Hoofdstuk 1.1 Perspectief
Verklaringsperspectieven op gedrag
Gedrag kan vanuit meerdere causale niveaus worden verklaard die
conceptueel onafhankelijk zijn, waarbij het negeren van één niveau leidt
tot onvolledig begrip.
Proximale oorzaak
De directe mechanistische verklaring van gedrag via neurale, hormonale
of cognitieve processen, waarvan verstoring directe gedragsverandering
veroorzaakt.
Ontogenese
De ontwikkelingsgeschiedenis van een individu waarin genetische en
omgevingsfactoren gedrag vormgeven, waarbij afwijkingen kunnen leiden
tot atypische uitkomsten.
Fylogenese
De evolutionaire geschiedenis van een gedragskenmerk binnen een soort,
waarbij inzicht in selectiedruk verklaart waarom gedrag bestaat en verlies
van adaptieve waarde tot verdwijning kan leiden.
Ultimate oorzaak
De functionele verklaring van gedrag in termen van overlevings- en
reproductievoordeel, waarbij afname van fitness leidt tot selectie tegen
het kenmerk.
Huidig nut
De actuele bijdrage van een eigenschap aan overleving of voortplanting,
die kan verschillen van het oorspronkelijke nut en onder veranderde
omstandigheden maladaptief kan worden.
Adaptatie
Een door natuurlijke selectie gevormde eigenschap die reproductief
voordeel biedt, waarbij falen van de functie resulteert in lagere fitness.
Controlemechanismen
De actuele biologische processen die gedrag reguleren, waarbij
ontregeling leidt tot disfunctioneel gedrag.
Plasticiteit
Het vermogen om gedrag of fenotype aan te passen aan
omgevingscondities, waarvan beperkte flexibiliteit kan resulteren in
verminderde aanpassing.
2
, Transgenerationele invloeden
Niet-genetische overdrachtsmechanismen zoals epigenetica die
ontwikkeling beïnvloeden, waarbij verstoring blijvende effecten kan
hebben op volgende generaties.
Integratie van verklaringsniveaus
Het samenbrengen van mechanisme, ontwikkeling, evolutie en functie
voor volledig begrip, waarbij isolatie van niveaus leidt tot reductionistische
vertekening.
Hoofdstuk 1.2 Historie
Evolutionaire psychologie
Een discipline die natuurlijke selectie toepast op de menselijke psyche als
informatieverwerkend orgaan, waarbij gedrag wordt verklaard vanuit
reproductief voordeel en falende aanpassing leidt tot verminderde fitness.
Ultimate verklaring
Een verklaring op functieniveau die beschrijft waarom gedrag bestaat in
termen van selectievoordeel, waarbij verlies van voordeel leidt tot selectie
tegen het gedrag.
Proximale verklaring
Een verklaring op mechanistisch niveau die beschrijft hoe gedrag tot stand
komt via brein en cognitie, waarbij verstoring leidt tot directe
gedragsverandering.
Genetische variatie
Erfelijke verschillen tussen individuen die selectie mogelijk maken, waarbij
afname van variatie evolutie vertraagt.
Reproductiesucces
Het aantal overlevende nakomelingen dat genen doorgeven, waarbij lager
succes leidt tot afname van genetische representatie.
Natuurlijke selectie
Het proces waarbij erfelijke variatie in reproductiesucces leidt tot
verandering in populaties, waarbij niet-adaptieve kenmerken verdwijnen.
Moderne synthese
De integratie van genetica en darwinistische selectie, waardoor
erfelijkheid en evolutie causaal verbonden werden en zonder deze
koppeling adaptatie onverklaard blijft.
Materialisme
De opvatting dat psychische processen herleidbaar zijn tot breinactiviteit,
waardoor gedrag onderworpen is aan biologische selectie.
3