Mevrouw Jansen ontvangt zorg op basis van verschillende wetten:
· Ze word opgenomen in het ziekenhuis, geopereerd, en enige tijd in ziekenhuis verbleven. Ze heeft recht op
deze hulp volgens Zorgverzekeringswet (ZVV). Deze wet is opgesteld in 2006, en regelt de verzekering voor het
basis pakket van zorg. Dit pakket houd onder andere in hulp van huisarts, medisch specialist, verloskundigen,
ziekenhuisopnamen, medicijnen, paramedische zorg, verzorging en verpleging thuis, kortdurende opnamen,
kortdurende psychologische hulp, geneeskundige geestelijke gezondheidszorg en de eerste drie jaar GGZ verblijf
met behandeling, kortdurende revalidatie en geriatrische revalidatie, geneesmiddelen en hulpmiddelen. Het gaat
hier om korte, curatieve zorg;
· Ze volgt verder revalidatie thuis. Omdat ze zelf niet in staat is om voor zich zelf te zorgen, krijgt ze hulp van
wijkverpleegkundige, en fysiotherapeut. Ook deze hulp valt onder Zorgverzekeringswet (ZVV);
Ze ontvangt ook huishoudelijke hulp van wegen Wet maatschappelijke zorg (WMO). Deze wet werd in 2007
opgesteld om hulp en ondersteuning te regelen, die nodig zijn om aan de maatschappij deel te kunnen nemen.
Deze wet regelt ondersteunde en activerende begeleiding en huishoudelijke hulp, maar ook dagbesteding
In bovenstaande stelling kunt u verschillende rollen van verpleegkundige zien:
Zorgverlener: “ Rita verpleegt patiënten die grote buikoperaties zijn ondergegaan. Zij
verzorgt de mensen gedurende enkele dagen, overlegt dan met de arts over eventuele
medicatie, doet controles van de bloeddruk en temperatuur en ondersteunt mensen bij het
wassen.” Deze rol is de basis van alle rollen die verpleegkundige moet vervullen.
Samenwerkingspartner: “Wanneer mensen nog niet volledig in staat zijn voor zichzelf te
zorgen wanneer ze naar huis gaan, draagt ze de zorg over aan de thuiszorg.”De
verpleegkundige werkt samen met zorgontvangers, zorgverleners en zorginstellingen.
Gezondheidsbevorderaar: “Sommige patiënten krijgen informatie over hun leefwijzen,
bijvoorbeeld over hun voeding, stoppen met roken of meer bewegen.”De verpleegkundige
heeft kennis over de maatschappelijke context en het bevorderen van gezondheid.
Professional en Kwaliteitsbevorderaar:” Om zichzelf te beschermen en om te voorkomen dat
er kruisinfecties optreden, past zij een goede handhygiëne toe door telkens haar handen te
wassen als ze naar een andere patiënt gaat”. De verpleegkundige handelt volgens de
waarden en normen van het verpleegkundig beroep (beroepscode, beroepsprofielen,
standaarden en richtlijnen, protocollen ect.)
Beschrijving 1:
Mevrouw De Vries moet vaak plassen. Ze heeft dan een plotselinge, onhoudbare drang tot plassen en moet dan
gelijk naar de wc. Helaas lukt het haar niet altijd de wc op tijd te bereiken.
In deze geval is er sprake van urge-intercontinentie (aandrangincontinentie). Bij deze vorm van incontinentie
ontstaat een hevige aandrang tot plassen, waarvan vrijwel direct moet worden toegeven, omdat anders
urineverlies ontstaat.
Beschrijving 2:
Meneer Simons heeft helemaal geen controle over zijn blaas; hij laat gedurende een aantal keren per dag zijn
plas lopen.
In deze geval is er sprake van reflexincontinentie. Hierbij word na een normale vulling van de blaas uitgeplast.
Men heeft hier geen controle over.
Beschrijving 3:
· Ze word opgenomen in het ziekenhuis, geopereerd, en enige tijd in ziekenhuis verbleven. Ze heeft recht op
deze hulp volgens Zorgverzekeringswet (ZVV). Deze wet is opgesteld in 2006, en regelt de verzekering voor het
basis pakket van zorg. Dit pakket houd onder andere in hulp van huisarts, medisch specialist, verloskundigen,
ziekenhuisopnamen, medicijnen, paramedische zorg, verzorging en verpleging thuis, kortdurende opnamen,
kortdurende psychologische hulp, geneeskundige geestelijke gezondheidszorg en de eerste drie jaar GGZ verblijf
met behandeling, kortdurende revalidatie en geriatrische revalidatie, geneesmiddelen en hulpmiddelen. Het gaat
hier om korte, curatieve zorg;
· Ze volgt verder revalidatie thuis. Omdat ze zelf niet in staat is om voor zich zelf te zorgen, krijgt ze hulp van
wijkverpleegkundige, en fysiotherapeut. Ook deze hulp valt onder Zorgverzekeringswet (ZVV);
Ze ontvangt ook huishoudelijke hulp van wegen Wet maatschappelijke zorg (WMO). Deze wet werd in 2007
opgesteld om hulp en ondersteuning te regelen, die nodig zijn om aan de maatschappij deel te kunnen nemen.
Deze wet regelt ondersteunde en activerende begeleiding en huishoudelijke hulp, maar ook dagbesteding
In bovenstaande stelling kunt u verschillende rollen van verpleegkundige zien:
Zorgverlener: “ Rita verpleegt patiënten die grote buikoperaties zijn ondergegaan. Zij
verzorgt de mensen gedurende enkele dagen, overlegt dan met de arts over eventuele
medicatie, doet controles van de bloeddruk en temperatuur en ondersteunt mensen bij het
wassen.” Deze rol is de basis van alle rollen die verpleegkundige moet vervullen.
Samenwerkingspartner: “Wanneer mensen nog niet volledig in staat zijn voor zichzelf te
zorgen wanneer ze naar huis gaan, draagt ze de zorg over aan de thuiszorg.”De
verpleegkundige werkt samen met zorgontvangers, zorgverleners en zorginstellingen.
Gezondheidsbevorderaar: “Sommige patiënten krijgen informatie over hun leefwijzen,
bijvoorbeeld over hun voeding, stoppen met roken of meer bewegen.”De verpleegkundige
heeft kennis over de maatschappelijke context en het bevorderen van gezondheid.
Professional en Kwaliteitsbevorderaar:” Om zichzelf te beschermen en om te voorkomen dat
er kruisinfecties optreden, past zij een goede handhygiëne toe door telkens haar handen te
wassen als ze naar een andere patiënt gaat”. De verpleegkundige handelt volgens de
waarden en normen van het verpleegkundig beroep (beroepscode, beroepsprofielen,
standaarden en richtlijnen, protocollen ect.)
Beschrijving 1:
Mevrouw De Vries moet vaak plassen. Ze heeft dan een plotselinge, onhoudbare drang tot plassen en moet dan
gelijk naar de wc. Helaas lukt het haar niet altijd de wc op tijd te bereiken.
In deze geval is er sprake van urge-intercontinentie (aandrangincontinentie). Bij deze vorm van incontinentie
ontstaat een hevige aandrang tot plassen, waarvan vrijwel direct moet worden toegeven, omdat anders
urineverlies ontstaat.
Beschrijving 2:
Meneer Simons heeft helemaal geen controle over zijn blaas; hij laat gedurende een aantal keren per dag zijn
plas lopen.
In deze geval is er sprake van reflexincontinentie. Hierbij word na een normale vulling van de blaas uitgeplast.
Men heeft hier geen controle over.
Beschrijving 3: