bij staandehouding, wat is dan het primaire juridische
gevolg?
, A. Het bewijs wordt automatisch uitgesloten
B. De verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging
C. De vrijheidsbeperking is onrechtmatig
D. De rechter is onbevoegd
2. Waarom kan schending van subsidiariteit bij een
dwangmiddel leiden tot onrechtmatigheid?
A. Omdat elk zwaar middel vooraf door de rechter moet worden
goedgekeurd
B. Omdat een minder ingrijpend alternatief beschikbaar was
C. Omdat de verdenking onvoldoende ernstig was
D. Omdat de cautie niet is gegeven
3. Wanneer kan een vormverzuim leiden tot bewijsuitsluiting
op grond van art. 359a Sv?
A. Zodra enig wettelijk voorschrift is geschonden
B. Alleen wanneer de verdachte daarom verzoekt
C. Indien het verzuim plaatsvond na de terechtzitting
D. Indien gebruik van het bewijs het eerlijk proces aantast
4. Wat is het beslissende verschil tussen vrijspraak en ontslag
van alle rechtsvervolging?
A. Vrijspraak ziet op strafmaat, OVAR op bewijs
B. Vrijspraak ziet op ontbreken bewijs, OVAR op ontbreken
strafbaarheid
C. Vrijspraak is een voorlopige beslissing
D. OVAR sluit hoger beroep uit
5. Waarom vereist de unus testis-regel aanvullend bewijs?
A. Omdat één getuige nooit betrouwbaar is
B. Omdat bewijs alleen uit schriftelijke stukken mag bestaan
C. Omdat een bewezenverklaring niet uitsluitend op één getuige
mag rusten
D. Omdat de verdachte anders geen verweer kan voeren
6. Wanneer doorbreekt een interveniërende oorzaak de
redelijke toerekening?
A. Wanneer zij het gevolg versnelt
B. Wanneer zij wettelijk verboden is
C. Wanneer zij van zodanige aard is dat het gevolg niet meer
redelijkerwijs kan worden toegerekend
D. Wanneer het slachtoffer eigen schuld heeft
2
, 7. Wat is het kerncriterium voor voorwaardelijk opzet?
A. Het objectief voorzienbaar zijn van het gevolg
B. Het bestaan van een gevaarlijke gedraging
C. Het bewust blootstellen aan en aanvaarden van een
aanmerkelijke kans
D. Het ontbreken van een rechtvaardigingsgrond
8. Waarom leidt bewuste schuld niet tot een veroordeling voor
opzetdelict?
A. Omdat geen sprake is van een gedraging
B. Omdat de verdachte het risico niet heeft aanvaard
C. Omdat bewuste schuld alleen bij verkeersdelicten geldt
D. Omdat het gevolg niet is ingetreden
9. Wat is het juridische effect van een rechtvaardigingsgrond
binnen het beslissingsschema van art. 350 Sv?
A. Vrijspraak
B. Strafvermindering
C. Niet-ontvankelijkheid OM
D. Ontslag van alle rechtsvervolging
10. Waarom kan het hof bij art. 12 Sv alsnog vervolging
bevelen?
A. Omdat het hof de rol van het OM overneemt
B. Omdat het opportuniteitsbeginsel absoluut is
C. Omdat het hof haalbaarheid en opportuniteit zelfstandig toetst
D. Omdat het OM verplicht is altijd te vervolgen
11. Wat is het systematische verschil tussen een
rechtvaardigingsgrond en een schulduitsluitingsgrond?
A. De eerste werkt objectief, de tweede subjectief
B. De eerste vereist opzet
C. De tweede heft wederrechtelijkheid op
D. De eerste geldt alleen bij misdrijven
12. Waarom kan niet-ontvankelijkheid van het OM slechts
bij uitzonderlijke gevallen worden uitgesproken?
A. Omdat bewijsuitsluiting altijd volstaat
B. Omdat alleen lichte verzuimen daarvoor in aanmerking komen
C. Omdat het een ultimum remedium is bij ernstige schending van
procesorde
D. Omdat het OM anders in hoger beroep kan gaan
13. Wanneer is sprake van eendaadse samenloop?
A. Bij meerdere feiten in één dag
B. Bij één gedraging die meerdere strafbepalingen schendt
3