Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Nederlands 1.3

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
17
Geüpload op
13-04-2021
Geschreven in
2020/2021

Nederlands samenvatting periode 1.3 Taalontw. op school H 3, 4, 5, 6. Portaal H3, 5.4, 5.5, 5.7, 5.8, 6.4, 6.5, 6.7, 6.8, 8 t/m 8.5, 12 t/m 12.3

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Nederlands 1.3
Taalontw. op school H 3, 4, 5, 6.
Portaal H3, 5.4, 5.5, 5.7, 5.8, 6.4, 6.5, 6.7, 6.8, 8 t/m 8.5, 12 t/m 12.3
Taalontwikkeling op school
H3. Weet wat je moet doen

3.1. wat gebeurt er in de klas?

- Als we de situatie van leerkrachten en ouders vergelijken:
* De schooltaal is anders dan de ouders en kinderen thuis hanteren. In de kleutergroepen valt dit
mee maar dit verschil wordt met de groep groter.
* De leerkracht heeft veel meer kinderen voor zich dan de ouders.
* De leerkracht moet in de voorschool een lesprogramma afwerken.

- Schooltaal en thuistaal – wat schooltaal moeilijk maakt is de cognitieve belasting (de hoeveelheid
denkwerk die je moet verrichten om een tekst te begrijpen) en het ontbreken van contextuele steun.
Schooltaal is formeel, precies, bondig en heeft moeilijke woorden. Leerkrachten kunnen de kinderen
helpen door vooraf kennis op te bouwen en contextuele ondersteuning te geven.

- Kinderen moeten hun behoeften om te praten aanpassen aan de regels die de leerkracht stelt. De
kinderen die graag iets willen vertellen melden zich met de vinger omhoog. Zo zullen minder
taalvaardige kinderen weinig aan bod komen. Hier zijn verschillende manieren voor om iedereen
eerlijk de beurt te geven.

- Verschillende thema’s of vakken op het rooster – de ideale leerkracht biedt taal aan, stimuleert met
name de stille of taalzwakkere leerlingen tot praten en gaat in op hun taaluitingen. Ze is opzoek naar
mogelijkheden om de leerlingen een stukje verder te helpen in hun taalontwikkeling. Je kan
ondersteunen door zoveel mogelijk context te creëren door preteaching = vooraf behandelen van
moeilijke woorden, of door scaffolding =bieden van steun om kinderen tot steeds hogere
taalprestaties te laten komen.

- De verschillen tussen school en thuis leiden tot aandachtspunten voor taal ontwikkelende interactie
in de klas:
* Organiseer je lessen zo dat kinderen veel kunnen praten en geef veel ondersteunende context.
* Voer echte gesprekken: neem de leerlingen serieus
* Wees bij alle lessen alert op de taalontwikkelingskansen. Ook bij niet taallessen.

3.2 drie taalgroeimiddelen

- Drie taalgroeimiddelen – 3 factoren die. Ouders hanteren voor de taalontwikkeling van hun kinderen:
Taalaanbod, productieruimte, feedback. Ontwikkelingsgericht onderwijs (ogo).
* Taalgroeipakket – zitten de taalgroeimiddelen in verwerkt. Ogo leerkrachten kunnenop een
vanzelfsprekende, niet-geforceerde wijze structuur aanbrengen in hun taalonderwijs.
 Taalaanbod: voorziet leerlingen van de taal die ze nodig hebben voor taalontwikkeling.
Betrokkenheid: het onderwerp moet de leerlingen interesseren.
Begrijpelijkheid: leerlingen moeten het taalaanbod snappen.
Boven niveau: leerlingen moeten op taalgebied een stukje verdere komen.
 Taalruimte: bied de gelegenheid om taal te produceren en ermee te experimenteren.
Beurtruimte: de leerkracht moet veel beurtruimte geven en stimuleren tot taalproductie
Onderwerpsruimte: de leerkracht moet in de interactie het onderwerp wat een leerling
aandraagt honoreren en samen met hem uitbouwen.
 Feedback: bied leerlingen reacties op hun taaluitingen waardoor ze die kunnen verbeteren,
uitbreiden en verfijnen.

,H 4. Pas taalgroeimiddel 1 toe: taalaanbod.

