Insolventierecht
Week 1
De faillietverklaring
3 insolventieprocedures:
1. Faillissement
2. Surseance van betaling: saneren van vermogen
3. Schuldsanering van natuurlijke personen
➔ Art. 1 en 6 FW: definities faillissement
Toestand opgehouden met betalen
➔ HR Säkaphen/Carrecon-Piquilllet en HR Unitco: meer dan 1 schuldeiser
vereist. (Pluraliteitsvereiste).
➔ HR Rabobank/Winters: ten minste 1 opeisbare schuld.
➔ Er moet daarnaast ook een toestand zijn. De rechter toetst hierin ex nunc (HR
Unitco)
Procedure
➔ Artikel 6 lid 3 Fw: er moet summierlijk blijken dat er feiten en omstandigheden
zijn welke aantonen dat de schuldenaar in een toestand verkeert waarin hij
opgehouden is met betalen. (Geen strenge regels dus).
➔ Art. 4 lid 1 Fw: procedure begint met verzoekschrift van schuldenaar zelf art.
214 Arrest y (mag niet voor een ander doel dan faillissement), een van
schuldeisers (art. 1) of OM (art. 1 lid 2).
- Surseance staat niet open voor natuurlijke personen art. 214 lid 4 Fw.
- Art. 284 lid 1 Fw: voor natuurlijke personen schuldsanering.
- Natuurlijk persoon kan binnen 14 dagen verzoek tot schuldsanering indienen.
Na deze termijn kan dit soms nog ex art. 15b Fw.
- Dit verzoek kan nog tot de verificatievergadering (art. 137a Fw)
, ➔ Art. 8 lid 1 fw: schuldenaar heeft 8 dagen om in hoger beroep te gaan.
➔ Art. 5 Fw: moet worden ingediend door advocaat
➔ Art. 10 Fw: belanghebbenden en schuldeisers kunnen ook in verzet.
➔ Art. 11 Fw: kunnen ook in hoger beroep
➔ Art. 12 FW: cassatie ook mogelijk.
Bevoegdheid van de rechter
- Absolute bevoegdheid: Nederlandse Rechtbank
- Relatieve bevoegdheid: art. 2 Fw en 1:10-15 Bw
Internationale bevoegdheid
1. Geldt voor schuldenaren met hun COMI in een EU-lidstaat (behalve
Denemarken).
2. WHOA valt onder deze verordening (opgenomen in Bijlage A).
3. COMI = statutaire zetel, tenzij anders blijkt uit objectieve, kenbare feiten (art. 3
lid 1).
4. Recht van de lidstaat die de procedure opent is van toepassing (art. 7), met
uitzonderingen (zoals voor zakelijke rechten, art. 8).
5. In andere lidstaten met een vestiging kan een secundaire procedure worden
geopend, met alleen lokale gevolgen (art. 3 lid 2).
Hoofdrolspelers, hun bevoegdheden & bekendmaking
➔ Na faillietverklaring: benoeming curator art. 68 en rechter-xommissaris art. 64
Fw -> art. 14 Fw.
Beheer en beschikking
➔ Schuldenaar raakt beheer en beschikking over goederen kwijt art. 23 Fw.
Curator
➔ Beheers en beschikkingsaangelegenheden maar soms machtiging rechter-
commissaris nodig.
➔ Bij surseance blijft bestuur initiatief behouden en moeten zij zich
verantwoorden. Art. 105/106 Fw.
➔ Rechtbank stelt salaris curator vast art. 71 Fw.
, Taken curator:
1. Beheren boedel
2. Beheren eigendommen
3. Voortzetten/staken onderneming
4. Eventueel ontslaan werknemers.
Aansprakelijkheid curator:
➔ Maclou-arrest: een curator behoort te handelen zoals in redelijkheid mag
worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende
curator.
➔ Voor aansprakelijkheid geldt dat het persoonlijk te verwijten moet zijn aan
curator HR prakke/gips en HR Rabobank/Verdonk
➔ HR Prakke/Gips en HR Mobell/Interplan: curator moet vooral belangen
schuldeisers behartigen. Zwaarwegende maatschappelijke belangen kunnen
uitzondering vormen.
Rechter-commissaris
➔ Soms heeft curator toestemming nodig van RC. (Art. 68 lid 3 Fw -> art. 37, 39,
40, 58, 60 en 60a Fw.
➔ Zonder toestemming, dan curator aansprakelijk art. 72 Fw.
➔ Wanneer schuldeisers het niet eens zijn, in beroep bij RC art. 69 lid 2 Fw.
Commissie schuldeisers
➔ Art. 74: bestaat uit 1 tot 3 leden.
➔ Art. 105 Fw: failliet is verplicht te verschijnen en info delen bij oproeping art.
105 Fw.
➔ Commissie kan opkomen tegen handelingen en advies uitbrengen art. 69 en 84
Fw.
Bekendmaking
➔ Art. 14 lid 3 Fw: uittreksel vonnis in Staatscourant.
➔ Art. 19 Fw: Bericht in openbaar faillissementsregister
➔ Je kan je dan niet meer op art. 3:24 beroepen want niet te goeder trouw.
De boedel
➔ Credit Suisse/Jongepier: terugwerkende kracht faillietverklaring.
➔ Art. 20 Fw: faillissement omvat gehele vermogen.
