultureel centrum
en zij willen in eerste instantie dat het centrum winst gaat maken door groot publiek te
trekken. Verder ook de staatslogica, omdat het gaat om gemeentelijke subsidies gericht op
educatie voor kwetsbare jongeren. Maar ook de gemeenschapslogica, omdat het culturele
centrum volgens de gemeente zich zou richten op educatieve programma's voor kwetsbare
jongeren.
b. Institutionele complexiteit tussen markt- en staatslogica. Je ziet in de casus dat de twee
partijen tegenstrijdige eisen/doelen hebben. Zo wil de marktlogica vooral dat er winst
gemaakt wordt, en staatslogica wil dat kwetsbare jongeren erop vooruitgaan.
, c. Ten eerste structureren, zo kunnen ze de organisatie opdelen in verschillende onderdelen. In
dit geval 1 tak die zich richt op educatie van kwetsbare jongeren, dus een meer sociale tak.
En een andere tak die zich richt op winst maken, dus een commerciële tak. Ten tweede
onderhandelen. De organisatie kan in gesprek gaan met de twee partijen en kijken of er een
middenweg mogelijk is. Bijvoorbeeld door stageplekken te verlenen aan die kwetsbare
jongeren bij het culturele centrum waar ze helpen bij het organiseren van grote
evenementen.
Artikel Avelino & Wittmayer
Context en kern
Het artikel gaat over duurzaamheidstransities (bijv in energie, voedsel, zorg) -> transities zijn niet
alleen technologische of beleidsmatige veranderingen, maar ook verschuivingen in
machtsverhoudingen -> vraag -> hoe verschuift macht tussen verschillende actoren (overheid,
bedrijven, burgers) in transities?
Belangrijke concepten
Multi-actor perspectief -> kijkt naar transities als processen waarin veel verschillende actoren
(individuen, organisaties en civil society) elkaar beïnvloeden en macht uitoefenen -> door dit
perspectief kan er goed worden gekeken naar de (machts)positie van een actor -> 3/4 sectoren ->
markt, staat, gemeenschap, (third way sector)
3 niveaus van actoren -> de schaal waarop actoren zich bevinden:
Sectoren -> bijv samenwerking tussen 3 sectoren van hierboven
Organisaties -> bijv energiebedrijf investeert in zonneparken
Individuen -> de mensen zelf -> bijv buurtbewoners die duurzaam initiatief opzet
Onderscheid tussen verschillende machtsverhoudingen:
Verticale machtsverhouding -> gaat vooral in op de formele machten en het feit dat bijv een
grote organisatie als Shell meer macht heeft dan een kleinere organisatie zoals lokale
kaasboer
Horizontale machtsverhouding -> tussen actoren op hetzelfde niveau -> hierin
onderscheiden ze 4 typen macht:
Power over -> macht uitoefenen over anderen -> controle, dominantie
Power to -> vermogen om iets te doen of veranderen -> capaciteit, middelen
Power with -> macht die ontstaat door samenwerking -> coalities, netwerken
Power within -> innerlijke kracht of bewustzijn -> identiteit, zelfvertrouwen
Empowerment -> er wordt aangespoord tot actie -> ook hier is multi-actor perspectief belangrijk om
te kijken hoe en wie je aanspreekt, om zo te zorgen dat je je doel bereikt met het empoweren
Oefenvraag
a. In deze casus is er sprake van meerdere actoren, namelijk een lokale burgercoöperatie en
een grote energiemaatschappij, en zij hebben verschillende belangen. De coöperatie wil
meer macht. De macht ligt nu voornamelijk bij de grote energiemaatschappij. Het betreft ook
meerdere niveaus van actoren, namelijk organisaties en individuen.