4.1 taalaanbod en taalproductie

- Taalaanbod en taalproductie – interactie is meer dan alleen gesprekjes met leerlingen, het betekent
wisselwerking, wederzijdse beïnvloeding. De spreker beïnvloedt de luisteraar met taal (verbaal) en
met houding, uitdrukking en gebaren (non-verbaal). Vertrouwdheid met het onderwerp en de taal die
daarbij past zijn basisvoorwaarden voor een gesprek. Als dit ontbreekt zal een gesprek stroef
verlopen.
Rijk taalaanbod is een voorwaarde voor taalproductie. Taalaanbod maakt deel uit van interactie.

3.2 de 3 B’s van goed taalaanbod

- De drie B’s van goed taalaanbod.
* Betrokkenheid – je probeert zo veel mogelijk aan te sluiten bij interesses van leerlingen. Als dit
niet lukt moet je betrokkenheid tot stand brengen. Je moet een relatie leggen tussen het
onderwerp dat je aandraagt en hetgeen waar je leerlingen belangstelling voor hebben.
De actiepunten voor betrokkenheid:
1. Breng betrokkenheid tot stand – verbind de informatie die je wilt overbrengen aan de ervaringen
van de kinderen. Boor ervaringen aan en activeer voorkennis. Als de kinderen er geen ervaringen
mee hebben, bied dan ervaringscontext aan. Geef kinderen uitdagend materiaal waarmee ze
kunnen experimenteren. Als een onderwerp niet is voor doe activiteiten gebruik je
beeldmateriaal. Ervaringscontexten lenen zich om je taalaanbod te ondersteunen.
2. Houd betrokkenheid vast – voor kinderen is de spanningsboog beperkt. Hoe jonger het kind, hoe
kleiner de spanningsboog. Zorg dat je verhaal interessant blijft door zo veel mogelijk visuele
ondersteuning te bieden. Oogcontact houden, meedenkvragen stellen, werkvormen afwisselen,
opdrachtje maken tussendoor, tussentijds overleggen zijn dingen die de betrokkenheid vergroten.
3. Heerstel betrokkenheid – afhaak gedrag van een of twee kinderen is niet zo erg. Iedere leerkracht
heeft zijn trucjes om een afhaker bij de les te betrekken.
* Begrijpelijkheid – actiepunten:
1. Stem je taalaanbod af op het niveau van de leerlingen – je moet je taalaanbod afstemmen op het
niveau van je leerlingen. Als taalniveaus uiteenlopen moet je iets op verschillende manieren
kunnen verwoorden. Spreektempo, woordkeus en zinsbouw moet je voortdurend afstemmen aan
het taalontwikkelingsniveau van alle kinderen uit de groep.
2. Benadruk belangrijke informatie – de eenvoudigste vorm hiervan is het gebruik van spreekaccent.
Een andere manier is isolering, voor en na belangrijke informatie een pauze laten vallen in een zin.
Een andere vorm van isoleren is vooropplaatsing of topicalisatie, je opent een zin met het
belangrijkste woord. Je kan de belangrijke informatie ook letterlijk extra herhalen. En als laatste
heb je nog parafrase, je herhaalt een deel van de tekst maar met andere woorden.
3. Bied contexten aan – hoe meer context, hoe meer aanknopingspunten om de taal te begrijpen.
Luisteraars krijgen voor ogen wat er wordt verteld. Er zijn veel lesmethodes waarin context is
verwerkt.
* Boven niveau – om ontwikkeling te stimuleren moet het taalaanbod altijd net iets boven niveau
liggen. Het gaat hier om de zone van naaste ontwikkeling. Actiepunten:
1. Bied nieuwe woorden aan – geplande lessen, de leerkracht creëert momenten om nieuwe woorden
aan te bieden. De betekenis van de woorden moeten zo kort en bondig mogelijk worden
overgedragen.
2. Bied functiewoorden aan zinnen – zoals lidwoorden (de, het, een), voornaamwoorden (ik, jij, hij),
voegwoorden (dat, en, als, maar, tenzij, doordat), voorzetsels (aan, bij, naast, sinds, op, te, onder).
3. Laat geleidelijk contextuele ondersteuning achterwegen – het taalaanbod is net boven niveau door
de onbekende woorden en toch begrijpelijk door de contextuele ondersteuning. Op den duur
moeten kinderen moeilijke woorden los van context kunnen begrijpen. We spreken dan van
gedecontextualiseerd taalgebruik.

