Motivatie en de zelfsturende mens
Clip 1 – Interdisciplinair onderzoek
Disciplinary inadequacy = disciplines op zichzelf zijn ontoereikend om complexe problemen
aan te pakken. Oplossing: inzicht meerdere disciplines combineren.
Multidisciplinair onderzoek
- Iedere discipline levert eigen bijdrage aan vraagstuk
- Inzichten worden naast elkaar geplaatst
Kortom, interdisciplinair onderzoek kun je als volgt samenvatten -> interdisciplinary studies
is a process of answering a question, solving a problem, or addressing a topic that is too broad
or complex to be dealt with adequately by a single discipline, and draws on the disciplines
with the goal of integrating their insights to construct a more comprehensive understanding.
Integratie = creëren van common ground tussen inzichten om een ruimer inzicht te
construeren.
Common ground -> de gedeelde basis tussen conflicterende disciplinaire inzichten of
theorieën die integratie mogelijk maken.
Clip 2 – Werkgroep opdracht
Veel problemen zijn te groot voor 1 discipline -> samen weten we meer dan alleen.
Vier-fase model van interdisciplinair werken
Fase 0: relevantie probleem
Fase 1: Disciplinaire basis
Fase 2: Perspectief nemen
Fase 3: Common ground
Fase 4: Perspectieven integreren
Fase 3 en 4 behoren niet tot een multidisciplinaire aanpak, dus deze zullen niet behandeld
worden in dit vak!
De 4 disciplines uit de psychologie gebruiken: klinisch, biologisch-cognitief, ontwikkeling en
sociaal cognitief psychologie.
,Hoorcollege 1 – Physiological needs
Cirkel Physiological needs:
Verzadiging
Fysiologische deprivatie
Lichamelijke behoefte
Psychologische drive
Motivatie; doelgericht gedrag
Consumptie
Afname drive
Factoren overgewicht
- Algemeen: meer zittende beroepen, we bewegen te weinig, we eten te veel dan
vroeger
- Genetische dispositie -> bijvoorbeeld geen verzadigingsprikkel
- Omgeving – evolutie. Bijvoorbeeld steeds meer bewerkt voedsel
- Eetstoornissen
Ideeën van mensen over zichzelf als emotionele eter corresponderen NIET met hun
daadwerkelijke eetgedrag als ze emotioneel zijn.
, Hoorcollege 2a – Psychological needs
Psychologische behoeften vanuit neurocognitief perspectief
Intrinsieke motivatie
Psychologische behoeften (ACR) vervuld
- Autonomie
- Competentie
- Betrokkenheid (Relatedness)
- “Aangeboren”
Neurocognitieve basis: Representatie en verbindingen
Wat zijn representaties? Neuronen in verschillende hersengebieden worden actief; in reactie
op verschillende prikkels, in preparatie op verschillende acties. Maar ook: van wat er in het
verleden is gebeurd, verwachting van toekomstige situatie.
Verbindingen die bepalen de functie. Bijvoorbeeld de verbinding tussen je hersenen en je
ogen zorgen ervoor dat jij kan zien.
Predictive coding in het brein (coding = representatie)
- Representatie van verwachting
- Verbinding tussen representatie van verwachting en die van actuele input
- Hele brein: neuronen reageren alleen op voorspellingsfouten
- Kosteneffectief
Competentie: de predicitie is correct
Autonomie: zelf handelen en het effect voorspellen
Ultieme competentie? Waar correcte voorspeling en concreet resultaat samenkomen:
Wetenschap >> hypothese >> experiment
Psychologische behoeften aan (in) het werk – hoe maak je werk leuk en motiverend (en
werkenden productief en gelukkig)?
Werk is altijd tenminste deels extrinsiek gemotiveerd. Maar er zijn verschillen tussen
bedrijven in dezelfde sector, tussen mensen in dezelfde organisaties, dezelfde organisatie op
verschillende tijdstippen, enzovoort. Extrinsieke motivatie is dus niet het enige dat je
motivatie en productiviteit bepaalt.
Dat is niet altijd zo geweest. Rond 1900 werden arbeiders gemotiveerd op basis van stukloon.
Ze werden beschouwd als radertjes in een machine. Belangrijk nadeel: werknemers werden
daar niet blij van en kregen “communistische sympathieën”.