b. Power to: gaat om het vermogen om iets te doen of te veranderen. Het grote bedrijf heeft
dit vooral over geld en kennis waarmee zij vergunningen kunnen aanvragen om windmolens
te kunnen plaatsen. Bij de coöperatie kan dit door bijv een petitie te gebruiken om tegen
deze plannen in te werken. Power over: macht uitoefenen over anderen. Dit ligt eigenlijk
vooral bij de maatschappij, die de burgers domineert via vooral kapitaal. Zij hebben macht
over de burgers doordat zij de mogelijkheid en middelen hebben om windmolens te bouwen
op gebieden waar burgers wonen. Power with: dit zou kunnen ontstaan als de beide partijen
zouden samenwerken om een middenweg te vinden.
c. Organisatie. En hier dan vooral tussen de grote energiemaatschappij en de burgercoöperatie.
De markt wil gewoon zoveel mogelijk windmolens plaatsen omdat zij hier geld door
dinsdag 2 september 2025
21:09
Artikel Vermeulen
Context en kern
Vermeulen bouwt voort op de institutionele theorie -> die stelt dat organisaties niet alleen door
efficiëntie of winst worden gestuurd -> ook door regels, normen, waarden en vanzelfsprekendheden
in hun omgeving
Verandering is vaak moeilijk omdat instituties diep verankerd zijn en niet vanzelf ter discussie
worden gesteld -> "zo doen we dat hier altijd"
Organisaties moeten legitimiteit verkrijgen van hun omgeving om te overleven -> dat betekent ->
voldoen aan verwachtingen van stakeholders, zelfs als die verwachtingen tegenstrijdig zijn
Belangrijke concepten
Organisaties worden sterk beïnvloed door instituties die veranderingen moeilijker maken
Instituties -> regels, normen en waarden die gedrag van organisaties en mensen sturen
3 dimensies van instituties:
Regulatieve dimensie -> de formele/dwingende kant -> wetten, regels, sancties
Normatieve dimensie -> de morele/maatschappelijke kant -> normen en waarden binnen een
organisatie
Cognitieve dimensie -> de vanzelfsprekendheid/mentale kaders -> wat we normaal vinden
zonder erbij na te denken
Institutionele logica's -> laten zien dat elke institutie zijn eigen logica en belangen heeft -> 4
hoofdlogica's:
Marktlogica
Staatslogica
Gemeenschapslogica
Professionele logica -> expertise, normen en waarden binnen een vakgebied -> gedrag wordt
gestuurd door professionele standaarden/kennis ipv winst of regels
Institutionele complexiteit -> toenemende verschillen in verwachtingen in de omgeving van
organisaties, wat kan leiden tot tegenstrijdigheden en spanningen tussen de normen en praktijken
waartoe organisaties zich moeten verhouden -> voorbeeld -> duurzaamheidseisen
(overheid/maatschappij) kunnen botsen met efficiëntie-eisen (markt)
Strategieën van organisaties als reactie op institutionele complexiteit:
Negeren -> focussen op 1 logica
Structureren -> verschillende organisatieonderdelen koppelen aan verschillende logica's
Onderhandelen -> actief in gesprek gaan met stakeholders om een middenweg te vinden
Integratie -> algemene legitimiteit creëren -> nieuwe, overkoepelende identiteit
Oefenvraag
a. Marktlogica, omdat het gaat over commerciële sponsorbijdragen aan een cultureel centrum
en zij willen in eerste instantie dat het centrum winst gaat maken door groot publiek te
trekken. Verder ook de staatslogica, omdat het gaat om gemeentelijke subsidies gericht op
educatie voor kwetsbare jongeren. Maar ook de gemeenschapslogica, omdat het culturele
centrum volgens de gemeente zich zou richten op educatieve programma's voor kwetsbare
jongeren.
b. Institutionele complexiteit tussen markt- en staatslogica. Je ziet in de casus dat de twee
partijen tegenstrijdige eisen/doelen hebben. Zo wil de marktlogica vooral dat er winst
gemaakt wordt, en staatslogica wil dat kwetsbare jongeren erop vooruitgaan.
