Week 1
HiTOP artikel
Alternatief voor de DSM (en ICD) is het Hierarchical Taxonomy of Psychopathology (HiTOP)
model. Dit is een dimensioneel en wetenschappelijk onderbouwd model voor het
beschrijven van psychopathologie en persoonlijkheid.
De belangrijkste beperking van de DSM is dat het psychische stoornissen beschrijft als
onafhankelijke categorieën: een patiënt heeft de stoornis wel of niet.
Wanneer psychopathologie in categorieën wordt geplaatst, leidt dat tot verlies van
diagnostische informatie.
Deze categorieën zijn arbitrair: ze zijn ontwikkeld o.b.v. consensus tussen professionals
en niet o.b.v. empirisch onderzoek.
Negatieve gevolgen van categorale indeling:
1. Verlaagt de betrouwbaarheid van de diagnose
a. De meeste classificaties hebben een lage
interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en lage stabiliteit over tijd.
2. Hoge mate van heterogeniteit
a. Patiënten met dezelfde diagnose kunnen veel verschillende symptomen
ervaren, wat het diagnostische proces ingewikkelder maakt.
3. Hoge mate van comorbiditeit
a. Hoge comorbiditeit suggereert dat er een gezamenlijke aandoening
tussen twee diagnoses die vaak samen voorkomen is of dat er veel
overlap tussen de criteria zit.
b. Comorbiditeit bemoeilijkt de indicatiestelling, want wat is de beste
behandeling wanneer een patiënt meerdere classificaties heeft?
4. Niet Anders Omschreven (NAO) diagnoses
a. De meeste patiënten voldoen niet aan de criteria voor een DSM-diagnose,
ook al lijden ze onder hun klachten.
b. Een NAO-diagnose geeft alleen weinig informatie voor de behandeling.
5. Meer stigmatisering
a. Wel of niet hebben van een stoornis, boven of onder de diagnostische
drempel voor een stoornis zitten.
Een alternatief is het HiTOP model.
Doel: de beperkingen van de categorale DSM-classificaties aan te vullen.
In 2017 geïntroduceerd door Kotov en collega’s.
Alternatieve modellen zijn niet nieuw, maar het HiTOP model is het eerste model waar
een hoge mate van consensus over is en waar veel aandacht voor is.
,Het model bestaat uit vijf niveaus:
1. Componenten = combinaties van aan elkaar gerelateerde
symptoomcomponenten en maladaptieve trekken.
a. Voorbeeld van symptoom-componenten: slapeloosheid en hoofdpijn
b. Maladaptieve trekken zijn de pathologische tegenhangers van de Big-Five
persoonlijkheidseigenschappen.
i. Voorbeeld van maladaptieve trekken: emotionele instabiliteit en
vijandigheid
2. Syndromen = componenten die sterk met elkaar samenhangen worden
gecombineerd tot dimensionele syndromen
a. Voorbeeld van syndromen: vegetatieve depressie en sociale angst.
i. Vegetatieve depressie bestaat uit symptoom-componenten als
slapeloosheid, psychomotore vertraging, vermoeidheid en
verminderde eetlust.
3. Subfactoren = kleine clusters opgebouwd uit dimensionele syndromen die
functioneel aan elkaar gerelateerd zijn.
a. Bijvoorbeeld: angst en distress
i. Angst: agorafobie, paniekstoornis, sociale fobie, specifieke fobie
ii. Distress: depressie, PTSS, gegeneraliseerde angststoornis.
4. Spectra = gerelateerde subfactoren die wel van elkaar te onderscheiden zijn.
Zes spectra in het HiTOP model:
Somatoforme spectrum (gebaseerd op klein aantal studies)
Internaliserende spectrum
Denkstoornissenspectrum
Impulsieve externaliserende spectrum
Antagonistische externaliserende spectrum
Afstandelijkheid
5. Superspectra = hogere ordedimensies die een algemene
psychopathologiefactoren vertegenwoordigen (de p-factor).
, a. P-factor = algemene gevoeligheid voor psychopathologie, bestaande uit
kenmerken die mensen met mentale stoornissen gemeenschappelijk
hebben.
b. Hoe hoger de p-score, hoe ernstiger de psychopathologie in termen van
duur van de stoornis, mate van comorbiditeit en invloed op het sociaal-
maatschappelijk functioneren.
c. Hoge p-score = gebrek aan emotieregulatie, zelfmoordpogingen, langere
opnametijd, persoonlijkheidstrekken uit de Big-5.
Voordelen van het HiTOP model
Sluit aan bij het inzicht dat psychopathologie dimensioneel is.
o Hierdoor geen arbitraire diagnostische drempels meer.
Betrouwbaarder, meer valide en stabieler dan DSM-classificaties.
o HiTOP heeft een hoge test-hertestbetrouwbaarheid.
Geen of minder sprake van heterogeniteit binnen dimensies.
o Doordat dimensies zijn opgebouwd uit symptomen die aan elkaar
gerelateerd zijn of vaak samen voorkomen.
Minder sprake van comorbiditeit
o Omdat de overlap tussen stoornissen gevangen wordt in de hogere orde
dimensies.
NAO-diagnoses worden vermeden
o Ook patiënten met milde psychopathologie passen op een dimensie.
Minder stigmatiserend
Klinische informatie over pathologische processen en ziektebeloop.
o Door de aanwezigheid van onderliggende en gedeelde risicofactoren
tussen stoornissen beter zichtbaar te maken (met spectra en
superspectra).
Beloop en mate van verbetering van stoornissen worden duidelijker in kaart
gebracht
Betere predictieve validiteit voor klinische uitkomsten (behandeluitkomst, duur,
bijkomende fysieke problemen).
Er kan makkelijker een verband worden gelegd tussen psychopathologie en
persoonlijkheid.
Het gebruik van HiTOP:
1. Screenen van de hogere orde spectra, om bredere probleemgebieden te
identificeren.
2. Kijken naar de smallere en specifiekere subfactoren, syndromen en/of
componenten.
Beperkingen van HiTOP:
- Nog niet alle stoornissen zijn opgenomen in het model.
- HiTOP beschrijf alleen de huidige symptomen, syndromen en
persoonlijkheidstrekken. Een ontwikkelingsperspectief ontbreekt en de dimensies
zijn beschrijvend, niet verklarend. Ook wordt context nog niet meegenomen.
HiTOP artikel
Alternatief voor de DSM (en ICD) is het Hierarchical Taxonomy of Psychopathology (HiTOP)
model. Dit is een dimensioneel en wetenschappelijk onderbouwd model voor het
beschrijven van psychopathologie en persoonlijkheid.
De belangrijkste beperking van de DSM is dat het psychische stoornissen beschrijft als
onafhankelijke categorieën: een patiënt heeft de stoornis wel of niet.
Wanneer psychopathologie in categorieën wordt geplaatst, leidt dat tot verlies van
diagnostische informatie.
Deze categorieën zijn arbitrair: ze zijn ontwikkeld o.b.v. consensus tussen professionals
en niet o.b.v. empirisch onderzoek.
Negatieve gevolgen van categorale indeling:
1. Verlaagt de betrouwbaarheid van de diagnose
a. De meeste classificaties hebben een lage
interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en lage stabiliteit over tijd.
2. Hoge mate van heterogeniteit
a. Patiënten met dezelfde diagnose kunnen veel verschillende symptomen
ervaren, wat het diagnostische proces ingewikkelder maakt.
3. Hoge mate van comorbiditeit
a. Hoge comorbiditeit suggereert dat er een gezamenlijke aandoening
tussen twee diagnoses die vaak samen voorkomen is of dat er veel
overlap tussen de criteria zit.
b. Comorbiditeit bemoeilijkt de indicatiestelling, want wat is de beste
behandeling wanneer een patiënt meerdere classificaties heeft?
4. Niet Anders Omschreven (NAO) diagnoses
a. De meeste patiënten voldoen niet aan de criteria voor een DSM-diagnose,
ook al lijden ze onder hun klachten.
b. Een NAO-diagnose geeft alleen weinig informatie voor de behandeling.
5. Meer stigmatisering
a. Wel of niet hebben van een stoornis, boven of onder de diagnostische
drempel voor een stoornis zitten.
Een alternatief is het HiTOP model.
Doel: de beperkingen van de categorale DSM-classificaties aan te vullen.
In 2017 geïntroduceerd door Kotov en collega’s.
