Samenvatting TKG-1 Q2
ANATOMIE VAN HET PARODONTIUM
HC Parodontaal ligament en ECM
Collageen
Glycoproteïne
Geeft het weefsel kracht en structurele
integriteit
Triple-helix vormt fibrillen
o Crosslinking: zorgt voor de
structuur van een collageenfibril
Onder invloed van lysyl
oxidase
- Aminegroep van lysine residu
aldehydegroep
- Aldehydegroep is heel
negatief bindt aan een
aminegroep
- Schiff base wordt gevormd
Gemineraliseerd (door HA) aanwezig in bot
Bijzondere aminozuurvolgorde: glycine-X-Y
o Y is vaak hydroxyproline stabilisatie
Waterstofbruggen zorgen voor
stabilisatie
o X is vaak proline voorkomt draaiing
Proline hydroxyproline
Vitamine C zorgt ervoor dat Fe3+
weer Fe2+ wordt
Aminozuurvolgorde
Waterstofbrug
Biosynthese van collageen: post-translationele
modificaties
1. mRNA uit de kern gaat het
cytoplasma in en gaat naar een
ribosoom
2. Eiwitsynthese eiwit gaat naar
ER eiwit gaat naar GA
3. Eiwitketen wordt gemodificeerd in
het GA en ER tot procollageen
, 4. Via een vesicle wordt het procollageen de cel uitgescheiden
5. Propeptides worden eraf geknipt nu is het collageen
6. Heel veel 3-helixen vormen collageenfibrillen
Proteoglycanen en glycosaminoglycanen
Functie heel divers:
o Vorming van gelachtige substantie in
ECM
o Binding van groeifactoren
o Etc.
o In kraakbeen: moleculaire
schokdempers
Proteoglycanen
o Eiwitketen + glycosaminoglycanen
Glycosaminoglycanen (GAGs)
o Lange suikerketens; repeterende disaccharides
o Affiniteit voor water vanwege negatief geladen groepen
gelachtige structuur
Negatief geladen groepen binden kationen kationen binden
water (osmose)
o Voorbeelden van GAGs:
Hyaluronan/hyaluronzuur
Chondroïtinesulfaat
Heparansulfaat/heparine
Proteoglycaan-aggregaat
o Hyaluronan als kern met proteoglycanen
eromheen
Elastine en elastische vezels
Zeer hydrofoob (veel Gly, Ala, Val)
Onoplosbaar crosslinking met o.a.
(iso)desmosine
Elastisch
Organen: huid, longen, aorta, ligamenten
Crosslinking: houdt elastine vezels bij elkaar
o 4 lysine residuen (afkomstig van 2
moleculen)
Onder invloed van lysyl oxidase
- Aminegroep van lysine residu
aldehydegroep
- Aldehydegroep is heel negatief bindt aan een aminegroep
van lysine
, KC Parodontium en vezels
Opbouw van het parodontium (parodontale
ophangapparaat)
Gingiva: vormt de verbinding tussen de slijmvliezen en
het element (gehecht aan het glazuur)
o Collageenvezelbundels aanwezig
Naam afhankelijk van de aanhechting aan het
element of aan het alveolair bot
Parondontaal ligament: peesachtig weefsel dat het
element verankert in het alveolair bot en drukken opvangt
o Veel ECM, weinig cellen
o Collageenvezelbundels aanwezig (type I en III)
Verschillende namen afhankelijk van de plek
Mechanische functie i.p.v. stevigheid geven aan
het weefsel
Cement: PDL vezels hechten aan het cement
Alveolair bot: ondersteunt de elementen
Collageenopbouw
Geel = collageenmolecuul (monomeer)
3-helix drie collageenmonomeren om elkaar heen gewonden
Collageenbundel = 3-helixen zijdelings aan elkaar door crosslinking
Vormt een regelmatige structuur gestreepte structuur
Extracellulaire matrix van PDL
ECM: netwerk van collageenvezels met
proteoglycanen erin
Proteoglycaan-aggregaat
o Hyaluronzuur
Proteoglycanen binden aan
hyaluronzuurketen
o Proteoglycaan
Kerneiwit
Glycosaminoglycanen (suikerketens)
Bevatten negatief geladen
sulfaatgroepen, waardoor ze natrium-ionen aantrekken en dus
veel water aan kunnen trekken
Functie: mechanische drukken opvangen
o Proteoglycanen zwellen op door water, maar het collageennetwerk
houdt de zwelling tegen stootkussen effect