, c. Ten eerste structureren, zo kunnen ze de organisatie opdelen in verschillende onderdelen. In
dit geval 1 tak die zich richt op educatie van kwetsbare jongeren, dus een meer sociale tak.
En een andere tak die zich richt op winst maken, dus een commerciële tak. Ten tweede
onderhandelen. De organisatie kan in gesprek gaan met de twee partijen en kijken of er een
middenweg mogelijk is. Bijvoorbeeld door stageplekken te verlenen aan die kwetsbare
jongeren bij het culturele centrum waar ze helpen bij het organiseren van grote
evenementen.
Artikel Avelino & Wittmayer
Context en kern
Het artikel gaat over duurzaamheidstransities (bijv in energie, voedsel, zorg) -> transities zijn niet
alleen technologische of beleidsmatige veranderingen, maar ook verschuivingen in
machtsverhoudingen -> vraag -> hoe verschuift macht tussen verschillende actoren (overheid,
bedrijven, burgers) in transities?
Belangrijke concepten
Multi-actor perspectief -> kijkt naar transities als processen waarin veel verschillende actoren
(individuen, organisaties en civil society) elkaar beïnvloeden en macht uitoefenen -> door dit
perspectief kan er goed worden gekeken naar de (machts)positie van een actor -> 3/4 sectoren ->
markt, staat, gemeenschap, (third way sector)
3 niveaus van actoren -> de schaal waarop actoren zich bevinden:
Sectoren -> bijv samenwerking tussen 3 sectoren van hierboven
Organisaties -> bijv energiebedrijf investeert in zonneparken
Individuen -> de mensen zelf -> bijv buurtbewoners die duurzaam initiatief opzet
Onderscheid tussen verschillende machtsverhoudingen:
Verticale machtsverhouding -> gaat vooral in op de formele machten en het feit dat bijv een
grote organisatie als Shell meer macht heeft dan een kleinere organisatie zoals lokale
kaasboer
Horizontale machtsverhouding -> tussen actoren op hetzelfde niveau -> hierin
onderscheiden ze 4 typen macht:
Power over -> macht uitoefenen over anderen -> controle, dominantie
Power to -> vermogen om iets te doen of veranderen -> capaciteit, middelen
Power with -> macht die ontstaat door samenwerking -> coalities, netwerken
Power within -> innerlijke kracht of bewustzijn -> identiteit, zelfvertrouwen
Empowerment -> er wordt aangespoord tot actie -> ook hier is multi-actor perspectief belangrijk om
te kijken hoe en wie je aanspreekt, om zo te zorgen dat je je doel bereikt met het empoweren
Oefenvraag
a. In deze casus is er sprake van meerdere actoren, namelijk een lokale burgercoöperatie en
een grote energiemaatschappij, en zij hebben verschillende belangen. De coöperatie wil
meer macht. De macht ligt nu voornamelijk bij de grote energiemaatschappij. Het betreft ook
meerdere niveaus van actoren, namelijk organisaties en individuen.
b. Power to: gaat om het vermogen om iets te doen of te veranderen. Het grote bedrijf heeft
dit vooral over geld en kennis waarmee zij vergunningen kunnen aanvragen om windmolens
te kunnen plaatsen. Bij de coöperatie kan dit door bijv een petitie te gebruiken om tegen
deze plannen in te werken. Power over: macht uitoefenen over anderen. Dit ligt eigenlijk
vooral bij de maatschappij, die de burgers domineert via vooral kapitaal. Zij hebben macht
over de burgers doordat zij de mogelijkheid en middelen hebben om windmolens te bouwen
op gebieden waar burgers wonen. Power with: dit zou kunnen ontstaan als de beide partijen
zouden samenwerken om een middenweg te vinden.
c. Organisatie. En hier dan vooral tussen de grote energiemaatschappij en de burgercoöperatie.
De markt wil gewoon zoveel mogelijk windmolens plaatsen omdat zij hier geld door