Alternatieve modellen zijn niet nieuw, maar het HiTOP model is het eerste model waar
een hoge mate van consensus over is en waar veel aandacht voor is.
,Het model bestaat uit vijf niveaus:
1. Componenten = combinaties van aan elkaar gerelateerde
symptoomcomponenten en maladaptieve trekken.
a. Voorbeeld van symptoom-componenten: slapeloosheid en hoofdpijn
b. Maladaptieve trekken zijn de pathologische tegenhangers van de Big-Five
persoonlijkheidseigenschappen.
i. Voorbeeld van maladaptieve trekken: emotionele instabiliteit en
vijandigheid
2. Syndromen = componenten die sterk met elkaar samenhangen worden
gecombineerd tot dimensionele syndromen
a. Voorbeeld van syndromen: vegetatieve depressie en sociale angst.
i. Vegetatieve depressie bestaat uit symptoom-componenten als
slapeloosheid, psychomotore vertraging, vermoeidheid en
verminderde eetlust.
3. Subfactoren = kleine clusters opgebouwd uit dimensionele syndromen die
functioneel aan elkaar gerelateerd zijn.
a. Bijvoorbeeld: angst en distress
i. Angst: agorafobie, paniekstoornis, sociale fobie, specifieke fobie
ii. Distress: depressie, PTSS, gegeneraliseerde angststoornis.
4. Spectra = gerelateerde subfactoren die wel van elkaar te onderscheiden zijn.
Zes spectra in het HiTOP model:
Somatoforme spectrum (gebaseerd op klein aantal studies)
Internaliserende spectrum
Denkstoornissenspectrum
Impulsieve externaliserende spectrum
Antagonistische externaliserende spectrum
Afstandelijkheid
5. Superspectra = hogere ordedimensies die een algemene
psychopathologiefactoren vertegenwoordigen (de p-factor).
, a. P-factor = algemene gevoeligheid voor psychopathologie, bestaande uit
kenmerken die mensen met mentale stoornissen gemeenschappelijk
hebben.
b. Hoe hoger de p-score, hoe ernstiger de psychopathologie in termen van
duur van de stoornis, mate van comorbiditeit en invloed op het sociaal-
maatschappelijk functioneren.
c. Hoge p-score = gebrek aan emotieregulatie, zelfmoordpogingen, langere
opnametijd, persoonlijkheidstrekken uit de Big-5.
Voordelen van het HiTOP model
Sluit aan bij het inzicht dat psychopathologie dimensioneel is.
o Hierdoor geen arbitraire diagnostische drempels meer.
Betrouwbaarder, meer valide en stabieler dan DSM-classificaties.
o HiTOP heeft een hoge test-hertestbetrouwbaarheid.
Geen of minder sprake van heterogeniteit binnen dimensies.
o Doordat dimensies zijn opgebouwd uit symptomen die aan elkaar
gerelateerd zijn of vaak samen voorkomen.
Minder sprake van comorbiditeit
o Omdat de overlap tussen stoornissen gevangen wordt in de hogere orde
dimensies.
NAO-diagnoses worden vermeden
o Ook patiënten met milde psychopathologie passen op een dimensie.
Minder stigmatiserend
Klinische informatie over pathologische processen en ziektebeloop.
o Door de aanwezigheid van onderliggende en gedeelde risicofactoren
tussen stoornissen beter zichtbaar te maken (met spectra en
superspectra).
Beloop en mate van verbetering van stoornissen worden duidelijker in kaart
gebracht
Betere predictieve validiteit voor klinische uitkomsten (behandeluitkomst, duur,
bijkomende fysieke problemen).
Er kan makkelijker een verband worden gelegd tussen psychopathologie en
persoonlijkheid.
Het gebruik van HiTOP:
1. Screenen van de hogere orde spectra, om bredere probleemgebieden te
identificeren.
2. Kijken naar de smallere en specifiekere subfactoren, syndromen en/of
componenten.
Beperkingen van HiTOP:
- Nog niet alle stoornissen zijn opgenomen in het model.
- HiTOP beschrijf alleen de huidige symptomen, syndromen en
persoonlijkheidstrekken. Een ontwikkelingsperspectief ontbreekt en de dimensies
zijn beschrijvend, niet verklarend. Ook wordt context nog niet meegenomen.