Week 1
De faillietverklaring
3 insolventieprocedures:
1. Faillissement
2. Surseance van betaling: saneren van vermogen
3. Schuldsanering van natuurlijke personen
➔ Art. 1 en 6 FW: definities faillissement
Toestand opgehouden met betalen
➔ HR Säkaphen/Carrecon-Piquilllet en HR Unitco: meer dan 1 schuldeiser
vereist. (Pluraliteitsvereiste).
➔ HR Rabobank/Winters: ten minste 1 opeisbare schuld.
➔ Er moet daarnaast ook een toestand zijn. De rechter toetst hierin ex nunc (HR
Unitco)
Procedure
➔ Artikel 6 lid 3 Fw: er moet summierlijk blijken dat er feiten en omstandigheden
zijn welke aantonen dat de schuldenaar in een toestand verkeert waarin hij
opgehouden is met betalen. (Geen strenge regels dus).
➔ Art. 4 lid 1 Fw: procedure begint met verzoekschrift van schuldenaar zelf art.
214 Arrest y (mag niet voor een ander doel dan faillissement), een van
schuldeisers (art. 1) of OM (art. 1 lid 2).
- Surseance staat niet open voor natuurlijke personen art. 214 lid 4 Fw.
- Art. 284 lid 1 Fw: voor natuurlijke personen schuldsanering.
- Natuurlijk persoon kan binnen 14 dagen verzoek tot schuldsanering indienen.
Na deze termijn kan dit soms nog ex art. 15b Fw.
- Dit verzoek kan nog tot de verificatievergadering (art. 137a Fw)
, ➔ Art. 8 lid 1 fw: schuldenaar heeft 8 dagen om in hoger beroep te gaan.
➔ Art. 5 Fw: moet worden ingediend door advocaat
➔ Art. 10 Fw: belanghebbenden en schuldeisers kunnen ook in verzet.
➔ Art. 11 Fw: kunnen ook in hoger beroep
➔ Art. 12 FW: cassatie ook mogelijk.
Bevoegdheid van de rechter
- Absolute bevoegdheid: Nederlandse Rechtbank
- Relatieve bevoegdheid: art. 2 Fw en 1:10-15 Bw
Internationale bevoegdheid
1. Geldt voor schuldenaren met hun COMI in een EU-lidstaat (behalve
Denemarken).
2. WHOA valt onder deze verordening (opgenomen in Bijlage A).
3. COMI = statutaire zetel, tenzij anders blijkt uit objectieve, kenbare feiten (art. 3
lid 1).
4. Recht van de lidstaat die de procedure opent is van toepassing (art. 7), met
uitzonderingen (zoals voor zakelijke rechten, art. 8).
5. In andere lidstaten met een vestiging kan een secundaire procedure worden
geopend, met alleen lokale gevolgen (art. 3 lid 2).
Hoofdrolspelers, hun bevoegdheden & bekendmaking
➔ Na faillietverklaring: benoeming curator art. 68 en rechter-xommissaris art. 64
Fw -> art. 14 Fw.
Beheer en beschikking
➔ Schuldenaar raakt beheer en beschikking over goederen kwijt art. 23 Fw.
Curator
➔ Beheers en beschikkingsaangelegenheden maar soms machtiging rechter-
commissaris nodig.
➔ Bij surseance blijft bestuur initiatief behouden en moeten zij zich
verantwoorden. Art. 105/106 Fw.
➔ Rechtbank stelt salaris curator vast art. 71 Fw.
, Taken curator:
1. Beheren boedel
2. Beheren eigendommen
3. Voortzetten/staken onderneming
4. Eventueel ontslaan werknemers.
Aansprakelijkheid curator:
➔ Maclou-arrest: een curator behoort te handelen zoals in redelijkheid mag
worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende
curator.
➔ Voor aansprakelijkheid geldt dat het persoonlijk te verwijten moet zijn aan
curator HR prakke/gips en HR Rabobank/Verdonk
➔ HR Prakke/Gips en HR Mobell/Interplan: curator moet vooral belangen
schuldeisers behartigen. Zwaarwegende maatschappelijke belangen kunnen
uitzondering vormen.
Rechter-commissaris
➔ Soms heeft curator toestemming nodig van RC. (Art. 68 lid 3 Fw -> art. 37, 39,
40, 58, 60 en 60a Fw.
➔ Zonder toestemming, dan curator aansprakelijk art. 72 Fw.
➔ Wanneer schuldeisers het niet eens zijn, in beroep bij RC art. 69 lid 2 Fw.
Commissie schuldeisers
➔ Art. 74: bestaat uit 1 tot 3 leden.
➔ Art. 105 Fw: failliet is verplicht te verschijnen en info delen bij oproeping art.
105 Fw.
➔ Commissie kan opkomen tegen handelingen en advies uitbrengen art. 69 en 84
Fw.
Bekendmaking
➔ Art. 14 lid 3 Fw: uittreksel vonnis in Staatscourant.
➔ Art. 19 Fw: Bericht in openbaar faillissementsregister
➔ Je kan je dan niet meer op art. 3:24 beroepen want niet te goeder trouw.
De boedel
➔ Credit Suisse/Jongepier: terugwerkende kracht faillietverklaring.
➔ Art. 20 Fw: faillissement omvat gehele vermogen.