Clip 1 – Interdisciplinair onderzoek
Disciplinary inadequacy = disciplines op zichzelf zijn ontoereikend om complexe problemen
aan te pakken. Oplossing: inzicht meerdere disciplines combineren.
Multidisciplinair onderzoek
- Iedere discipline levert eigen bijdrage aan vraagstuk
- Inzichten worden naast elkaar geplaatst
Kortom, interdisciplinair onderzoek kun je als volgt samenvatten -> interdisciplinary studies
is a process of answering a question, solving a problem, or addressing a topic that is too broad
or complex to be dealt with adequately by a single discipline, and draws on the disciplines
with the goal of integrating their insights to construct a more comprehensive understanding.
Integratie = creëren van common ground tussen inzichten om een ruimer inzicht te
construeren.
Common ground -> de gedeelde basis tussen conflicterende disciplinaire inzichten of
theorieën die integratie mogelijk maken.
Clip 2 – Werkgroep opdracht
Veel problemen zijn te groot voor 1 discipline -> samen weten we meer dan alleen.
Vier-fase model van interdisciplinair werken
Fase 0: relevantie probleem
Fase 1: Disciplinaire basis
Fase 2: Perspectief nemen
Fase 3: Common ground
Fase 4: Perspectieven integreren
Fase 3 en 4 behoren niet tot een multidisciplinaire aanpak, dus deze zullen niet behandeld
worden in dit vak!
De 4 disciplines uit de psychologie gebruiken: klinisch, biologisch-cognitief, ontwikkeling en
sociaal cognitief psychologie.
,Hoorcollege 1 – Physiological needs
Cirkel Physiological needs:
Verzadiging
Fysiologische deprivatie
Lichamelijke behoefte
Psychologische drive
Motivatie; doelgericht gedrag
Consumptie
Afname drive
Factoren overgewicht
- Algemeen: meer zittende beroepen, we bewegen te weinig, we eten te veel dan
vroeger
- Genetische dispositie -> bijvoorbeeld geen verzadigingsprikkel
- Omgeving – evolutie. Bijvoorbeeld steeds meer bewerkt voedsel
- Eetstoornissen
Ideeën van mensen over zichzelf als emotionele eter corresponderen NIET met hun
daadwerkelijke eetgedrag als ze emotioneel zijn.
, Hoorcollege 2a – Psychological needs
Psychologische behoeften vanuit neurocognitief perspectief
Intrinsieke motivatie
Psychologische behoeften (ACR) vervuld
- Autonomie
- Competentie
- Betrokkenheid (Relatedness)
- “Aangeboren”
Neurocognitieve basis: Representatie en verbindingen
Wat zijn representaties? Neuronen in verschillende hersengebieden worden actief; in reactie
op verschillende prikkels, in preparatie op verschillende acties. Maar ook: van wat er in het
verleden is gebeurd, verwachting van toekomstige situatie.
Verbindingen die bepalen de functie. Bijvoorbeeld de verbinding tussen je hersenen en je
ogen zorgen ervoor dat jij kan zien.
Predictive coding in het brein (coding = representatie)
- Representatie van verwachting
- Verbinding tussen representatie van verwachting en die van actuele input
- Hele brein: neuronen reageren alleen op voorspellingsfouten
- Kosteneffectief
Competentie: de predicitie is correct
Autonomie: zelf handelen en het effect voorspellen
Ultieme competentie? Waar correcte voorspeling en concreet resultaat samenkomen:
Wetenschap >> hypothese >> experiment
Psychologische behoeften aan (in) het werk – hoe maak je werk leuk en motiverend (en
werkenden productief en gelukkig)?
Werk is altijd tenminste deels extrinsiek gemotiveerd. Maar er zijn verschillen tussen
bedrijven in dezelfde sector, tussen mensen in dezelfde organisaties, dezelfde organisatie op
verschillende tijdstippen, enzovoort. Extrinsieke motivatie is dus niet het enige dat je
motivatie en productiviteit bepaalt.
Dat is niet altijd zo geweest. Rond 1900 werden arbeiders gemotiveerd op basis van stukloon.
Ze werden beschouwd als radertjes in een machine. Belangrijk nadeel: werknemers werden
daar niet blij van en kregen “communistische sympathieën”.