, H 5. Pas taalgroeimiddel 2 toe: Taalruimte

5.1 taalruimte

- Taalruimte – hier zijn basisregels voor:
* Zorg voor een veilige, prettige sfeer.
* Geef voldoende spreektijd
* Reageer zelf niet te snel
* Tolereer korte pauzes
* Maak van je klas een meepraatklas.

- Je richt je aandacht op beurtruimte en onderwerpsruimte.
* Beurtruimte – voor kinderen is het lastig om in een grote groep de beurt te nemen.
Actiepunten:
1. Schep beurtruimte – zolang jij praat komt de leerling niet aan het woord. Neem tijdens gesprekjes
als leerkracht alleen de beurt als dat nodig is. Geef minder taalvaardige kinderen de tijd om
antwoord te geven voor je ze gelijk gaat helpen. Om beurtruimte te creëren heb je
beurtprocedures. Bij de kleuters heb je de spreekpop, wie de pop in handen heeft mag praten. Je
hebt ook het doorgeven van de beurt, de laatste spreker geeft de beurt door aan een ander.
2. Stimuleer beurtinitiatief bij stille kinderen – als leerkracht moet je spreekbeurten zo veel mogelijk
spreiden. Probeer te voorkomen dat stille kinderen in hun zwijghoekje verdwijnen. Geef die
kinderen het gevoel erbij te horen. Je stimuleert ze het woord te nemen maar dwingt ze niet. Je kan
ze ook de beurt geven door iets voor te laten doen of aan te laten wijzen.
3. Bewaak spreekbeurten – als een kind eenmaal de beurt heeft genomen, is het de zaak dat het die
taalruimte kan benutten. Als leerkracht kan je ze helpen de beurt vast te houden door te
voorkomen dat de beurtdiefjes in actie komen. Een ander middel is de instemmende reactie of
minimale respons. Je voorkomt dat jezelf of een leerling een spreekbeurt onderbreekt.
* Onderwerpsruimte – je geeft ruimte voor onderwerp initiatieven. Zo kan het gesprek heel veel
kanten op gaan en kunnen kinderen ook ervaringen delen.
1. Stimuleer en honoreer onderwerpsinitiatieven – je zult meestal eerst een thema introduceren en
behandelen voor kinderen hun eigen zegje willen doen. Je opent een gesprek doorgaans met een
startvraag/openvraag. Wanneer kinderen zich kunnen voorbereiden op een gesprek zullen ze
meer onderwerpen aandragen. Je kunt kinderen ook lijstjes laten maken over het thema. Kinderen
mogen zelf soms ook nieuwe thema’s aankaarten.
2. Stimuleer leerlingen hun onderwerpen uit te bouwen – draagt een kind een onderwerp aan dat jij
honoreert is het de kunst ze door te laten praten. Hiervoor kan je vragen stellen en laat je
leerlingen zo veel mogelijk uitpraten. Je kan ook woorden gebruiken als ‘oooh’ of ‘vertel eens’.
3. Stimuleer leerlingen op elkaar in te gaan – dit doen ze vaak niet uit zichzelf, je kan vragen stellen
als: wie is het met A eens? Naast de doorgeefregel is er de V-regel, als de beurtmelder een vraag
wil stellen aan de laatste spreker dan maakt hij met 2 vingers een v teken (ze hebben altijd
voorrang).

H 6. Pas taalgroeimiddel 3 toe: feedback

6.1 feedback en taalaanbod.

- Feedback wordt in een gesprek weer taalaanbod waar kinderen talig hun voordeel mee kunnen doen.
Je kan de hele zin teruggeven als feedback. Dit is taalaanbod precies op maat.

6.2 soorten feedback

- Soorten feedback – feedback is exact de zone van naaste ontwikkeling: als de verbeteringen nauw
aansluiten bij de oorspronkelijke uitingen van het kind, wordt het net voldoende uitgetild boven het
niveau waarop het zelf uitingen produceert.
* Bevestigende feedback -terugkoppeling op een goede uiting.
* Verbeterende feedback – terugkoppeling op een foute uiting.
* Verhelderende feedback – terugkoppeling bij een onbegrijpelijke uiting.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Taalontw. op school h 3, 4, 5, 6. portaal h3, 5.4, 5.5, 5.7, 5.8, 6.4, 6.5, 6.7, 6.8, 8 t/m 8.5, 12
Geüpload op
13 april 2021
Aantal pagina's
17
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.38
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
floorklop2000

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
floorklop2000 Hanzehogeschool Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen