HC1 – Introductie & Theorieën
2 opdrachten
maken per groepje van 4 personen (groep 2) – voor College 5
- Eerste 4 colleges hebben bekeken voor de groepsopdracht
- Eindproduct is een verslag – moet voldoende zijn voor deelname
tentamen
Boek:
I. Advanced analysis of motor development – 2012 – Haywood,
Roberton, Getchell.
II. Motor Learning and control (12th Edition) – Magill, Anderson.
Tentamen: 25 maart 16.00-18.00
- Tentamenhal 40 MC-vragen, 4 openvragen
- Online 8 essay open vragen – openboek tentamen
,Motorische ontwikkelingstheorieën
- Onderwerp van college 1 en 2
- 3 kennisclips
Biologische ontwikkeling
- 3 kennisclips
Perceptuele ontwikkeling
- 2 kennisclips
Ontwikkeling houdingscontrole
- 1 kennisclip
Ontwikkeling reiken en grijpen/balvangen
- 1 kennisclip
Ontwikkeling balgooien
- 1 kennisclip
Afwijkende ontwikkeling: DCD, Autisme, CP, Down
- 2 kennisclips
Live Hoorcollege – 1 februari
Centrale vraag colleges 1 & 2: “Hoe kunnen we de motorische
ontwikkeling van kinderen verklaren?”
We kunnen vrijwel niets als we geboren worden – al snel leren baby’s en
peuters motorische bewegingen…waarom gebeurt dat? Waarom lopen
bijna alle kinderen tussen de 12 – 14 maanden, waarom niet veel eerder of
later?
Motorische Ontwikkeling:
- De veranderingen in motorisch gedrag die gedurende de kindertijd
(0-20 jaar) zichtbaar zijn
- De processen die ten grondslag liggen aan deze veranderingen
- Factoren die de veranderingen in gedrag beïnvloeden
Belangrijke vragen
- Waarom
- Wat
Aantal begrippen bespreken, belangrijke thema’s en indeling van bepaalde
ontwikkelingen.
,Begrippen:
Genese wording, ontstaan van iets nieuws
Ontogenese ontwikkeling van het individu (baby tot oudere)
Fylogenese ontwikkeling van de soort (aap tot mens)
Ontogenetische activiteiten die leren we zelf, kenmerkend voor
mensen.
Fylogenetische vaardigheden vaardigheden noodzakelijk voor normaal
functioneren van een soort
Thema’s om ontwikkeling te begrijpen
Ontwikkeling veranderingen in gedrag die in de kindertijd zichtbaar
worden kwalitatieve veranderingen – zitten, lopen, kruipen etc.
Leren individuele veranderingen in het gedrag die het gevolg zijn van
exogene factoren (omgevingsfactoren) – iemand leert jou iets, daardoor
verandert jouw gedrag – je leert schrijven.
Groei (rijping) kwantitatieve biologische veranderingen – de groei van
het zenuwstelsel – je wordt sterker, zwaarder, langer etc. Je kunt dat in
een getal weergeven.
Hoe ontstaat nieuw gedrag?
Nature-nurture debat
Nature alle eigenschappen liggen in de genen van het kind
Nieuwheid
- Kennis ligt opgeslagen in de genen
- Vooraf bepaalde ontwikkeling
Nurture kind start als Tabula Rasa (blank vel) en wordt gevormd door
opvoeding en onderwijs
Nieuwigheid
- Kennis ligt opgeslagen in de omgeving
- Onderliggende structuren blijven gelijk
- Je kunt altijd iets leren
Vervolg de interactietheorie
Interactie tussen kennis uit de genen en kennis uit de omgeving
beïnvloeden elkaar telkens en bepalen samen de motorische ontwikkeling.
In kennisclips opletten gaat iemand uit van nature, nurture of beide?
Ontwikkeling continue of discontinu?
Discontinu kwalitatieve veranderingen – kruipen is iets anders dan
lopen en staan en zitten. Nieuw gedrag komt voort uit nieuwe interne
structuren ontwikkeling.
Continue kwantitatieve veranderingen – geleidelijke ontwikkeling, komt
voort uit eerder gedrag (voortdurende toename van gedrag) – bijv.
groeicurve van een baby leren/groei
,