1. benoemen wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst
Aan de hand van Art. 7:610 BW kan worden vastgesteld wanneer er sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Namelijk wanneer er sprake is van arbeid (in dienst van), tegen betaling van loon, met een gezagsverhouding.
*Bij een stagiaire is er vaak geen sprake van een arbeidsovereenkomst, zij voert geen productieve arbeid maar is
bezig met het uitbreiden van haar kennis. -> als zij hetzelfde loon krijgt of hetzelfde arbeid uitvoert als collega’s
kan er wel sprake zijn van een arbeidsovereenkomst.
2. uitleggen welke arbeidsrelatie in welke situatie moet worden aangegaan.
Overeenkomst van aanneming van werk: werk van stoffelijke aard. Art. 7:750-769 BW (blz 183)
Overeenkomst van opdracht: een dienst, geen stoffelijke aard. Art. 7:400-413 BW (blz 181)
Arbeidsovereenkomst: arbeid, loon, gezagsverhouding. Art. 7:610 BW
*Verschil arbeidsovereenkomst en overeenkomst van opdracht is dat bij een arbeidsovereenkomst sprake is van
gezagsverhouding.
Soorten arbeidsovereenkomst: vast, tijdelijk, uitzendkracht, oproepkracht, seizoenswerker
3. Concluderen of er sprake is van (on)gelijke behandeling
Hoofdstuk 3.10 t/m 3.12 – Hoofdstukken sociaal recht
- Wanneer er geen loon is afgesproken beslist de gewoonte of billijkheid Art. 7:618 BW
- 15 t/m 20 jaar: minimumjeugdloon
- Vanaf 21 jaar: minimumloon
Iedereen heeft recht op 8% vakantiebijslag Art. 15 lid 1 WML
Wanneer iemand meer dan drie keer het minimumloon verdient is vakantiebijslag niet meer verplicht Art. 16 lid 5
WML
WML = Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (blz 121)
WGB = Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (blz 347)
AWGB = Algemene wet gelijke behandeling (blz 353)
CRM = College voor de rechten van de Mens
Iedere werkneemster mag bij CRM advies vragen over de correcte hoogte van het door haar verdiende loon
vergeleken met wat een mannelijke collega (de maatman) zijn loon is. Het CRM onderzoekt dan de functies en
verdiensten van de werknemers. Als hieruit blijkt dat de werkneemster ongelijk wordt behandeld kan zij een
procedure bij de kantonrechter starten om alsnog het gewenste resultaat te behalen.
*Werkneemster mag ook direct naar kantonrechter i.p.v. eerst advies vragen bij CRM
Een werkgever mag geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen zegt art. 7:646 BW
Een werkgever mag geen onderscheid maken tussen voltijd en deeltijd dienstverbanden zegt art. 7:648 BW
Een werkgever mag geen onderscheid maken tussen een vast en tijdelijk dienstverband zegt art. 7:649 BW
Een werkgever mag geen onderscheid maken op grond van leeftijd
Een werkgever mag geen onderscheid maken op grond van handicap en chronische ziekte
, Samenvatting aan de hand van de leerdoelen – Arbeidsrecht 2021
4. benoemen welke wet- en regelgeving in een specifieke situatie geldt.
Benoemen van de juiste artikelen.
5. benoemen welke bedingen in een arbeidsovereenkomst kunnen worden opgenomen.
Proeftijdbeding: art. 7:652 en 676 BW
proeftijd voor beide partijen gelijk en altijd schriftelijk overeengekomen
Onbepaalde tijd: proeftijd max. 2 maanden
Bepaalde tijd langer dan zes maanden, korter dan twee jaar: proeftijd max. 1 maand
Bepaalde tijd langer dan twee jaar: proeftijd max. 2 maanden
Bepaalde tijd zonder datum: proeftijd max. 1 maand
Arbeidsovereenkomst korter dan zes maanden: geen proeftijd
*Geen proeftijd bij opvolging van arbeidsovereenkomst van dezelfde werkgever tenzij de nieuwe arbeid
erg afwijkt van huidige functie
Concurrentiebeding: art. 7:653 BW
Werknemer wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de arbeidsovereenkomst op zekere
wijze werkzaam te zijn.
Alleen geldig als het een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd betreft en de werkgever dit schriftelijk
is overeengekomen met een meerderjarige werknemer.
Eenzijdig wijzigingsbeding: art. 7:613 BW
De werkgever kan alleen een beroep doen op het wijzigen van overeengekomen arbeidsvoorwaarden
in het geval van zwaarwegende bedrijfsbelangen.
Boetebeding: art. 7:650 BW
Werkgever kan alleen een boete bij overtreding stellen als de overeenkomst met het boetebeding
schriftelijk is vastgelegd en de overeenkomst nauwkeurig de bestemming van de boete vermeldt.
- De boete is vastgesteld in het geld waarin het loon is vastgesteld
- De boete mag niet aan de werkgever ten goede komen
- Binnen een week mag de werknemer geen hogere boete krijgen dan een halve dag loon
Geheimhoudingsbeding: Geheimhouding is niet wettelijk geregeld, maar volgt wel uit de norm van
goed werknemerschap zoals genoemd in art. 7:611 BW. Op grond hiervan is een werknemer
tegenover zijn werkgever in beginsel gehouden tot discretie en loyaliteit.
6. uiteenzetten wanneer een proeftijdbeding in een arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is.
Proeftijdbeding: art. 7:652 en 676 BW
proeftijd voor beide partijen gelijk en altijd schriftelijk overeengekomen
Onbepaalde tijd: proeftijd max. 2 maanden
Bepaalde tijd langer dan zes maanden, korter dan twee jaar: proeftijd max. 1 maand
Bepaalde tijd langer dan twee jaar: proeftijd max. 2 maanden
Bepaalde tijd zonder datum: proeftijd max. 1 maand
Arbeidsovereenkomst korter dan zes maanden: geen proeftijd
*Geen proeftijd bij opvolging van aok van dezelfde werkgever tenzij compleet nieuwe functie