Hoofdstuk 1.1 Wetenschappelijk onderzoek
1
,Wetenschap
Systematische zoektocht naar kennis via controleerbare methoden om
betrouwbare uitspraken over de werkelijkheid te doen; zonder
systematiek ontstaan willekeur en bias.
Wetenschappelijke methode
Gestandaardiseerde werkwijze om hypothesen te formuleren, toetsen en
rapporteren; beperkt subjectieve beïnvloeding en vergroot
reproduceerbaarheid.
Empirische onderzoekscyclus
Cyclisch proces van onderzoeksvraag, design, dataverzameling, analyse
en rapportage; waarborgt toetsing van theorie aan data en voorkomt ad-
hoc conclusies.
Preregistratie
Vooraf vastleggen van vraag, methode en analyseplan; beperkt
analytische flexibiliteit en vermindert kans op p-hacking.
Publication bias
Selectieve publicatie van significante bevindingen; leidt tot overschatting
van effecten en vertekent het wetenschappelijke beeld.
Dubieuze onderzoekspraktijken
Flexibel aanpassen van dataverzameling, analyse of hypothesen op basis
van uitkomsten; verhoogt kans op vals-positieve resultaten.
Replicatiecrisis
Constatering dat veel effecten niet reproduceerbaar zijn; ondermijnt
betrouwbaarheid van wetenschappelijke kennis.
Full disclosure
Volledige openheid over data, analyses en beslissingen; maakt controle
en heranalyse mogelijk en beperkt verborgen vertekening.
Hoofdstuk 1.2 Operationalisaties
Variabele
Kenmerk dat kan variëren tussen onderzoekseenheden en numeriek of
2
, categorisch wordt vastgelegd; zonder variatie is statistische analyse
onmogelijk.
Construct
Theoretisch gedefinieerde, niet-direct observeerbare variabele; vereist
heldere afbakening om valide gemeten te kunnen worden.
Operationalisatie
Vertaling van een construct naar een meetinstrument of manipulatie;
bepaalt of het construct empirisch toetsbaar en valide is.
Meetinstrument
Gestandaardiseerd middel om een variabele consistent te kwantificeren
zonder beïnvloeding; inconsistentie verlaagt betrouwbaarheid.
Meetwaarden
Mogelijke scores die een operationalisatie kan opleveren; begrenzen de
precisie van meting.
Manipulatie
Doelgerichte beïnvloeding van een construct om causale effecten te
testen; onzuiver ontwerp introduceert confounders.
Datapunt
Numerieke uitkomst van een meting per onderzoekseenheid; vormt de
bouwsteen van statistische analyse.
Datareeks
Verzameling datapunten van één variabele binnen een steekproef;
afwijkingen beïnvloeden alle afgeleide statistieken.
Dataset
Geordende verzameling datareeksen waarbij duidelijk is welke waarden
bij elkaar horen; fouten verstoren analysestructuur.
Meetmodel
Schematische weergave van de relatie tussen construct en indicatoren;
onjuiste modelrichting leidt tot interpretatiefouten.
Reflectief meetmodel
Model waarin het construct de indicatoren veroorzaakt; inconsistente
indicatoren wijzen op lage interne samenhang.
Hoofdstuk 1.3 Betrouwbaarheid en validiteit
3