Fysiologie
Studie van mechanismen die lichaamsfuncties reguleren op cel-, weefsel-
en orgaanniveau; verstoring leidt tot pathofysiologie.
Homeostase
Dynamisch handhaven van interne variabelen rond een instelpunt via
regelmechanismen; falen veroorzaakt ziekte.
Setpoint
Referentiewaarde waar een fysiologische variabele rond wordt
gereguleerd; verschuiving leidt tot chronische ontregeling.
Negatieve feedback
Regelmechanisme waarbij afwijking van het setpoint een tegengestelde
respons activeert om stabiliteit te herstellen; uitval veroorzaakt
instabiliteit.
Positieve feedback
Mechanisme waarbij een initiële verandering zichzelf versterkt tot een
eindpunt is bereikt; ongecontroleerde activatie veroorzaakt escalatie.
Feedforward regulatie
Voorafgaande anticiperende respons op verwachte verandering om
afwijking te beperken; falen leidt tot vertraagde aanpassing.
Compartimentering
Functionele scheiding van lichaamsvloeistoffen in intracellulair en
extracellulair compartiment; verstoring beïnvloedt volumeverdeling.
Intracellulaire vloeistof (ICV)
Vloeistof binnen cellen rijk aan kalium en eiwitten voor cellulaire
processen; verschuiving veroorzaakt celzwelling of krimp.
Extracellulaire vloeistof (ECV)
Vloeistof buiten cellen inclusief interstitium en plasma voor transport en
uitwisseling; volumeverlies veroorzaakt hypotensie.
Plasma
Vloeibaar deel van bloed dat opgeloste stoffen transporteert; afname
beïnvloedt perfusie.
Interstitiële vloeistof
Vloeistof tussen cellen voor uitwisseling van nutriënten en afvalstoffen;
ophoping veroorzaakt oedeem.
2