ANATOMIE VAN HET PARODONTIUM
HC Parodontaal ligament en ECM
Collageen
Glycoproteïne
Geeft het weefsel kracht en structurele
integriteit
Triple-helix vormt fibrillen
o Crosslinking: zorgt voor de
structuur van een collageenfibril
Onder invloed van lysyl
oxidase
- Aminegroep van lysine residu
aldehydegroep
- Aldehydegroep is heel
negatief bindt aan een
aminegroep
- Schiff base wordt gevormd
Gemineraliseerd (door HA) aanwezig in bot
Bijzondere aminozuurvolgorde: glycine-X-Y
o Y is vaak hydroxyproline stabilisatie
Waterstofbruggen zorgen voor
stabilisatie
o X is vaak proline voorkomt draaiing
Proline hydroxyproline
Vitamine C zorgt ervoor dat Fe3+
weer Fe2+ wordt
Aminozuurvolgorde
Waterstofbrug
Biosynthese van collageen: post-translationele
modificaties
1. mRNA uit de kern gaat het
cytoplasma in en gaat naar een
ribosoom
2. Eiwitsynthese eiwit gaat naar
ER eiwit gaat naar GA
3. Eiwitketen wordt gemodificeerd in
het GA en ER tot procollageen
, 4. Via een vesicle wordt het procollageen de cel uitgescheiden
5. Propeptides worden eraf geknipt nu is het collageen
6. Heel veel 3-helixen vormen collageenfibrillen
Proteoglycanen en glycosaminoglycanen
Functie heel divers:
o Vorming van gelachtige substantie in
ECM
o Binding van groeifactoren
o Etc.
o In kraakbeen: moleculaire
schokdempers
Proteoglycanen
o Eiwitketen + glycosaminoglycanen
Glycosaminoglycanen (GAGs)
o Lange suikerketens; repeterende disaccharides
o Affiniteit voor water vanwege negatief geladen groepen
gelachtige structuur
Negatief geladen groepen binden kationen kationen binden
water (osmose)
o Voorbeelden van GAGs:
Hyaluronan/hyaluronzuur
Chondroïtinesulfaat
Heparansulfaat/heparine
Proteoglycaan-aggregaat
o Hyaluronan als kern met proteoglycanen
eromheen
Elastine en elastische vezels
Zeer hydrofoob (veel Gly, Ala, Val)
Onoplosbaar crosslinking met o.a.
(iso)desmosine
Elastisch
Organen: huid, longen, aorta, ligamenten
Crosslinking: houdt elastine vezels bij elkaar
o 4 lysine residuen (afkomstig van 2
moleculen)
Onder invloed van lysyl oxidase
- Aminegroep van lysine residu
aldehydegroep
- Aldehydegroep is heel negatief bindt aan een aminegroep
van lysine
, KC Parodontium en vezels
Opbouw van het parodontium (parodontale
ophangapparaat)
Gingiva: vormt de verbinding tussen de slijmvliezen en
het element (gehecht aan het glazuur)
o Collageenvezelbundels aanwezig
Naam afhankelijk van de aanhechting aan het
element of aan het alveolair bot
Parondontaal ligament: peesachtig weefsel dat het
element verankert in het alveolair bot en drukken opvangt
o Veel ECM, weinig cellen
o Collageenvezelbundels aanwezig (type I en III)
Verschillende namen afhankelijk van de plek
Mechanische functie i.p.v. stevigheid geven aan
het weefsel
Cement: PDL vezels hechten aan het cement
Alveolair bot: ondersteunt de elementen
Collageenopbouw
Geel = collageenmolecuul (monomeer)
3-helix drie collageenmonomeren om elkaar heen gewonden
Collageenbundel = 3-helixen zijdelings aan elkaar door crosslinking
Vormt een regelmatige structuur gestreepte structuur
Extracellulaire matrix van PDL
ECM: netwerk van collageenvezels met
proteoglycanen erin
Proteoglycaan-aggregaat
o Hyaluronzuur
Proteoglycanen binden aan
hyaluronzuurketen
o Proteoglycaan
Kerneiwit
Glycosaminoglycanen (suikerketens)
Bevatten negatief geladen
sulfaatgroepen, waardoor ze natrium-ionen aantrekken en dus
veel water aan kunnen trekken
Functie: mechanische drukken opvangen
o Proteoglycanen zwellen op door water, maar het collageennetwerk
houdt de zwelling tegen stootkussen effect